Tijdens het NIOC congres zal het Instituut voor Informatie en Communicatie Technologie (ICT) van de Hogeschool Enschede haar nieuwe opleiding BI presenteren. Aansluitend willen we de aanwezigen uitnodigen over enkele thema’s te discussiëren. Hieronder een toelichting op de opleidingsvernieuwing van de Enschedese BI.
In april 1995 is een subsidieaanvraag voor vernieuwingsgelden, onder de naam Integrale Bedrijfskundige Benadering van de Informatiefunctie (IBBI), goedgekeurd door de HBO-Raad. Sinds september 1995 werkt de opleiding BI aan de volledige herziening van de opleiding qua beroepsprofiel, inhoud en onderwijsaanpak. Zij worden ondersteund door Texas Instruments Software en James Martin Company Nederland (JMC).
Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen die tot deze opleidingsvernieuwing hebben geleid:
1. Het BI-beroepsprofiel is landelijk gezien aan herziening toe. Geluiden vanuit visitatiecommissie, bedrijfsleven en HBO-platformen op infomaticagebied wijzen hier op.
2. De CASE-techniek lijkt thans in een volwassen stadium te verkeren. CASE-tools doen steeds meer hun intrede in het bedrijfsleven. Met name I-CASE-tools bieden de principiële mogelijkheid om code automatisch te genereren.
3. Zowel bij docenten als studenten van de Enschedese BI was er behoefte aan een nieuwe samenhangende visie op beroepsprofiel, eindtermen, onderwijsaanpak, etc.
4. Piekbelasting en leegloop, sterk wisselend lesbezoek, weinig transfer van kennis, onvrede over de onderwijsprojecten leiden tot het idee dat de onderwijs-organisatie en -methode voor verbetering vatbaar waren.
Het IBBI-project leverde na langdurige discussies een gemeenschappelijke visie op de opleidingsdoelen van Bedrijfskundige Informatica op. IT wordt hierbij gezien als enabler voor procesuitvoering en procesbesturing binnen bedrijven. Dit geldt voor alle bedrijven en met name voor de administratieve en bestuurlijke processen van bedrijven. Bl’ers dienen hiervoor de processen en de systemen te ontwikkelen. Het ontwikkelen van IT -systemen ten behoeve van deze processen zal plaatsvinden met I-CASE-tools. De aandacht zal daardoor verschuiven van de realisatiefase (programmeren) naar de modelleer- en ontwerpfase.
Op basis van deze visie zijn keuzes gemaakt:
1. Het landelijk ontwikkelde Bk/i-profiel is door Enschede geadopteerd en wordt met behulp van IBBI deels ingevuld.
2. De I-CASE-tool COMPOSER van Texas Instruments Software b.v. wordt als rode draad in het onderwijs voor de stage ingevoerd. Als RDBMS wordt ORACLE gebruikt.
3. Omdat meerdere modules gebruik maken van dezelfde kernmethode en tools is er behoefte aan afstemming van begrippenkader. Deze ‘gemeenschappelijke semantiek’ is in ontwikkeling. Ze wordt vooral ontleend aan het begrippenkader van IEM.
4. De opbouw van het curriculum voor de stage is uitgekristalliseerd. Bedrijfskunde en Informatica hebben daarin een duidelijke eigen plaats. Integratie en toepassing van deze kennis vindt plaats in een zogenaamde ‘modelleerstroom’ waarbij COMPOSER een grote rol speelt.
5. Met het oog op de effectiviteit is gekozen voor een aantal didactische uitgangspunten:
– voorkeur voor Probleemgeoriënteerd Onderwijs (PGO) , practica en projectonderwijs
– sterk gestuurd onderwijs in het begin, na de stage meer individueel en zelfstandig
– niet meer dan 3 of 4, sterk geïntegreerde, modules tegelijkertijd
– afstemming tussen modules (planning, studietaken, cases)
De ontwikkeling van modules die aan deze didactische voorwaarden voldoen is thans in volle gang.
