Aansluiting van HBO’s met bedrijfsleven van steeds groter belang.
Het bedrijfsleven investeert relatief veel geld in reguliere deeltijdopleidingen en heeft niet direct zicht op de verworven kennis en ervaring van zijn medewerkers.
Conclusie: Er is een vraag naar korte gespecialiseerde opleidingen, gericht op directe toepasbaarheid in de praktijk.
Doelstelling: Zelfstandige studenten af te leveren, die gewend zijn aan projectmatig werken en die gespecialiseerd zijn in beheer & exploitatie en grote affiniteit hebben met de praktijk.
Kenmerk van Action Learning is dat de concrete problematiek waar werknemers nu en in de komende jaren mee te maken hebben het uitgangspunt van het lesprogramma is. Bezig zijn met actuele problemen in de organisaties waar de studenten werkzaam zijn, staat centraal en de theorie wordt daaraan gekoppeld.
Action Learning principes zijn:
– op de praktijk/werk gericht leren
– niet alleen verwerven van kennis
– werken aan projecten in bedrijven
– leren van en met elkaar
– docent is adviseur/helper
Kort HBO BI Beheer & Exploitatie: opzet modules
3 fasen: Operationeel! Tactisch! Strategisch
Per fase een hoofdthema, bestaande uit een aantal clusters.
In elke fase moeten drie onderdelen doorlopen worden namelijk:
1. Visie, stand van zaken
2. Instrumenten, hulpmiddelen, werkwijze
3. Integratie visie en instrumenten samenvoegen en toepassen in praktijk.
Toetsingsactiviteiten:
– individueel: vragen per onderdeel beantwoorden
– subsetactiviteiten: in kleine groepen bespreken studenten voortgang en stellen vragen op voor set bijeenkomst
– setactiviteit: docent geeft begeleiding aan groepen, behandelt zo nodig stof aan de hand van gestelde vragen.
Dit resulteert in een aantal toetsingsproducten zoals: toets, opdrachten (ALP), presentaties, logboek.
Elke fase wordt afgesloten met een Action Learing Project. In de derde en laatste fase wordt een afstudeerwerkstuk geschreven waaraan een implementatie plan verbonden is.
Het HOI: Enabler voor voortdurende vernieuwing van het IT onderwijs in het economisch HBO
Het HEO Overleg Informatica (HOI) is een samenwerkingsverband van alle docenten informatica in het hoger economisch onderwijs (HEO) in Nederland. Het doel is om in de verschillende opleidingen ICT te integreren.
Wij komen gedurende het jaar regelmatig bij elkaar om te overleggen over zaken als nieuwe ontwikkelingen, veranderende curricula in de verschillende opleidingen, nieuwe afstudeerprofielen, kortom alles wat in ons snel veranderende, turbulente vak aan de orde is. Daarnaast organiseren wij jaarlijks een congres voor alle bovengenoemde docenten alsmede managers van scholen en opleidingen rondom een actueel thema.
Tot nog toe worden al onze activiteiten gefinancierd uit een jaarlijkse contributie die wordt geheven bij de individuele hogescholen pro rata naar studentaantallen. Wij hebben ons echter gerealiseerd dat deze wijze van financieren uit de tijd begint te raken en hebben derhalve een nieuwe strategie ontwikkeld waarbij, naast het onderstrepen van het tijdelijke character van het HOI, een vorm van output financiering centraal staat.
De enorme veranderingen en vernieuwingen die zich in het veld van de Informatie- en CommunicatieTechnologie (ICT) voltrekken, vereisen grote veranderingen in de verschillende curricula, waarbij het onontkoombaar is dat ICT, als leergebied, steeds meer wordt geïntegreerd binnen de materievakken. Daartoe heeft het HOI een aantal jaren geleden een onderzoek verricht naar de verschillende curricula in de Commercieel Economische (CE) en Bedrijfseconomische (BE) opleidingen wat betreft het leergebied ICT in den lande. De resultaten hiervan zijn toen naast de wensen en verlangens van de verschillende afnemende beroepenvelden en de beroepsprofielen gelegd en de discrepanties zijn geïnventariseerd. Vervolgens heeft het HOI een aantal projecten geëntameerd om deze discrepanties weg te nemen.
