TIS (Technische InformatieSystemen) – acht modulen – is bestemd voor hen die kennis en inzicht in de product life cycle processen willen verwerven en is primair bedoeld voor nascholing van vaktechnici en toepassers, werkzaam in het primaire proces van industriële bedrijven. Het kunnen toepassen van een integrale ontwerpmethodiek legt de basis voor strategische concepten, zoals configuratiebeheer en concurrent engineering. Ingegaan wordt op de oorspronkelijke doelstelling en ervaring met de realisatie.
Functioneel programmeren in het inleidend informatica-onderwijs aan de Universiteit Twente
Aan de Universiteit Twente wordt Functioneel Programmeren geïntroduceerd in het eerste trimester van het eerste jaar voor studenten in de opleidingen Informatica (INF) en BedrijfsInformatieTechnologie (BIT) van de faculteit Informatica. Als voorkennis wordt verondersteld een standaard VWO-pakket maar geen verdere programmeerervaring. Doelstelling van het vak is het leren ontwerpen van algoritmen voor de oplossing van praktische problemen en het aantonen dat de oplossing voldoet aan de specificatie. De programmeertaal in het vak is Miranda. Belangrijke kenmerken van het programmeren in deze functionele programmeertaal zijn:
. er zijn hogere orde functies: functies als argument en als functieresultaat
. de substitutie-eigenschap geldt zoals in de wiskunde
. er is een luie evaluatie strategie: expressies worden pas berekend wanneer de resultaten nodig zijn
. de taal heeft een type-systeem met polymorfe typen: het type van functies wordt afgeleid en (eventueel) vergeleken met het type dat door de programmeur is opgegeven
. er is een bibliotheek met een aantal krachtige standaard functies
. de syntax is eenvoudig: een grote expressieve kracht wordt gecombineerd met een grote leesbaarheid
. er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van recursie
. abstracte data typen zijn eenvoudig te definiëren.
Het vak Functioneel Programmeren wordt in het tweede trimester gevolgd door Imperatief Programmeren, waarbij Modula-2 als programmeertaal is gekozen. Procedurele abstractie en data-abstractie worden uitstekend ondersteund in deze taal. Expliciet komt aan de orde het verschil met functioneel programmeren dat waarde-georiënteerd is, terwijl bij imperatief programmeren de geheugentoestand centraal staat met de toestandsveranderingen. Miranda expressies worden in pre- en postcondities gebruikt voor de specificatie van procedures in Modula-2. In het derde trimester worden (alleen voor studenten in de opleiding Informatica) in het vak Programmeertechnieken een aantal algoritmen behandeld, zoals back tracking en graaf-algoritmen, in zowel de functionele als imperatieve programmeertaal.
De typische verschillen van beide benaderingen worden expliciet gemaakt. In het eerste trimester van het tweede studiejaar worden in het vak Software Engineering opnieuw beide formalismen gebruikt voor het hele traject van de ontwikkeling van software. Miranda programma’s worden gebruikt als executeerbare specificatie van de software en voor het maken van prototypes. Uiteindelijk worden Modula-2 programma’s geschreven met een sterk modulair karakter, waarbij veelvuldig gebruik wordt gemaakt van abstracte data typen die in het prototype reeds zijn gedefinieerd. Voor beide soorten programma’s worden testen uitgevoerd: unit tests en integratietests. De vakken zijn onderwijskundig uitvoerig geëvalueerd. De aanpak blijkt succesvol *). Eveneens is er onderzoek uitgevoerd naar de verschillen tussen het programmeren in een functionele en imperatieve programmeertaal. Op sommige punten blijken er verschillen te zijn in de resultaten voor studenten Informatica en BedrijfsInformatieTechnologie.
*)
Joosten, S.M.M. (Ed.), K.G. van den Berg, G.F. van der Hoeven (1993), Teaching Functional Programming to First-Year Students, Journal of Functional Programming, 3(1), 49 – 65.
Bijlagen
Beroepenwedstrijden voor topkwaliteit en imago
Kwaliteit moet goed worden omschreven en dient het doel te zijn van onze beroepsopleidingen, maar kwaliteit moet ook blijken. In de opleiding wordt kwaliteit getoond bij proefwerken en examens, en in toenemende mate ook bij wedstrijden. In tegenstelling tot examens zijn wedstrijden niet gericht op het ‘juist voldoende’ niveau, maar op de hoogst mogelijke prestaties. Wedstrijden zijn daardoor een uitdaging voor de deelnemers, maar niet alleen voor hen. Ook de daarbij betrokken deskundigen worden uitgedaagd; tot overleg over kwaliteitsniveaus, -eisen en -normen en overleg over vergelijkbaarheid en bruikbaarheid van kwalificaties in opleiding en bedrijf, nationaal en internationaal. In tegenstelling tot examens vinden beroepenwedstrijden doorgaans niet in beslotenheid plaats en vervullen zij daardoor een unieke functie bij het verbeteren van het imago van het beroep en de beroepsopleiding.
In Nederland worden op ruime schaal beroepenwedstrijden georganiseerd. De stichting Beroepenwedstrijden Nederland (sBN) bevordert dit en coördineert de deelname aan de mondiale ‘International Youth Skill Olympics’ van de International Vocational Training Organisation (IVTO).
In oktober 1995 vinden deze ‘Olympics’ plaats in Lyon (35 landen, 500 jonge deelnemers, 45 beroepen). Ruim 400 experts zijn ter plaatse voor de jurering en overleg over de opgaven, die vooraf in alle landen door speciale teams van specialisten zijn opgesteld aan de hand van nauwgezette criteria.
