Informatica en recht, een verstandshuwelijk?

Het juridisch systeem en de informatica laten zich, op het oog moeilijk combineren. Het juridisch systeem is log en statisch en loopt per definitie achter de maatschappelijk ontwikkelingen aan, terwijl de informatica mede verantwoordelijk is voor de huidige snelle maatschappelijke ontwikkelingen. Toch zullen juristen en informatici elkaar moeten gaan begrijpen. De samenleving wordt vooralsnog genormeerd door het juridisch systeem en juristen zullen meer en meer gebruik moeten gaan maken van de informatietechnologie om die, steeds complexere samenleving enigszins te kunnen blijven structureren en normeren. Aan de andere kant zullen informatici rekening moeten houden met het juridisch systeem dat mede de grenzen bepaalt waarbinnen ieder IT-product kan en moet functioneren.
Kortom, juristen moeten meer kennis van de IT verwerven en informatici zullen intensiever kennis moeten nemen van het juridisch systeem.
In mijn bijdrage aan het congres zal ik trachten aan te geven hoe informatici het best kennis kunnen maken met dat juridisch systeem.
Gezien het bovenstaande acht ik het in ieder geval van groot belang dat tijdens informaticaopleidingen op een structurele wijze aandacht wordt besteed aan de juridische aspecten die bij het werken met informatietechnologie aan de orde komen.
Hoe kun je informatici nu het best vertrouwd maken met het juridisch systeem en de relevante informaticarecht onderwerpen ?
Stap 1: Een module informaticarecht aanbieden in de bovenbouw van de opleiding.
Stap 2: Een module informaticarecht aanbieden in de propedeuse van de opleiding.
Stap 3: Een basismodule (informatica)recht in de propedeuse aanbieden waarna in het vervolg van de opleiding de juridische aspecten geïntegreerd met de technische onderwerpen worden behandeld.
De meeste opleidingen zullen stap 1 wel gezet hebben . De SvC heeft nu stap 2 gezet en ik hoop mee te maken dat ook stap 3 gezet gaat worden zodat het juridisch kader vanaf het begin van de opleiding een rol kan spelen bij het denken over en het werken met informatietechnologie.


Bijlagen

Infocus-2000: (h)erkenbaarheid van de strekking van Informatica-opleidingen in de markt

NGI en VRI hebben enige tijd geleden opdracht gegeven aan de taakgroep INFOCUS-2000 om een herkenbaar profiel te ontwikkelen voor de informaticus. Dat profiel dient bruikbaar te zijn als een herkenbaar referentiekader voor ‘het vak’ waarmee de deskundigheid van een individu kan worden getypeerd enerzijds en waarmee het opleidingsaanbod kan worden getypeerd anderzijds. De taakgroep heeft enige tijd geleden gerapporteerd. NGI (COMBO) en VRI zijn inmiddels bezig om op basis daarvan instrumenten te ontwikkelen voor het stimuleren van beroepsontwikkeling aan de individuen in de vereniging.
Het model is niet bedoeld als het laatste woord over deze materie. Het model van de taakgroep verdeelt ‘het vak’ in enkele kristallisatiekernen of: deskundigheidsgebieden. Voor alle kristallisatiekernen gelden enkele basis-eisen. Elke kern stelt eigen eisen aan vaardigheden, kennis en aan de persoon. Indien opleidingen dat zouden willen, zouden zij in hun curriculum kunnen aangeven voor welke kernen zij met name opleiden. In dat geval positioneren zij de opleiding herkenbaar enerzijds en is het voor het individu beter mogelijk om de groep van opleidingen te identificeren die past bij de gewenste beroepsontwikkeling anderzijds.
Het model, ontwikkeld door de taakgroep, zal toegelicht worden waarna een discussie. Tijdens de discussie kan nader ingegaan worden op het mogelijk nut voor opleidingen. In het blad Informatiemanagement van december 1996 is de ontstaansgeschiedenis van en wordt het model kort toegelicht.


Bijlagen

Action Learning; een nieuwe onderwijsvorm?