Belangrijk is dat het HOI zal blijven werken vanuit de basis nl. de docent in de verschillende economische opleidingen van het HBO. Wel is het zo dat, in tegenstelling tot het verleden, er uitdrukkelijk nadruk gelegd wordt op het betrekken van materie-docenten en IT in hun onderwijs, waar het vroeger alleen om informatica docenten uit het HEO ging.
In de lezing zal worden ingegaan op de nieuwe strategie van het HOI en wat dat voor de opleidingen kan betekenen. Ook de structuur, inhoud en financiering van verschillende projecten uit het heden en verleden worden belicht, alsmede de verschillende landelijke platforms.
Bijlagen
Stimulering kennis en kunde met betrekking tot beheer van de informatievoorziening binnen het onderwijs
Het exploiteren en beheren van de informatievoorziening binnen een organisatie neemt meer en meer toe in complexiteit. De oorzaak hiervan is te vinden in de enorme groei van de betrokken componenten. Daarnaast speelt de heterogeniteit tussen de componenten een belangrijke rol. Bij het beheer van informatiesystemen ondervindt men vaak problemen door het ontbreken van kennis en kunde op dit gebied. De Haagse Hogeschool Sector Informatica heeft in samenwerking met IBM en ondersteund door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een project opgezet, waarin een push gegeven moet worden aan het onderwijs op het gebied van beheer. In een gesimuleerde organisatie worden informatiesystemen ingezet voor de productie. Hiernaast wordt een ontwikkel-, test- en beheeromgeving opgezet om de informatievoorziening binnen de organisatie optimaal te verzorgen. Uit deze simulatie ontstaat kennis en kunde ten aanzien van beheeraspecten.
In de presentatie wordt ingegaan op de opzet van dit project en de te verwachten resultaten met betrekking tot het onderwijs.
Bijlagen
CyberSpace Odyssee 2001, Lerarenopleidingen in de 21e eeuw
Opmaat
In augustus 1997 start de propedeuse van de Educatieve Faculteit Amsterdam (EFA), een samenwerkingsverband van de Faculteit Educatie van de Hogeschool Holland en de Faculteit Onderwijs en Opvoeding van de Hogeschool van Amsterdam. In de EFA worden de reeds in gang gezette activiteiten van beide faculteiten voor onderwijskundige vernieuwing van hun lerarenopleidingen met integratie van informatie- en communicatietechnologie (ICT) gebundeld, geïntensiveerd en versneld. Met het vizier op 2001 richt de EFA zich hiermee op het realiseren van een vergrote leerruimte waarin studenten zich middels ICT-rijke leerpraktijken (zowel de praktijk van het leren als het leren in de praktijk) ontwikkelen tot educatieve professionals in de 21e eeuw.
ICT-rijke leerpraktijken
De lerarenopleidingen van de EFA zullen in toenemende mate bestaan uit geschakelde ICT-rijke leerpraktijken. Een ICT-rijke leerpraktijk is een verzameling samenhangende ICT-rijke leeractiviteiten:
– waarin 1 of meer studenten
– in samenwerking met 1 of meer docenten
– vooraf gedefinieerde leerdoelen realiseren (in de vorm van een beoordeelbaar product)
– die voldoen aan de kenmerken van het ‘nieuwe’, zelfstandig leren.
Het geïntegreerd gebruik van ICT is een essentieel kenmerk voor nieuwe leerpraktijken om zelfstandig leren met maximale flexibiliteit in plaats en tijd voor het leren te ondersteunen. Een leerpraktijk bestaat altijd uit vijf componenten: (1) voorbereiden, (2) professioneel handelen en reflectie, (3) vergroten van de competentie (Ieren), (4) produceren en (5) nabeschouwen.
