De traditionele aanpak bij het leren van Java heeft, net als vroeger bij het leren van Pascal, de simpele taalelementen als uitgangspunt. Deze aanpak start meestal met de primitieve typen int en double, toekenningsopdrachten, operatoren, selecties en herhalingen, om dan via methoden geleidelijk over te gaan op klassen en objecten.
Een nadeel van deze aanpak is dat de kernbegrippen objecten en klassen relatief laat aan bod komen. Veel studenten blijken moeite te hebben met de mate van abstractie die bij deze begrippen hoort. Door de komst van BlueJ is het mogelijk programmeeronderwijs vanaf het eerste moment objectgeorienteerd aan te pakken. BlueJ is een krachtig hulpmiddel bij de introductie van objectgeoriënteerde begrippen omdat het maken van een gebruikersinterface niet nodig is. Elke student kan zich daardoor volledig richten op het ontwerpen van domeinklassen en het testen daarvan in BlueJ. Dikwijls zonder hulp van een docent. Studenten leren in de eerste plaats van elkaar en maken zich al pratende en doende objectgeorienteerde denkbeelden eigen.
Om te leren programmeren is BlueJ alleen niet voldoende. In goed en volledig programmeeronderwijs dient er aandacht te zijn voor tenminste deze vier facetten:
. Taalelementen van Java
. Algoritmiek
. Objectgeoriënteerde concepten
. Ontwerpen en UML
In het eerstejaars programmeeronderwijs van Instituut voor Informatica en Electrotechniek van de Hogeschool van Amsterdam zijn deze facetten geintegreerd tot een samenhangend geheel.
LOFAR, een software of hardware radio telescoop?
LOFAR wordt vaak omschreven als een software radio telescoop en kenmerkt zich onder anderen door z’n flexibiliteit en herconfigureerbaarheid. Deze presentatie geeft een overzicht van de benodigde flexibiliteit in LOFAR welke wordt gerealiseerd middels software, maar zeker ook hardware. De focus in deze presentatie ligt op de hardware.
In de voortdurende zoektocht van astronomen om de uiterste hoeken van het heelal te observeren zijn steeds gevoeliger telescopen vereist. Eén van de doelen van ASTRON is om astronomen te faciliteren met dit soort telescopen. Aangezien radiotelescopen, en in het bijzonder de volgende generatie telescopen, van enorme omvang zijn wil men zoveel mogelijk astronomische toepassingen kunnen dekken. Dit vereist een flexibel instrument. Deze flexibiliteit kan ingebed worden door middel van herconfigureerbare systemen.
In deze presentatie wordt met name de herconfiguurbaarheid van de digitale signaalbewerkings keten in LOFAR (LOw Frequency ARray) besproken. Daarnaast wordt de relatie met de software belicht.
Voor achtergrondinformatie zie http://www.astron.nl/p/lofarframe.htm.
Bijlagen
Waarom weten onze afgestudeerden niet wat er aan wetenschappelijk onderzoek gedaan wordt op zijn/haar vakgebied
Jan en Wim vliegen elkaar in de haren:
. Jan vertelt als wetenschapper dat er heel veel resultaten van onderzoek op de plank klaar liggen om door docenten te laten uitdragen.
. Wim vertelt als HBO lector en als PROGRESS Public Outreach Officer dat hij die resultaten niet kan vinden en dat de universiteiten er een rotzooitje van maken en dat de studenten van tegenwoordig dat wetenschappelijke gedoe helemaal niet aankunnen.
Bijlagen
De (on)mogelijkheden van samenwerking tussen Universiteit en Hogeschool
Het afgelopen jaar zijn in een samenwerking tussen UvA, HvA en VU een tweetal éénjarige, beroepsgerichte, mastersopleidingen gestart: Software Engineering en Systeem- en Netwerkbeheer. Voor beide opleidingen was grote belangstelling van vooral HBO bachelors. Na de succesvolle afronding van de eerste lichting studenten willen wij reflecteren over de samenwerking tussen HBO en universiteit bij het aanbieden van onderwijs op masterniveau.
Naast een tweetal korte presentaties willen wij een discussie organiseren aan de hand van een aantal door ons geformuleerde stellingen:
1. Integratie van hogerberoepsonderwijs en universitair onderwijs creëert nieuwe studiepaden waardoor meer studenten tot hun recht komen
2. Er is een categorie HBO bachelors die men zonder aansluitprogramma in 1 jaar een Msc opleiding kan aanbieden.
3. Er is behoefte aan duidelijke beroeporiëntatie binnen de academische masters in de ICT.
4. Selectie van studenten is noodzakelijk om de aansluiting tussen HBO en universitaire master te realiseren.
5. Een éénjarige universitaire mastersopleiding is mogelijk, maar stelt zware eisen aan planning en voorbereiding.
6. Een stage kan in 3 maanden uitgevoerd worden, mits de vrijheidsgraden zinvol worden ingeperkt.
7. Met goede begeleiding zijn hoge rendementen te bereiken in eenjarige mastersopleidingen.
8. Systeem- en netwerkbeheer zijn een academische opleiding waard.
9. We moeten vermijden dat iedereen succesvolle opleidingen elders gaat imiteren (zoals, b.v. met CKI/AI is gebeurd). Hoe regelen we een betere afstemming?