Aansluiting van HBO’s met bedrijfsleven van steeds groter belang.
Het bedrijfsleven investeert relatief veel geld in reguliere deeltijdopleidingen en heeft niet direct zicht op de verworven kennis en ervaring van zijn medewerkers.
Conclusie: Er is een vraag naar korte gespecialiseerde opleidingen, gericht op directe toepasbaarheid in de praktijk.
Doelstelling: Zelfstandige studenten af te leveren, die gewend zijn aan projectmatig werken en die gespecialiseerd zijn in beheer & exploitatie en grote affiniteit hebben met de praktijk.
Kenmerk van Action Learning is dat de concrete problematiek waar werknemers nu en in de komende jaren mee te maken hebben het uitgangspunt van het lesprogramma is. Bezig zijn met actuele problemen in de organisaties waar de studenten werkzaam zijn, staat centraal en de theorie wordt daaraan gekoppeld.
Action Learning principes zijn:
– op de praktijk/werk gericht leren
– niet alleen verwerven van kennis
– werken aan projecten in bedrijven
– leren van en met elkaar
– docent is adviseur/helper
Kort HBO BI Beheer & Exploitatie: opzet modules
3 fasen: Operationeel! Tactisch! Strategisch
Per fase een hoofdthema, bestaande uit een aantal clusters.
In elke fase moeten drie onderdelen doorlopen worden namelijk:
1. Visie, stand van zaken
2. Instrumenten, hulpmiddelen, werkwijze
3. Integratie visie en instrumenten samenvoegen en toepassen in praktijk.
Toetsingsactiviteiten:
– individueel: vragen per onderdeel beantwoorden
– subsetactiviteiten: in kleine groepen bespreken studenten voortgang en stellen vragen op voor set bijeenkomst
– setactiviteit: docent geeft begeleiding aan groepen, behandelt zo nodig stof aan de hand van gestelde vragen.
Dit resulteert in een aantal toetsingsproducten zoals: toets, opdrachten (ALP), presentaties, logboek.
Elke fase wordt afgesloten met een Action Learing Project. In de derde en laatste fase wordt een afstudeerwerkstuk geschreven waaraan een implementatie plan verbonden is.


Bijlagen

IAD – het evolutionair ontwikkelen van informatiesystemen

Hyperconcurrentie, globalisering, regulering, Internet: anno 1997 is er nauwelijks meer een organisatie te vinden die zich niet in het brandpunt van frequente, verstrekkende veranderingen bevindt. Arme informaticus. Terwijl hij halsbrekende toeren uithaalt om het jaar 2000 zonder kleerscheuren door te komen (over de Euro denkt hij liever nog even niet na) stellen zijn opdrachtgevers tot dusver ongekende eisen op het gebied van flexibiliteit, productiviteit en effectiviteit. Beproefde lineaire ontwikkelmethoden als SDM voldoen in lang niet alle gevallen meer: ze lijken soms wel uit een ander tijdperk te stammen.
Nieuwe, kort-cyclische ontwikkelmethoden als RAD, IAD en DSDM zijn in deze kolkende context snel populair geworden. Typerend zijn concrete, tastbare resultaten in een zeer korte tijd, voortdurende terugkoppeling en bijstelling, intensieve gebruikersparticipatie, multi-disciplinaire teams, de brede toepassing van herbruikbare componenten, ultramoderne hulpmiddelen en vooral: heel weinig papier. Het vakgebied is in korte tijd verrijkt met exotische begrippen als time-boxing, SWAT-teams, daily builds en Juicy Bits First.
Zoals met bijna elke innovatieve, onbekende benadering wordt zo nu en dan een indrukwekkend succes geboekt. Maar het kan ook mis gaan. Gebrekkig projectmanagement, tekort schietende kwaliteit, inflexibele architectuur, een zwalkende strategie: het zijn slechts voorbeelden van misstanden die in menig kort-cyclisch project zijn voorgekomen.
Desalniettemin staat iteratief ontwikkelen voor een benaderingswijze die de komende jaren sterk in belang zal toenemen. Het is dan wel zaak grondiger aandacht te besteden aan een aantal zaken die op het eerste gezicht niet sporen met een pragmatische, vooral op de korte termijn gerichte denktrant. Zo is het van belang een software-architectuur op te zetten die met voorbedachten rade is gebouwd op voortdurende aanpassingen en uitbreidingen. De toepassing van – al dan niet extern aangeschafte – componenten kan tot een sterk verhoogde productiviteit leiden. Deze werkwijze ligt echter niet standaard in de genen van de informaticus besloten: een waar transformatietraject is vaak noodzakelijk, waarbij niet moet worden geaarzeld expertise op het gebied van Change Management en Human Resource Management te mobiliseren. Ook op het gebied van informatiebeleid en -strategie heeft het iteratieve virus zijn invloed doen gelden: net als in de ‘echte’ bedrijfsvoering worden de statige, formele blauwdrukken voor de lange termijn steeds meer vervangen door flexibele bestemmingsplannen die frequent getoetst en bijgesteld worden.