Tijdens de lezing zal de actuele stand van zaken worden toegelicht. Ook zullen de gereedgekomen modules worden besproken en de eerste praktijkervaringen worden gepresenteerd. In de discussie willen we vooral de didactische aspecten aan bod laten komen.
AI gaan de ontwikkelingen nog zo snel, de SvC achterhaalt ze wel! – “Instrumenten om het curriculum actueel te houden”
De School voor Communicatiesystemen (SvC) leidt bruggenbouwers op die bedrijfsprocessen ondersteunen met elektronische communicatiesystemen. Uniek hierbij is dat de menselijke capaciteiten en behoeften centraal staan. Het werkterrein is innovatief en sterk multidisciplinair. Actuele onderwerpen zijn o.a.: Intemet, nieuwe media, het netwerk als computer, Call Centers. Het is van strategische belang dat de SvC voorop loopt in de ontwikkelingen. Een verwevenheid met het bedrijfsleven is de sleutel.
De SvC volgt de ontwikkelingen en trends en streeft erna dat het bedrijfsleven naar de SvC kijkt om hun richting te bepalen. De instrumenten om het curriculum actueel te houden zijn:
1. Contract-activiteiten
Forum is het commerciële bureau van de Faculteit. Docenten worden in gezet voor de uitvoering en ontwikkeling van cursussen op maat en met open inschrijving. Daarnaast levert Forum consultancy. Met name op het gebruik van IT in de marketing (w.o. Marketing met Intemet) heeft de SvC via Forum een visie ontwikkelt. In diverse projectgroepen participeren docenten en specialisten uit de praktijk.
Forum is een partnership aangegaan met contentprovider waarbij Forum de know how levert hoe om te gaan met Internetcommunicatie. Doel van Forum is docenten actief mee te laten te werken bij activiteiten van het bedrijfsleven en andere instellingen. Forum is niet gesubsidieerd en wordt gefinancierd uit de opbrengsten van de activiteiten. Docenten worden voor intern verrekentarief bij de diverse opleidingen ingehuurd en de specialisten uit de praktijk ontvangen een vergoeding op commerciële basis.
2. Alumni-beleid
De SvC is jong en heeft nog maar slechts 200 afgestudeerden. Deze groep groeit jaarlijks met 150. De SvC gaat een interactieve relatie aan met de alumni. Zij krijgen nascholingscursussen en gezelligheid, de SvC krijgt input over de ontwikkelingen en mikt tevens op hun collegae.
3. Participatie
Docenten participeren in belangengroepen als NGI, Nima en EMiR. Deze instellingen organiseren workshops en bedrijfsbezoeken waar de andere docenten ook aan deelnemen tegen bijzonder lage kosten. Door de participatie worden de docenten partner in de ontwikkelingen en leggen contacten met het werkveld.
4. Gastdocenten
Vanwege de modulaire opbouw van het curriculum is het goed mogelijk specialisten die in de praktijk werkzaam zijn voor een periode van 7 weken in te huren voor het verzorgen van collega’s. Ook bij de ontwikkeling van de modules worden zo nu en dan specialisten ingehuurd. Zij leveren hun bijdrage aan het actualiseren van de modules. Vanuit deze doelgroep worden tevens (part-time) docenten gerecruteerd.
5. Overige
Zal ik slechts even noemen maar niet over uitweiden.
– beroepenveldcommissie
– stage en -afstudeer
– gastsprekers
Bijlagen
Kennis maken met Neurale Netwerken
Inleiding
Er wordt een begin gemaakt met het onderwijs in Neurale Netwerken. Aan de hand van een syllabus doceren we economische toepassingen van neurale netwerken voor o.m. het hoger economisch onderwijs.
Leerdoel
. Een neuraal netwerk kunnen trainen met behulp van het programma Neuraldesk.
. Het kunnen na bouwen van een neuraal netwerk in Excel.
. Het kunnen opvragen en de invloed nagaan van de gewichtsfactoren.
Doelgroep
Iedere geïnteresseerde in neurale netwerken met een accent op de economische toepassingen.