Op initiatief van Nederland zal in Lyon voor het eerst een ‘Telematics Olympics’ worden gehouden. In samenwerking met de Vereniging BVE zijn in Nederland en de andere deelnemende landen de voorbereidingen in volle gang; met voorselecties in opleidingen en bedrijven, regionale competities en nationale kampioenschappen.
Bijlagen
Teleleren: dichterbij dan u denkt
Tijdens de presentatie zal onder andere een antwoord worden gegeven op de volgende vragen:
• wat is teleleren
• welke vormen van teleleren zijn er
• wat zijn de mogelijke voordelen van teleleren
• welke algemene voorbeelden zijn er van teleleren
• wat kan teleleren betekenen binnen informatica-opleidingen
• hoe implementeer je teleleren binnen opleidingsorganisaties
• wat zijn de actuele ontwikkelingen op het gebied van teleleren
Tot slot van de presentatie zal worden ingegaan op de titel van de presentatie. Afstandsonderwijs wordt vaak geassocieerd met een grote afstand (zowel in letterlijke als figuurlijke betekenis) tussen docent en student en studenten onderling. Door middel van teleleren komen de betrokkenen dichter bij elkaar. Dit geeft een gunstig effect op de opleidingseffectiviteit. Verder zal worden betoogd dat de voordelen van teleleren, zoals de toename van de flexibiliteit en het rendement van opleidingen, de afname van de opleidingskosten en de afname van het woon-werkverkeer, nog steeds verder in betekenis toenemen. In combinatie met het feit dat de benodigde communicatie- en informatietechnologische infrastructuur in principe beschikbaar en betaalbaar is, is de verwachting (o.a. gebaseerd op ervaringen van de Stichting Teleleren) dat op korte termijn een toenemend aantal opleidingsorganisaties hun contactonderwijs en/of afstandsonderwijs zullen gaan combineren met vormen van teleleren.
Bijlagen
Multimedia ontwikkeltools (dhz-sessie)
De bouwstenen van een multimediatoepassing kunnen bestaan uit o.a. tekst, graphics, gedigitaliseerde beelden, animaties, gedigitaliseerde geluiden en videobeelden. Om deze bouwstenen interactief beschikbaar te maken zijn ontwikkeltools in de vorm van presentatieprogramma’s en/of auteurssystemen nodig waarmee de bouwstenen gepresenteerd kunnen worden, de gevolgen van de interacties van de gebruiker bepaald en beoordeeld kunnen worden.
Deze ontwikkeltools worden grofweg onderscheiden in tools voor:
• lineaire multimedia presentaties
• interactieve multimedia presentaties
• auteurssystemen
Bij het kiezen van multimedia ontwikkeltools moet er natuurlijk op gelet worden dat de met deze tools gemaakte produkten op de binnen uw organisatie beschikbare platforms c.q. het gekozen platform gebruikt kunnen worden. Enkele produkten bieden de mogelijkheid om d.m.v. conversie van en/of naar de Macintosh te converteren. Deze mogelijkheden worden beknopt bij de betreffende tools aangegeven.
In een doe-het-zelf sessie krijgen de deelnemers de gelegenheid om met enkele van de in de presentatie besproken tools te werken. De deelnemers aan deze doe-het-zelf sessie worden geacht de presentatie gezien te hebben.
Bijlagen
Multimediale leermiddelen in het volwassenenonderwijs
In de presentatie zal worden ingegaan op de stand van zaken met betrekking tot de inzet van multimediale leermiddelen in het onderwijs aan volwassenen. Specifieke aandacht zal worden besteed aan het onderwijs in het Nederlands als Tweede Taal voor allochtonen en de inzet van nieuwe technologieën daarbij.
Bijlagen
Automatisering van opleidingen
Nieuwe leermiddelen als CD-i, CD-ROM en de multimedia PC vervangen de traditionele leervormen in hoog tempo. Het ‘Just-in-Time leren’ kent voordelen, maar zeker ook consequenties voor opleiders en cursisten.
In deze presentatie wordt aangegeven waar en wanneer de nieuwe leermedia op een effectieve manier inzetbaar zijn. Per leerbehoefte wordt aangegeven welk medium het meest geschikt is en welke rol de opleider hierin vervult.
Bijlagen
Toepassing van ISDN in het onderwijs
ISDN is de opvolger van het telefoonnet zoals we dat kennen. In tegenstelling tot het telefoonnet is ISDN uitstekend geschikt voor het overdragen van beeldmateriaal en gegevens (data).
Enkele toepassingen in de onderwijswereld zullen tijdens de presentatie worden belicht.
Bijlagen
Waar gaat het om bij projectmanagement?
Projectmanagement bestaat uit een aantal samenhangende onderdelen, die elkaar zowel positief als negatief kunnen beïnvloeden. De te hanteren methoden en technieken zijn van groot belang, maar ook kennis van de organisatie waar de resultaten voor bedoeld zijn, de leidinggevende aspecten en niet te vergeten de communicatieve vaardigheden.
De meeste projectmanagement opleidingen concentreren zich op ten of hoogstens twee van bovengenoemde aspecten.
In deze bijdrage zal een concept ten behoeve van de opleiding van projectleiders gepresenteerd worden via een inventarisatie vanuit de praktijk.
Bijlagen
Zijn multimedia brein-vriendelijk?
Verslag wordt gedaan van onderzoeksresultaten naar de acceptatie van multimedia in onderwijs, training en instructie op verschillende niveaus van informatie-overdracht. Getest werden vier leeftijdsgroepen in een vergelijkend onderzoek waarbij lineaire programma’s met identieke inhoud vergeleken werden met multimediale interactieve programma’s.
Een aantal parameters van leermechanismen werden onderzocht.