Bijlagen

Opleiden is uit. Kennismanagement is in.

Succesvol zijn in zaken wordt, als we ons even beperken tot bijvoorbeeld het doorvoeren van innovaties en technologie-gebruik, steeds meer het leveren van een prestatie op de evenwichtsbalk met als belangrijke destabiliserende factor de vraag: “Wánneer moet ik wélke innovatie doorvoeren?”. Kosten worden in feite daardoor ondergeschikt aan de timing waarmee een investering gedaan wordt; te vroeg zijn of te laat, wordt kostbaarder dan de investering zelf. Ten behoeve van het management in met name grote organisaties, wordt besproken hoe kennismanagement een belangrijke factor kan vormen voor een flexibele wijze van opereren van de organisatie en het waarborgen van kwaliteit in geleverde producten en diensten. Een belangrijk gezichtspunt hierbij is het kunnen verkrijgen en houden van zicht op ‘wié kan wát binnen mijn organisatie’, met andere woorden het vermogen om de juiste taken aan de juiste mensen te kunnen koppelen en niet in de organisatie een functie-gerichte aanpak de boventoon te laten voeren. Om een dergelijke koppeling mogelijk te kunnen maken is een andere manier van denken vereist.
De spreker is van mening dat de huidige opleidingsfunctie binnen organisaties – gebruik makend van moderne informatietechnologie – een grote rol kan vervullen bij de hier besproken invalshoek met betrekking tot kennismanagement en dus bij de missie van het koppelen en gekoppeld blijven houden van de juiste taken aan de juiste mensen. Ook hierbij geldt dat de timing van een dergelijke innovatie, door haar ingrijpendheid, van groot belang is. Het is echter wellicht zinvol om via een pilot vroegtijdig ervaring op te doen.
Aan het einde van de presentatie ontvangt elke deelnemer een artikel met als titel: ‘Kennismanagement: sleutelen aan kennis, informatie en gegevens’.