Bijlagen
Informatica als aantrekkelijk toekomstperspectief voor meisjes(en jongens)
traditionele workshop
drs. G.W.M. Joukes is senior projectmedewerker bij de VHTO (expertisebureau vrouwen in bèta/techniek), met als voornaamste aandachtsgebieden de aansluiting vo-mto en vo/mbo-bèta/technisch ho, en de instroom in bèta/technische opleidingen. drs. A.H. van der Lei-Wichers was tot 2002 werkzaam bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen als manager aansluiting vo/mbo-hbo. Zij houdt zich sinds 1986 bezig met het vergroten van de instroom van meisjes in technische hbo-opleidingen. Sinds 2002 is zij als adviseur verbonden aan ICA.
Bijlagen
Computer Vision Lab NHL
Het Computer Vision Lab Van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden is in 1994 gestart en is inmiddels uitgegroeid tot een goed uitgerust laboratorium met een grote verscheidenheid aan camera’s, lenzen, belichtingsapparatuur, framegrabbers en beeldverwerkingsoftware. Het Computer Vision Lab heeft sinds zijn start bij bedrijven meer dan vijfentwintig projecten op het gebied van Computer Vision met succes uitgevoerd. Verder is er een onderwijsmodule ontwikkeld op het gebied van Computer Vision die zowel aan reguliere studenten als aan cursisten uit het bedrijfsleven wordt aangeboden.
Bijlagen
Onderzoek in Beta: Ontwikkelomgeving voor heterogene real-time embedded systemen met CSP
Op dit moment worden embedded real time systemen nog steeds geïmplementeerd met dezelfde technieken als tien jaar geleden. En dat terwijl de complexiteit van de huidige embedded systemen exponentieel toeneemt. Dit is één van de belangrijkste reden voor het grote aantal fouten in dit soort systemen. Voor besturingssystemen van mechanische apparaten levert dit snel veiligheidsrisico’s op: de softwarebug manifesteert zich in vervorming van het materiaal. Bij mechanische besturingen gelden harde eisen voor het real-time gedrag van de besturingssoftware.
Jan Broenink vertelt over zijn onderzoeksproject over een ontwikkelomgeving waarmee mechatronische ontwikkelaars zeer betrouwbare heterogene real time embedded systemen kunnen bouwen in een fractie van de tijd en voor een fractie van de kosten van de huidige methoden met behulp van CSP.
Tijdens de presentatie wordt een mechatronische labopstelling gedemonstreerd.
De huidige versie van het softwaretool is beschikbaar op http://www.ce.utwente.nl/DesignTools.
Bijlagen
ICT-onderwijs in een internationale omgeving
Globalisering is een van de trends die van grote invloed zijn op de ICT-sector in de ruime zin van het woord. Maar is weinig bekend welke effecten dit zal hebben op het hoger ICTonderwijs en hoe docenten hierop kunnen inspelen. Ludo Kockelkorn probeert een denkrichting te formuleren en houdt een pleidooi voor meer aandacht voor internationale aspecten binnen het ICT-onderwijs. Tijdens het NIOC te Groningen hoopt hij een samen met andere congresgangers de gedachten aan te scherpen.
Bijlagen
Ervaringen met een minor eBusiness in het HBO
Met de komst van de Bachelor/Master structuur in het hoger onderwijs worden veel curricula herzien. Een nieuw fenomeen daarbij is de invoering van minor-programma´s in het HBO (het WO kende deze structuur al langer). Aan de Hogeschool van Utrecht heeft in het najaar van 2003 een pilot plaatsgevonden van zo´n minor met als thema eBusiness. Deze minor was opgebouwd uit verplichte modulen, keuzemodulen en een (forse) praktijkopdracht voor een bedrijf.
Op basis van de pilot is een gegeneraliseerd raamwerk ontwikkeld voor een (in de tijd) beperkt onderwijsprogramma (typische omvang een half jaar) in het hoger onderwijs.
Bijlagen
Wetenschappelijk Onderzoek voor HBO TI Studenten
Nederland besteedt elk jaar grote bedragen aan wetenschappelijk onderzoek, ook op het gebied van informatica. Een deel daarvan wordt verdeeld door het STW programma PROGRESS, het PROGRamma voor Embedded Software en Systemen. Die wil de kennis en kunde op het gebied van Embedded Systemen in Nederland vergroten om zo de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie te versterken. Dit gebeurt door het beschikbaar stellen van extra onderzoeksgelden aan relevante projecten bij kennisinstellingen. Deze onderzoeksgelden worden opgebracht door overheid en industrie.
PROGRESS wil op NIOC 2004 docenten uitdrukkelijk uitnodigen om deze resultaten in hun onderwijs te verweven, zodat op den duur via de studenten deze nieuwe kennis bij het bedrijfsleven terecht komt. Hierdoor ontstaat een versterkte samenwerking en netwerkvorming tussen academische onderzoekers, onderwijs en de industrie.
Wim Hendriksen geeft in een presentatie een overzicht van de lopende projecten in PROGRESS en hun relevantie voor het onderwijs. Dit ter ondersteuning van de poster stand en presentaties van enkele projecten.
Informatie over PROGRESS is te vinden op: www.embedded-systems.nl.