Voorkennis
Kunnen werken met een spreadsheet programma.
Te gebruiken materiaal
1 overhead projector met scherm, 15 computers minimaal 3864MB met Windows 3.1, Neuraldesk, Excel 5, 15 syllabi
Inhoud en werkwijze
Korte theoretische inleiding.
Wat zijn neurale netwerken, waar worden ze toegepast. Wat is de filosofie achter de syllabus. Hierbij komen de volgende aspecten van neurale netwerken aan de orde:
– Parametrische en nonparametrische methoden.
– Hardware en software toepassingen
– Extrapoleren
– Patroon herkennen
– Invloeden vaststellen
Praktisch werken
Er wordt gebruik gemaakt van de syllabus neurale netwerken een eitje. Deze syllabus is ontworpen voor zelfwerkzaamheid. Zelfstandig zal uit de syllabus gewerkt worden, begeleiding is aanwezig.
De problemen die worden aangepakt zijn:
– Het oplossen van een extrapolatie probleem. Dit soort methoden wordt door banken gebruikt om de koers te voorspellen. Wij voorspellen de kooktijd van een struisvogel ei.
– Een voorspelling doen met behulp van een boolean variabele. We zullen een netwerk trainen op de harde en de zachte kooktijd van eieren. De uitkomst noodzaakt ons om het netwerk te controleren op grond van bekende gegevens.
– Om enig inzicht in de werkwijze van een neuraal netwerk te krijgen bouwen we er een na in Excel. De met behulp van Excel verkregen resultaten vergelijken we met de waarden die met behulp van Neuraldesk bepaald zijn.
– Het opvragen van de gewichtsfactoren en nagaan welke invloed die hebben op het eind resultaat. Dit wordt toegepast bij het uitwerken van enquêtes. Wij zullen dat gebruiken bij het voorspellen van school resultaten.
Bijlagen
Het doceren van Object Georiënteerde analyse, ontwerp en implementatietechnieken in het HBO-systeem
Deze lezing gaat over het belang van goed C++ onderwijs op het HBO. C++ begint steeds belangrijker te worden als programmeertaal. C++ is inmiddels een ANSI standaard waardoor compatibiliteit tussen verschillende compilers gewaarborgd is. C++ maakt het gebruik van nieuwe programmeer technieken mogelijk zoals objecten, generieke klassen en ‘exception handling’. Hierdoor kunnen we zeer robuuste, begrijpelijke en goed te onderhouden software schrijven. Tevens maken de object georiënteerde technieken het grootschalig hergebruik van code mogelijk.
De bovenstaande voordelen gaan natuurlijk niet vanzelf. Een ongetrainde programmeur kan ook met C++ een onbegrijpelijk brei van code produceren. Daarom is een goede training ook belangrijk.
De meeste lessen in C++ programmeren richten zich vooral op de kenmerken van de taal. Er wordt nauwelijks of geen aandacht besteed aan het goed ontwerpen van software terwijl dit zo belangrijk is voor de kwaliteit van de uiteindelijke software. Een goed ontwerp is het halve werk.
Om de kwaliteit van software te bepalen gebruiken we de volgende criteria:
– Begrijpelijkheid (Hoe makkelijk is de C++ code te begrijpen, te gebruiken en te veranderen?)
– Overdraagbaarheid (Draait de C++ code zonder problemen in andere software- en hardware omgevingen?)
– Herbruikbaarheid (Hoe goed zijn klassen in nieuwe toepassingen te gebruiken?)
– Robuustheid (Zijn klassen bestand tegen abnormale omstandigheden?)
– Uitwisselbaarheid (Zijn klassen makkelijk te koppelen aan andere klassen of applicaties?)
– Efficiency (Maakt de code optimaal gebruik van hardware of andere hulp bronnen?)