Bijlagen

De educatieve kracht van het Internet

In deze voordracht wordt ingegaan op een drietal vragen:
1. Wat is het internet en welke gevolgen heeft dit nieuwe medium voor onze samenleving?
2. Welke educatieve toepassingen biedt het internet?
3. Welke innovaties creëert het internet voor het beroepsonderwijs en voor bedrijfsopleidingen?
1. Het Internet
Het internet is een wereld omspannend ‘openbaar’ computernetwerk dat gebruikt wordt voor het transporteren van teksten, data, beelden en geluiden en dat 24 uur per dag operationeel is. Het internet stelt gebruikers in staat om op vele verschillende manieren contact te leggen en te communiceren met andere gebruikers, informatie bestanden te raadplegen, of zelf een creatieve bijdrage te leveren aan “the ongoing conversation of mankind”. Aan de hand van voorbeelden van internet-technieken (applicaties) zal worden geïllustreerd welke communicatie- en interactie mogelijkheden het internet te bieden heeft, en tevens wordt er nagedacht over de mogelijke consequenties die dit heeft voor onze cultuur, economie en politiek. Het internet heeft een sterk mondiaal karakter en wordt -in principe- gekenmerkt door vrijheid, openheid en interactiviteit: het kan daarom gezien als een positieve bijdrage aan de emancipatie van de moderne mens.
2. Internet en Educatie
Naast de economische en amusementswaarde lijkt het internet in het bijzonder geschikt om een belangrijke rol te spelen in de verspreiding en overdracht van kennis en vaardigheden, kunst en cultuur, politiek en levensbeschouwing. De educatieve kracht van het internet ligt vooreerst in haar vermogen om bestaande onderwijsactiviteiten (didactieken) te verrijken: van hoorcolleges tot rollenspelen, van groepswerk tot zelfstudie, van counseling tot simulaties, van geprogrammeerde instructie tot scriptie, al deze didactische werkvormen kunnen met behulp van het internet ingezet worden; E-mail, IRe, WWW, hypertext, Java-VR, MOO, BBS, softbots zijn evenzovele technieken die het Internet hier te bieden heeft. Maar bovenal biedt het internet mogelijkheden om geheel nieuwe educatieve arrangementen te ontwikkelen: nieuwe vormen van afstandsonderwijs (educatie is niet meer plaats en tijd gebonden), nieuwe mixen van multimediale presentatie en instructie, nieuwe soorten van multi-disciplinaire en multiculturele leergroepen, nieuwe structuren voor de distributie van expertise en zorg.
3. Innovaties in Beroepsonderwijs en Bedrijfsopleidingen
Het ligt in de lijn van mijn betoog om te beweren dat het internet grote gevolgen zal hebben voor het beroepsonderwijs en bedrijfsopleidingen. Gezien de huidige (stormachtige) hard- en software ontwikkelingen op en rondom het internet zal dit een reeks van veranderingen en vernieuwingen op het terrein van onderwijs en educatie teweeg brengen.
Voor het beroepsonderwijs zal dit betekenen dat er nieuwe curricula zullen worden ontworpen die meer rekening houden met de (economische en sociale) behoefte aan individuele en flexibele leerwegen. Hierdoor kunnen enerzijds het recht op permanente educatie en anderzijds een aansluiting op de dynamische arbeidsmarkt worden gerealiseerd. Belangrijk daarbij is een omslag in de attitude van docenten en studenten: waarbij meer de nadruk zal komen te liggen op individuele begeleiding en het vermogen om te “leren leren”.
Ook binnen bedrijfsopleidingen zullen individuele en flexibele leerwegen door het internet ondersteund gaan worden. Tevens zal een integratie van leren en werken (Iearning-on-the-job) mogelijk worden, en zullen taak- en beroepsspecifieke leernetwerken en virtuele leeromgevingen ontstaan. Aan het begrip “de lerende organisatie” zal door de toepassing van het internet een nieuwe dimensie worden toegevoegd. Voorts zullen mondiale kennis-aquisitie en kennisproductie leiden tot nieuwe vormen van certificering en diplomering.


Bijlagen

Het HOI: Enabler voor voortdurende vernieuwing van het IT onderwijs in het economisch HBO

Het HEO Overleg Informatica (HOI) is een samenwerkingsverband van alle docenten informatica in het hoger economisch onderwijs (HEO) in Nederland. Het doel is om in de verschillende opleidingen ICT te integreren.
Wij komen gedurende het jaar regelmatig bij elkaar om te overleggen over zaken als nieuwe ontwikkelingen, veranderende curricula in de verschillende opleidingen, nieuwe afstudeerprofielen, kortom alles wat in ons snel veranderende, turbulente vak aan de orde is. Daarnaast organiseren wij jaarlijks een congres voor alle bovengenoemde docenten alsmede managers van scholen en opleidingen rondom een actueel thema.
Tot nog toe worden al onze activiteiten gefinancierd uit een jaarlijkse contributie die wordt geheven bij de individuele hogescholen pro rata naar studentaantallen. Wij hebben ons echter gerealiseerd dat deze wijze van financieren uit de tijd begint te raken en hebben derhalve een nieuwe strategie ontwikkeld waarbij, naast het onderstrepen van het tijdelijke character van het HOI, een vorm van output financiering centraal staat.
De enorme veranderingen en vernieuwingen die zich in het veld van de Informatie- en CommunicatieTechnologie (ICT) voltrekken, vereisen grote veranderingen in de verschillende curricula, waarbij het onontkoombaar is dat ICT, als leergebied, steeds meer wordt geïntegreerd binnen de materievakken. Daartoe heeft het HOI een aantal jaren geleden een onderzoek verricht naar de verschillende curricula in de Commercieel Economische (CE) en Bedrijfseconomische (BE) opleidingen wat betreft het leergebied ICT in den lande. De resultaten hiervan zijn toen naast de wensen en verlangens van de verschillende afnemende beroepenvelden en de beroepsprofielen gelegd en de discrepanties zijn geïnventariseerd. Vervolgens heeft het HOI een aantal projecten geëntameerd om deze discrepanties weg te nemen.
Belangrijk is dat het HOI zal blijven werken vanuit de basis nl. de docent in de verschillende economische opleidingen van het HBO. Wel is het zo dat, in tegenstelling tot het verleden, er uitdrukkelijk nadruk gelegd wordt op het betrekken van materie-docenten en IT in hun onderwijs, waar het vroeger alleen om informatica docenten uit het HEO ging.
In de lezing zal worden ingegaan op de nieuwe strategie van het HOI en wat dat voor de opleidingen kan betekenen. Ook de structuur, inhoud en financiering van verschillende projecten uit het heden en verleden worden belicht, alsmede de verschillende landelijke platforms.