Vergrote leerruimte
Onderwijs wordt traditioneel grotendeels voor groepen gegeven en is aan sterk aan tijd en plaats gebonden. Naarmate studenten zelf meer verantwoordelijk worden voor hun eigen leren, zullen zij in toenemende mate moeten kunnen kiezen met wie, waar en wanneer zij hun leerpraktijk vorm geven. De reikwijdte van de dimensies personen, plaats en tijd van de traditionele leerruimte is hiervoor niet toereikend. Met ICT wordt de leerruimte vergroot waardoor een of meer personen, op een of meer plaatsen en op mogelijk verschillende tijdstippen kunnen leren. De vergrote, virtuele leerruimte is de cyberspace, waarbij ‘cyber’ wordt gezien als afgeleid van cybermetica, het besturen en regelen van je eigen omgevingssysteem. De studenten en docenten zullen deze cyberspace mede inrichten en vorm geven en er hun rondzwervingen maken bij het leren en om te leren, zelf sturend met een bestemd doel.
Uitrusting voor CyberSpace Odyssee 2001
De eigen verantwoordelijkheid van de student krijgt vorm middels een individueel portfolio-systeem, waarin onder meer leerdoelen, voortgang en resultaten worden vastgelegd. Studenten beschikken over een gereedschapsset (toolkit) in de vorm van een elektronische schooltas. Deze bestaat uit een laptop met netwerkkaart/modem die is voorzien van de nodige productie- en communicatiesoftware. Op (vrijwel) iedere willekeurige plek in de school zijn netwerkaansluitingen voor laptops beschikbaar en studenten en docenten hebben ook vanuit huis en elders toegang tot het netwerk op school. Studenten en docenten hebben de beschikking over makkelijk te gebruiken elektronische conferenties en groepssoftware. In het Centrum voor Leertechnologie van de EFA staan skills labs en productieruimten met geavanceerde, state-of-the-art apparatuur en software ter beschikking voor individueel gebruik door studenten en docenten. De bronnen en hulpmiddelen van de EFA als virtuele school zijn 24 uur per dag, 7 dagen per week elektronisch toegankelijk. De muren van de EFA zijn elektronisch geslecht en (stage)scholen en andere educatieve instellingen in de wijde regio maken deel uit van de vergrote leerruimte van de lerarenopleidingen van de EFA.
Vizier op 2001
Zoals aangegeven is het vizier gericht op 2001. Dan zal de lerarenopleiding voor de 21e eeuw volledig gerealiseerd zijn. De eerste aanzet, onder het motto EFA97, wordt gegeven met de propedeuse die in 1997 van start gaat. Dan zal een beperkt aantal ICT-rijke leerpraktijken met een grotere leerruimte gerealiseerd zijn. De ervaringen van de eerste generatie EFA-cybernauten zullen mede bepalend zijn voor het uiteindelijke resultaat.
Bijlagen
Marketing voor informatici
In en verkoopfuncties ontmoeten elkaar op een steeds hoger “know-how-“niveau. Klanten stellen steeds hogere eisen aan systeem-, software- en dienstenspecificaties, service en after-sales. Klanten worden “co-producers”. De onderscheiding tussen de klassieke verkoop (“sales”) en de eigentijdse marketing wordt steeds vager. Marketing en sales groeien naar elkaar toe in één functionele eenheid: relationele business-to-business marketing met strategische, commerciële en communicatieve componenten. Tegelijkertijd wordt de marketingfunctie meer en meer geïntegreerd in de organisatie. Voorheen relatief autonome werkeenheden zien zich steeds vaker gesteld voor marketing vraagstukken, zowel intern als extern.
De verhogingen van eisen en kwalificaties in commercieel/communicatief opzicht, gesteld aan HBO- en universitair geschoolde informatici, blijken duidelijk uit advertentie-onderzoek; naast een adequate informatica-vooropleiding wordt overal een selectie uit onderstaande opsomming in termen van “gewenste kennis en kunde” aan het functie-profiel toegevoegd: -flexibel-creatief-conceptueel-klantgericht-adviesvaardig-in staat tot het ontwikkelen van marketingplannen- etc.