Om aan de bovenstaande kwaliteitscriteria te voldoen zijn diverse ontwerp technieken bedacht. Eén daarvan is de zogenaamde OMT techniek van Rumbaugh. Het blijkt dat voor grote projecten de OMT methode niet toereikend is. Het systeem moet opgedeeld worden in kleinere subsystemen die elk als een soort ‘Blackbox’ beschouwd worden met een aantal ingangen en uitgangen. Elk subsysteem kan dan weer verder verdeeld worden in subsystemen totdat het subsysteem klein genoeg is voor de OMT methode. Een bijkomend voordeel van subsystemen is dat je een aantal studenten een groot project kan geven die ieder een subsysteem uitwerken. Uiteindelijk vormen die subsystemen tezamen een werkend geheel.
Er zijn ook programmeer technieken ontworpen om de kwaliteit van software te verbeteren genaamd ‘Design Patterns’. Het blijkt dat in software vaak twee totaal verschillende dingen een zelfde programmeer oplossing hebben. Het herkennen van die oplossing kan een hoop tijdwinst opleveren want je hebt het al eens een keer gedaan. Bovendien bevorderd ‘Design Patterns’ de communicatie tussen programmeurs en ontwerpers. Als de ontwerper zegt dat het probleem opgelost kan worden met dit ‘pattern’ dan weet de programmeur gelijk wat er bedoeld wordt.
Het blijkt dat het ontwerp één van de belangrijkste fasen is in een software project. Als het ontwerp goed is dan is het niet zoveel werk meer om dit te implementeren in C++. Helaas wordt er op scholen vaak niet genoeg aandacht besteed aan het ontwerp van software waardoor software projecten uitlopen op een brei van code waar niemand meer wat van begrijpt.
Bijlagen
Vormgeving en ontwerp van interactie· onderwijs en praktijk
Deze forumdiscussie, georganiseerd door de Sector Informatica van de Haagse Hogeschool, heeft ten doel van gedachten te wisselen over de relevantie van een aparte opleidingsvariant Vormgeving en ontwerp van InterAktie (VIA) in het veld van hbo-i-opleidingen. Bovendien willen we ideeën over de invulling over zo’n opleidingsvariant toetsen aan die van anderen. In het forum zitten naast mensen van het onderwijs ook mensen uit de praktijk van de multimediabedrijfswereld.
Om de discussie te openen zullen drie medewerkers van de Sector Informatica van de Haagse Hogeschool die nauw betrokken zijn bij de ontwikkeling van de VIA-opleiding, na een korte inleiding een vraag of stelling voorleggen aan de leden van het forum.
Inleiders:
– Ruud Aarbodem, docent, over het profiel van de VIA-afgestudeerde: een communicatiebrug tussen de verschillende disciplines in het traject van user interfaces ontwerpen en ontwikkelen.
– Henk Zweers, docent, over één van de inhoudelijke kernpunten van VIA: voor en met gebruikers ontwikkelen – een methodische aanpak.
– Marijke van Biezen: projectleider VIA, over de onderwijskundige aanpak: student- èn profielgericht onderwijs.
Bijlagen
Het curriculum van het hoger IT onderwijs is (hopeloos?) verouderd: Hoog tijd voor meer focus op besturing!
De toepassing van IT binnen organisaties verandert in hoog tempo. Outsourcing, cloudcomputing, de splitsing in demand en supply en de opkomst van services en regieorganisaties hebben grote impact op de rol van IT binnen organisaties. En dus ook op de vereiste competenties van medewerkers!
Het hoger onderwijs verandert niet snel genoeg! De nadruk ligt te veel op IT-competenties uit het verleden en te weinig op die van de toekomst.
Studenten hebben meer kennis nodig van vakgebieden zoals architectuur, business cases, compliance, portfoliomanagement, programmamanagement en governance. Sommige opleidingen lopen voorop en besteden hier al aandacht aan zij het op een versnipperde wijze.
Samenhang is vereist om de materie aan de studenten over te brengen. De besturingsparaplu helpt hierbij. Dit artikel gaat in op de besturingsparaplu en toont met een praktijkvoorbeeld hoe u uw curriculum op een samenhangende manier kunt aanpassen aan de eisen van de huidige en toekomstige praktijk.