Bijlagen

Betrouwbaar toetsen met en via Internet

Stichting EXIN is hèt nationaal exameninstituut voor informatica. EXIN is verantwoordelijk voor het ontwikkelen en onderhouden van de praktijkgerichte IT standaarden AMBI, PDl en ITIL. EXIN Bedrijfsgerichte Toetsing ontwikkelt toetstrajecten op maat voor verschillende opdrachtgevers. De EXIN examens zijn erkend en worden afgenomen onder toezicht van de Examenkamer.
De presentatie ‘Betrouwbaar toetsen met en via Internet ‘ bevat een demonstratie van toetsing via Internet waarbij het hele toetstraject wordt doorlopen: de aanmelding via Internet, de automatische verwerking van de gegevens, het samenstellen en klaarzetten van de test, de afname via Internet en het automatisch vaststellen van de uitslag. Beveiliging, beschikbaarheid en betrouwbaarheid van informatie speelt hierbij een grote rol. Op welke wijze is het mogelijk om op een veilige manier informatie aan de kandidaat te tonen die afkomstig is van een informatiesysteem dat is aangesloten op het Local Area Network? Bij het aanmelden via Internet gaat het om vertrouwelijke kandidaat- en aanmeldgegevens die afkomstig zijn van het kandidaatadministratiesysteem van EXIN. Tijdens de presentatie zal het on-line aanmelden worden gedemonstreerd. Voor het samenstellen en afnemen van een examen op Internet is het examentool ‘lnterproof’ ontwikkeld. Met ‘Interproof’ is het mogelijk om on-line een vragendatabase op de EXIN-server te benaderen. Door het selecteren van vragen kunt u op eenvoudige wijze een examen samenstellen. Het samengestelde examen is direct gereed voor afname. Een demonstratie versie van ‘Interproof’ is op de EXIN-server beschikbaar waardoor u zelf dit examentooi kunt uitproberen.
Voor vragen en opmerkingen kunt u altijd contact opnemen met Marco Stitselaar (stits@exin.nl).
Stichting EXIN
Postbus 19147
3501 DC UTRECHT
tel: 030-2344 111
tel: 030-2315 986
Email: info@exin.nl
Internet: http://www.exin.nl