Commerciële en communicatief goed geschoolde marketinginformatici blijken op de arbeidsmarkt structureel schaars.
Proactieve, 21ste eeuwse informatica-opleidingen zullen marketing structureel in hun opleidingsprogramma opnemen.
Er lonkt immers nog een perspectief aan de horizon: de informatica voor marketeers. Marketing verandert in hoog tempo van transactiegericht naar relatiegericht. Marketing wordt daardoor in toenemende mate afhankelijk van informatie-technologie, teveel om te begrijpen in een paar informaticalessen binnen een NIMA-opleiding. Organisaties worden als geheel klantgericht; en dat is veel meer van belang dan het hebben van een aparte marketingafdeling. Informatietechnologie zal daarbij de grote afhankelijkheidsfactor worden.
Marketinginformaticus wordt een nieuw beroep.
Bijlagen
Van tekst naar hypertext …
Op dit moment proberen vertegenwoordigers van de Gutenberg-generatie studenten op te leiden die de Nintendo-generatie representeren. Studenten schrikken terug voor het lezen van een fors artikel, gewend als ze langzamerhand zijn aan zappen en aan de snelle afwisseling van beeld en geluid in diverse multimedia-systemen.
Toch conceptualiseren wij nog steeds met behulp van taal. Talige informatie zal een grote rol blijven spelen bij de overdracht van onze cultuur. Informatiedragers en media maken echter een snelle ontwikkeling door. Lezen en leren via beeldschermen wordt een steeds normalere zaak. Maar op welke manier kan tekst een goede rol vervullen bij informatie-aanbod op een beeldscherm? Wat kunnen we leren van de manier waarop een lezer omgaat met een tekst op papier? Hoe kunnen we hyperlinks gebruiken om de voorspelbaarheid van de structuur van een tekst groter te maken?
Deze vragen leidden twee jaar geleden tot een nieuwe aanpak van de module taalbeheersing in het curriculum van de School voor Communicatiesystemen. Op dit moment maken de studenten geschreven betogende teksten (van 1500 tot 2000 woorden) geschikt voor een presentatie via een beeldscherm (in de context van een multimedia-produktie als cd-i of cd-rom, of via het Internet). Daartoe voeren ze een strategie voor informatie-opname uit, maken ze een analyse van de tekst (op basis van het communicatiemodel) en vatten ze het betoog samen met behulp van een argumentatieschema van de tekst. Een synthese van deze drie analyses moet uiteindelijk leiden tot uitgangspunten voor de structuur van de interactieve tekst. Uiteindelijk presenteren de studenten een nieuwe versie van het betoog.
De presentatie gaat in op de achtergronden van deze module, de werkwijze en de resultaten en op de normen, die je aan teksten op een beeldscherm kunt stellen. Reguliere samenwerking met een uitgever (die bijvoorbeeld experimenteert met een site op het Internet) lijkt wenselijk.
Bijlagen
Informatiebeveiliging: de markt vraagt, maar het onderwijs blijft achter
Het bedrijfsleven is steeds afhankelijker van informatie en informatiesystemen en derhalve ook van een goede beveiliging van informatie en systemen. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat het slecht gesteld is met informatiebeveiliging in Nederland. De vraag is nu of een gebrek aan kennis en vaardigheden hieraan ten grondslag ligt. Daarom is in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken dit onderzoek uitgevoerd naar de opleidingsbehoeften van het Nederlandse bedrijfsleven en het opleidingsaanbod op het gebied van informatiebeveiliging. Het onderzoek werd uitgevoerd door KPMG EDP Auditors te Amstelveen in samenwerking met de Technische Universiteit Eindhoven.