Bijlagen
Van Informatica naar Software Engineering
Informatica is een van de snelst veranderende disciplines. De gevolgen van de veranderingen zijn overal zichtbaar, en vragen voortdurend om het bijhouden van kennis op dit vakgebied. Uit de praktijk blijkt dat alleen kennis van de bouwstenen van Informatica, zoals programmeren en databases, niet meer voldoende is. Veel meer moeten de studenten in staat zijn om de samenhang te zien binnen de complexe processen van software ontwikkeling, daarbij wordt ook nog eens verwacht dat ze de activiteiten kunnen plaatsen in het geheel, iets dat nu nog vaak ontbreekt. Een heroriëntering van het Informatica curriculum naar een Software Engineering curriculum probeert dit gat te dichten, waarbij de internationale standaard SWEBOK een erkende basis hiervoor biedt. In deze voordracht laten we zien hoe het curriculum van de afstudeerrichting Software Engineering aan de Hogeschool Utrecht is opgezet, en hoe deze opzet bekende problemen en tekortkomingen van klassieke Informatica opleidingen adresseert.
Bijlagen
Check-IT
In het licht van de groeiende internationale samenwerking tussen bedrijven in Nederland en China is het relevant dat meer studenten tijdens hun opleiding intensief kennismaken met de Chinese cultuur en manier van zaken doen. Dit geldt zeker voor studenten in het domein ICT: China is een snel groeiende markt én een land waar de innovatiekracht snel toeneemt. Echter, vooral in de ‘harde’ ICT-opleidingen (zoals technische informatica) is voor veel studenten de drempel om op eigen houtje naar het buitenland op stage te gaan nogal hoog.
Het project CHECK-IT heeft een ‘veilige, duurzame en innovatieve haven’ in China gerealiseerd in de vorm van het steunpunt en gezamenlijke werkplek , waardoor makkelijker een stage periode of minor gaan doen in China.
Bijlagen
Ambient Gaming
Nieuwe Game Consoles zoals de Wii en de Kinect stellen de gebruiker in staat op een natuurlijke manier te interacteren en te spelen met behulp van op afstand bedienbare consoles of sensoren. Input wordt geleverd door gebaren en bewegingen van de gamer of door gesproken tekst (commando’s). Ook kunnen objecten herkend worden en virtueel gemaakt worden en als onderdeel van een spel fungeren. Deze ontwikkelingen zijn mogelijk door een groot scala aan sensoren die de gebruiker observeren. Niet alleen camera’s en microfoons spelen daarbij een rol, maar ook andere sensoren zoals druk, plaatsbepaling (GPS), proximity, temperatuur etc. In het gecombineerde lectoraat Serious Game Design en Ambient Intelligence van Fontys Hogescholen bestuderen we ambient sensoren (schakelaars, drukmatten, GPS, bewegingsmelders etc.) en audio-visuele sensoren om activiteiten van mensen te meten. In onze presentatie beschrijven we het gebruik ervan voor spel, sport en bewegen en laten enkele resultaten zien. Daarnaast laten we zien hoe we samenwerken met het WO (TU/e) om een goede integratie van Bachelor en Master opleiding te verwezenlijken op het gebied van Playful Interaction o.a in een onderzoeksproject (RAAK PRO).
Bijlagen
Software Architectuur op de Hogeschool Utrecht
Geïnspireerd door het NIOC 2009 is de Hogeschool Utrecht (HU) met meer nadruk aan de slag gegaan met Software Architectuur en Onderzoek. In deze lezing licht Wiebe Wiersema (Lector Digitale Architectuur aan de HU) toe hoe er inmiddels 13 ECTS Software architectuur en onderzoek is ingebed in het Informatica onderwijs.
Het afgelopen jaar heeft een eerste groep Informatica studenten deelgenomen aan de “specialisatie software architectuur”In deze lezing wordt o.a. ingegaan op de aanpak, de leerdoelen, het curriculum en de ervaringen van het afgelopen jaar.
De spreker heeft als doel om ervaring uitwisselen. Meningen, vragen en discussie zijn dan ook van harte welkom!