Bijlagen

Interactieve studieomgevingen gaan draadloze toekomst tegemoet

Onderwerpen
– Company Profile No Wires Needed BV (NWN)
– Wat zijn draadloze netwerken en waar worden deze toegepast.
– Toepassingen binnen onderwijs: ICT Enschede
Company Profile No Wires Needed b.v.
Het bedrijf No Wires Needed b.v. is ontstaan vanuit een tweetal kenniscentra, de Universiteit Twente en de Hogeschool van Amsterdam. No Wires Needed b.v. heeft als pionier op het gebied van draadloze netwerken sinds 1992 aan de bakermat gestaan van de ontwikkeling van de ontwikkeling hiervan. Op dit moment draagt NWN bij tot het tot stand komen van een wereldwijde standaard op het gebied van draadloze local area netwerken ( Wlan’s ).
In de lezing zal duidelijk worden wat draadloze netwerken zijn, mogelijke voordelen worden geschetst en welke toepassingen binnen het onderwijsgebied momenteel worden gerealiseerd.
De visie van No Wires Needed b.v. op een interactieve studieomgeving in relatie met het draadloze netwerk wordt door middel van een praktijkvoorbeeld duidelijk gemaakt.
Toepassingen binnen het onderwijs
Momenteel is er een trend binnen het onderwijs te herkennen die een verschuiving van klassikaal naar individueel gericht onderwijs laat zien. Deze ontwikkeling wordt met name mogelijk gemaakt vanwege de mogelijkheden die moderne IT – middelen bieden. Tevens wordt door het ontstaan van moderne en snelle informatienetwerken (Internet) de informatiebehoefte van studenten steeds omvangrijker en veeleisender.
Om als onderwijsinstelling op deze behoefte in te kunnen spelen is het noodzakelijk om in uiteenlopende situaties de student de mogelijkheid te bieden contact te onderhouden met het netwerk van de onderwijsinstelling. Moderne draadloze netwerken zijn vanwege hun plaatsongebondenheid, flexibele, betrouwbare en open karakter een uitstekend antwoord op deze vraag. Draadloze netwerken maken het de student mogelijk om vanuit iedere willekeurige situatie (klaslokaal, kantine, gang etc.) gebruik te maken van het netwerk van de onderwijsinstelling. Vanwege het open karakter van het draadloos netwerk is het koppelen aan het basis netwerk van de onderwijsinstelling mogelijk zonder noemenswaardige aanpassingen.
Naast de toenemende informatiebehoefte van de student wordt vanwege de concentratie van onderwijsinstellingen het steeds problematischer de individuele leerling op een juist tijdstip te volgen of te informeren. Voor deze problematiek biedt het draadloos netwerk een aanvulling. Distributie van lesschema ‘s, algemene informatie of het opvragen van studieresultaten door studiebegeleiders kan in de praktijk eenvoudiger m.b.v. dit netwerk worden uitgevoerd. Door het real-time karakter van het netwerk is iedere gebruiker op de hoogte van de actuele situatie.


Bijlagen

BIT Incorporated 2: Student companies learn by doing

Business Information Technology (BIT), a relatively new study at the University of Twente in the Netherlands, started this year with the fourth crop of students. In the first term of the third year, BIT inc. 2 is presented to the students. The project is the final one in a series of seven projects that are performed in each term of the curriculum. The students form a 15-person company that has to perform assignments on five different areas. The term starts with a selection procedure in which the students apply for the company. In a very short period the students have to immerse in the case-company and deliver the first ‘quick scan’ of Stork Kettles inc. One of the objectives of BIT inc. is to provide professional training under conditions similar to those encountered in a real-world work environment. Another important objective is to teach students to work together in a large group. For each course that is scheduled in this term, a significant amount of time is scheduled for assignments within BIT inc., namely:
– Projectmanagement (20 hours); Make a project plan for an Information planning study at Stork inc.
– Information Management and Information Planning (60 hours): Make a Stork information plan.
– Specification Methods (20 hours); Show the use of specification method in a large Stork system.
– Investment in Information Technology (40 hours); Make a costs/benefit analysis for a development project of a ‘Project control system’ at Stork Kettles inc ..
– Statistics (20 hours); Make a quantitative analysis of the reliability of the Stork mainframe computer.
Beside these course assignments the students spend 100 hours immersing in the organization, building and evaluating project teams, discussing, reporting, presenting and generally working together which are all (sub)objectives of BIT inc.
BIT inc. was evaluated with an on-line World Wide Web quality system on which the students could directly make comments about the project. Beside that from each company students were interviewed about the project and all students had to fill in a questionnaire. On curriculum level, the project was evaluated by all teachers that were involved in making the assignments, supporting the companies and grading the reports and presentations. The co-ordination of the project was done by three ‘managing directors’. Every Tuesday, feedback and grades were given for last week assignments. During the whole term these grades were used in a business game to stimulate the student companies. The managing directors received the following positive and negative remarks from all parties mentioned above:
– The students declared that the individual learning result was improved by the group work (feedback, working together, discussion);
– BIT inc.2 is very appropriate to learn skills because the students are forced to act and therefore learn by doing;
– Feedback plays an essential role in the effectiveness of the project. The grading should be made more explicit to make a better feedback possible;
– The forming and evaluation of project teams within the companies was negatively evaluated because the subgroups (4 students) were too small.
From the central innovation fund, a budget is received to continue the development of the project with making an interactive case-video on CD-ROM which has to be ready for the next run of the project.


Bijlagen