In het onderzoek worden de behoeften in het bedrijfsleven aan kennis en vaardigheden op het gebied van de informatiebeveiliging onderzocht. Vervolgens is bepaald in hoeverre het aanbod in het HBO- en universitair-onderwijs in deze behoefte voorziet. Het onderzoek toont een aanmerkelijke discrepantie aan tussen vraag en aanbod van informatiebeveiliging in opleidingen. Met name voor de toekomstige informaticus. de manager en de beveiligingsfunctionaris zijn specifieke hiaten onderkend en wordt een verbeteringstraject voorgesteld. Daarnaast is er een zeer brede doelgroep van gebruikers van computers en netwerken in het algemeen die basiskennis en vaardigheden op beveiligingsgebied nodig hebben.
Informaticus
De informatici, systeembeheerders en IT-deskundigen hebben vooral behoefte aan technische kennis en vaardigheden omtrent informatiebeveiliging. Het grootste knelpunt vormt het veilige beheer van systemen en de ontwikkeling van nieuwe veilige informatiesystemen en (telecommunicatie-)netwerken. Aan universiteiten en HBO’s wordt nauwelijks aandacht besteed aan deze onderwerpen. Het aanbod op dit gebied in niet-reguliere opleidingen is sterk gefragmenteerd en de kwaliteit van het aanbod varieert. Dat ook hier een gebrek is gesignaleerd aan kennis (en zelfs aan bewustzijn) is zorgwekkend. Voor deze technische disciplines wordt de ontwikkeling van twee opleidingsrichtingen of -modules aanbevolen.
Lijnmanagement
Voor het lijnmanagement, dat vooral organisatorische kennis en vaardigheden moet bezitten, zijn de volgende opleidingsbehoeften geconstateerd: het opzetten van de managementcyclus, het toekennen van taken en bevoegdheden, het managen van IT-gerelateerde risico’s. Met name de kennis en vaardigheden voor de vertaalslag naar de praktijk ontbreekt. Het niet-reguliere onderwijs dient deze markt te bedienen. Het aanbod komt inmiddels moeizaam op gang, met name via PAO en AMBI.
Beveiligingsfunctionaris
De grootste opleidingsbehoefte wordt gesignaleerd voor de beveiligingsfunctionaris. Hiervoor zijn in het geheel geen opleidingen beschikbaar die voldoende diepgang bezitten en voldoende onderwerpen doceren. In het buitenland bestaan deze opleidingen wel. Het blijkt dat veel van de beveiligingsfunctionarissen in Nederland in feite “selfmade”-deskundigen zijn. Voor de korte termijn worden enkele verbeteringsvoorstellen gedaan. Uiteindelijk dient het streven te zijn te komen tot een opleidingenstroom voor beveiligingsfunctionarissen waarin recht gedaan wordt aan zowel de organisatorisch/bestuurlijke als de technische opleidingsbehoeften. Deze opleidingenstroom kan een belangrijke stimulans vormen voor verdere professionalisering van het vak beveiligingsfunctionaris.
Bijlagen
Post-HBO drs-opleiding MIT: innovatie door samenwerking WO-HBO
Inleiding
Medio ’94 groeide het idee om in een samenwerking van universiteiten en hogescholen een kostendekkende post-HBO-opleiding aan te bieden onder de naam Management, Informatie en Technologie (MIT). Deze opleiding zou tegemoet moeten komen aan de groeiende marktvraag naar beheersing van een mix van informatica en bedrijfskunde.
Kern
Recente ontwikkelingen in de beroepspraktijk, waar de toepassing van informatie- en communicatietechnologie (ICT) cruciaal is geworden in allerlei (bedrijfs)processen en producten, hebben mede ten grondslag gelegen aan het ontwerp van de MIT -opleiding. Doel van de opleiding is om met succes binnen de eigen organisatie ICT -gebruik en -toepassingen te kunnen plannen, ontwerpen, invoeren en uitbouwen, met als uitgangspunt een multidisciplinaire benadering. De doelgroep wordt gevormd door afgestudeerde HBO-informatici (uit HTO of HEAO) mét werkervaring. De MIT- opleiding lijkt tegemoet te komen aan een combinatie van wensen van enerzijds individuele werknemers en anderzijds werkgevers, zoals:
– een fors programma van inhoudelijke ‘upgrading’ vanuit verschillende disciplines
– een afstudeerproject, waarin gezocht wordt naar een integratie van het geleerde met de eigen beroepspraktijk
– een deeltijdopzet waarbij de cursist ook persoonlijk tijd investeert maar met als duidelijke meerwaarde de drs-titel
– kwaliteit gegarandeerd door een innovatieve bundeling van specifieke deskundigheden en faciliteiten van de Open Universiteit, een hogeschool in een bepaalde regio en een zusteruniversiteit in dezelfde regio
– een landelijk protiel met beperkte lokale inkleuring
– de mogelijkheid om de opleiding ‘in company’ te volgen.
De MIT-opleiding kost ‘all in’ fl. 29500,- en is zwaar: de totale omvang is 72 studiepunten, dat is circa 2900 uur studielast met een nominaal traject van 2.5 jaar in deeltijd. De opleiding bestaat voor driekwart uit cursussen met theorie- en practicumcomponenten, waarna de afsluiting volgt met het afstudeerproject. Van het cursorische gedeelte ligt circa tweederde vast met een waaier aan OU-cursussen: de onderwerpen variëren van objectoriëntatie tot software management en informatie-economie. De rest wordt besteed aan geselecteerde ‘up to date’ vakken van de nabij gelegen zusteruniversiteit (met eventueel een aandeel van de hogeschool) en een keuzepakket van OU-cursussen: we treffen hier onderwerpen aan als multimedia, industriële automatisering, groepsbesluitvorming, exploitatie en beheer, client/server technologie en workflow management.
Afsluiting
September 1995 startte een eerste groep in Den Haag en inmiddels draait de MIT-opleiding niet alleen daar (OU/Haagse Hogeschool m.m.v. TU Delft) maar ook in Eindhoven (OU/Hogeschool Fontys m.m.v. TU Eindhoven), en gaat MIT binnenkort starten in Zwolle (OU/Hogeschool Windesheim m.m.v. Univ. Twente) en zeer waarschijnlijk in Amsterdam (OU/Hogeschool Holland m.m.v. VU Amsterdam). De ervaringen zijn tot nog toe bemoedigend.
Het MIT-model biedt ons inziens ook in andere situaties een nieuw perspectief, zoals bijvoorbeeld bij informatica-scholingsprogramma’s voor werkloze academici en HBO’ers of bij nieuwe ‘hybride’ initiële informatica-opleidingen waarbij studeren en werken hand-in-hand gaan.
Bijlagen
Opleidingsprofielen HBO-Informatica
Het landelijk platform van informatica-opleidingen in het hbo, het HBO-I-platform, stelt zich tot taak een helder beeld te scheppen over inhoud en positionering van de informatica-opleidingen. Daartoe heeft het HBO-I in 1993/94 een project “Beroepsprofielen en afstudeerprofielen” uitgevoerd. AI eerder is in het verband van het project Kwaliteitsverbetering Informatica Onderwijs een onderzoek gedaan naar de vraag van de arbeidsmarkt naar informatici. De visitatiecommissie informaticaopleidingen heeft met het schrijven van een strategisch perspectief en het opstellen van een aantal aanbevelingen de opleidingen uitgedaagd keuzen te maken over de aard van de opleidingen.
Met het project “Opleidingsprofielen HBO-l” beoogt het HBO-I duidelijk en herkenbaar haar opleidingen te positioneren voor het bedrijfsleven als afnemer van afgestudeerden en voor de aankomende studenten.
De projectgroep kreeg de opdracht mee opleidingsprofielen op te stellen op basis van een visie op het vakgebied en de ontwikkelingen in het beroepenveld. De uitwerking van de profielen wordt gegeven in een verzameling eindtermen.
Bijlagen
Kennismanagement, het werk van de (virtuele) bibliotheek
De informatica heeft zich binnen bedrijven tot op heden met name gericht op de automatisering van de operationele processen werkend met gestructureerde informatie. Het zwaartepunt van informatiemanagement. Recentelijk zijn de kenniswerkers ontdekt. Hun werkzaamheden, hun informatiegedrag, hun kennisbronnen. Documenten zijn daar vaak eindproduct en grondstof. De menselijke netwerken worden hoogstens ondersteund door ICT. Daar ligt het zwaartepunt van kennismanagement. Onvoldoende investering in de structurering van informatie en kennis heeft tot gevolg dat veel kenniswerkers niet de optimale informatie gebruiken of heel veel tijd verspillen, rondzappend van site naar site, in hyperland.
De bibliotheekwereld is door nieuwe technologiemogelijkheden de laatste 25 jaar sterk veranderd. Die verandering heeft zich op velerlei wijze gemanifesteerd. Vooral in bedrijven is de bibliotheek veranderd van bewaarplaats van boeken in een gids naar zowel interne als wereldwijde elektronische informatie, de virtual library. Onveranderd is gebleven het ontsluiten van bronnen van kennis. In dit verband is het belangrijk om over de bibliotheekfunctie te praten en de bijdrage van uit deze deskundigheid aan de oplossing van knelpunten op het gebied van het management van kennis.
Ook aan de voormalige bibliotheekopleidingen zijn deze veranderingen goed te zien. Nog steeds staat centraal het beheren van het gemeenschappelijk geheugen, de vastgelegde kennis van de mensheid, de samenleving of het bedrijf. Ongeacht de kennisdrager, van papier tot elektronisch. In het kernvakgebied storage en retrieval wordt gebruik gemaakt van bewezen gereedschap als classificatie en thesaurus. Daarnaast aandacht voor actuele problemen en mogelijke verbeteringen op het gebied van het zoeken in vrije tekst systemen. Niet perfecte zoekresultaten, het dilemma van recall en precision veroorzaakt door de dubbelzinnigheden in de natuurlijke taal. Ook nieuwere technieken worden ingezet, zoals de bouw van kennissystemen. Deze kennisordening wordt belangrijker naarmate de multimediale informatie verder oprukt. ICT gericht op de toepasbaarheid in bedrijven speelt een grote rol binnen de opleiding. Business intelligence, patentinformatie, infomapping, corporate intelligence systemen en retrievalsoftware als Verity Topic staan al jaren op het programma. Onderdelen en voorlopers van kennismanagement. En sinds kort intranet. Tevens is de verpakking veranderd. Landelijk en ook op de Haagse Hogeschool niet meer een opleiding BDl, Bibliotheek en Documentaire Informatie naar sinds september 1996 lDM, Informatie Dienstverlening en -Management. Dit was nodig omdat de beeldvorming van de bibliotheek trager veranderde dan de werkelijkheid.
De verandering van samenleving en werk gaat voort. De informatie- en kennissamenleving krijgt verder vorm. Wijers, Ritzen en Van Aartsen hebben samen de nota “Kennis in beweging” uitgebracht. Het management van kennis op nationaal niveau. Het kennismanagement in relatie tot het studiehuis, de nieuwe bovenbouw voortgezet onderwijs is in een tweede bijdrage uitgewerkt.
Ook binnen de grotere bedrijven zijn interessante ontwikkelingen gestart. Doel is de kenniswerker van het bedrijf de benodigde bronnen, ongeacht aard of herkomst op zijn werkplek aan te bieden. Om dat te realiseren is samenwerking van verschillende disciplines hard nodig. Samen, informatica, de bibliotheekfunctie en ook de P&O functie voor de lerende organisatie. Wat mij betreft geven we dan invulling aan kennismanagement. En wie trekt het? De bibliotheek werkt er al aan.
