De computer verdwijnt, lang leve ambient intelligence!

De dominante, zichtbare aanwezigheid van computers is op zijn retour. De technologie die ons eens de computer bracht, raakt verweven in de alledaagse dingen en wordt onopvallend. De gewone dingen worden verrijkt met rekenkracht, krijgen sensoren waardoor ze gevoelig worden voor wat in hun omgeving gebeurt, en ze hebben een radio aan boord om onderling te communiceren.
Het resultaat is dat mensen voortdurend omringd worden met apparaatjes die zich samen bewust zijn wat er in de omgeving gebeurt: wie is er aanwezig, wat doet die persoon, wat heeft die persoon nodig, welke hulpbronnen kunnen die persoon ten dienste staan? Door karakteristieken van de aanwezige personen en hun behoeften te kennen kan de veiligheid, het comfort en de kwaliteit van leven worden verhoogd.
De omgeving past zich op een intuïtieve manier en al lerend aan de mens aan. Door op te merken hoe iemand reageert op aanpassingen in de omgeving, wat bijdraagt aan zijn veiligheid, gezondheid, wensen en behoeften, kan de omgeving zelf anticiperen en zelf initiatieven ontplooien.
Zoals de mens al eeuwen de fysieke omgeving aanpast aan zijn behoefte, brengt de mens nu intelligentie in zijn omgeving om de aanpassing te verfijnen.
Bij dit perspectief gaat het niet uitsluitend om technologie, maar komen allerlei vragen op ten aanzien van de maatschappelijke wenselijkheid en ethische en juridische aspecten.


Bijlagen

2011_VanLeeuwen_proceedings.pdf

2011_VanLeeuwen_handout.pdf

Tien open problemen in de studie van rekenen en informatie

Een vakgebied is pas volwassen als je helder kunt zeggen wat je niet weet. In de afgelopen decennia heeft de informatica zich ontwikkeld van een hulpwetenschap voor de constructie van computers tot een scharnier-discipline die bijna alle wetenschapsgebieden met elkaar verbindt. Er is bijna geen wetenschapper of hij verzamelt data. Veel wetenschappers zien informatica toch nog als een soort ondersteunende discipline. Vaak heb ik de afgelopen jaren tegenover collega’s het standpunt verdedigd dat informatica toch echt een serieuze wetenschap is met hele diepe centrale problemen. Oh Ja! Welke problemen dan? Was vaak het antwoord. Voor mijn eigen plezier heb ik daarom een lijst gemaakt met fundamentele problemen in de studie van informatie en rekenen. Bij toeval kwam ik exact op 10 problemen uit, hoewel ik me vrij voel om er in de toekomst eentje bij te zetten of af te halen. Ik heb ze gerangschikt naar moeilijkheidsgraad. Het eerste probleem (Wat is een goede maat voor betekenisvolle informatie?) lijkt me oplosbaar, bij het tiende probleem (P = NP?) hebben we niet eens een idee waar te beginnen. In mijn lezing zal ik de lijst presenteren, de samenhang tussen de verschillende problemen toelichten en het verband met mijn eigen research naar betekenisvolle informatie bespreken. De lijst staat op: http://staff.science.uva.nl/~pietera/open_problems.html.


Bijlagen

2011_Adriaans_handout.pdf

Open ICT onderwijs: écht leren

Met open onderwijs verwijzen we naar het gebruik van ‘open educational resources’ – bronmateriaal dat vrij mag gebruikt, aangepast en verspreid worden. Voor het verspreiden, vinden en aanwenden van dergelijk materiaal hebben we met de ARIADNE stichting een wereldwijde technische infrastructuur uitgewerkt. Gaandeweg hebben we zo de schaarste aan leermateriaal vervangen door een overvloed die als motor van onderwijsinnovatie begint te werken. Een aantal voorbeelden uit de praktijk zullen deze evolutie illustreren.
Maar ‘open’ slaat ook op een aanpak waarbij de studenten niet worden afgeschermd van de ‘echte wereld’, maar integendeel werken aan realistische problemen. Daarbij is het erg belangrijk dat ze zelf hun weg vinden in het ontwikkelen van oplossingen voor onduidelijk gestructureerde problemen. Vaak proberen we de studenten in contact te brengen met reële eindgebruikers. Bij de activiteiten maken de studenten gebruik van mainstream platformen voor communicatie (blogs, facebook, twitter, …), waarbij ook interactie met geïnteresseerden buiten de cursuscontext wordt aangemoedigd en aangewend in de leeractiviteiten. Dit zal ik concreet illustreren met voorbeelden uit mijn eigen doceerpraktijk.


Bijlagen

2011_Duval_handout.pdf

Het HBO-I en het samenwerkingsverband ICT-onderwijs & bedrijfsleven

Binnen enkele jaren worden aanzienlijke tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verwacht, ICT’ers zijn nodig om het noodzakelijke innovatievermogen te realiseren, met de toepassing van ICT in economie en maatschappij. Meer jongeren moeten worden gestimuleerd om te kiezen voor hun toekomst met ICT, een toekomst die uitdagend en perspectiefvol is. Om dat te bereiken zal het imago dat jongeren, hun ouders en decanen van ICT hebben, moeten worden verbeterd.
Het ICT-onderwijs werkt al jaren aan een hogere aantrekkelijkheid van de opleidingen, en het ICT-bedrijfsleven ontplooit verschillende activiteiten om jongeren te interesseren voor een toekomst met ICT.
Nu is een volgende stap gezet met de oprichting van een strategisch samenwerkingsverband. (www.HBO-I.nl). Het is voor het eerst dat een zo brede coalitie is gevormd om dit probleem aan te pakken. De doelstelling ligt bij het vergroten van de instroom en het verminderen van de uitval uit het onderwijs, het verbeteren van de doorstroom en een versterking van de aansluiting van het ICT-onderwijs op het ICT-bedrijfsleven.
Alleen door samenwerking kan Nederland de ambitie waarmaken te behoren tot de top vijf kenniseconomieën van de wereld. In deze samenwerking wordt een dringend beroep gedaan op het HBO-I, als invloedrijke en deskundige partner. Dat vraagt veel van ons.
In de presentatie wordt toegelicht hoe en waarom dit samenwerkingsverband ontstaan is. Wat is de visie van het HBO-I op dit samenwerkingsverband en hoe gaat het HBO-I bijdragen om de ambities van dit samenwerkingsverband waar te maken.


Bijlagen

2011_Jansen_1_handout.pdf

Bedrijfsleven en onderwijs: “een paar apart”

Er is veel behoefte aan afgestudeerde professionals die snel inzetbaar zijn in de ICT. In Nederland zijn de bedrijven aan de aanbodzijde van ICT verenigd in ICT~Office en aan de vraagzijde (gebruik van ICT voor de business) in het CIO Platform. Vooral op het gebied van het aanbod van opleidingen en om ervoor te zorgen dat de studenten de keuze maken voor ICT, is er een gezamenlijk belang van deze twee verenigingen. Samen werken meer dan zestig procent van de ICT’ers bij de aangesloten organisaties van deze twee verenigingen. In de presentatie zal helder worden gemaakt waarom samenwerken essentieel is en wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen de aanbod- en vraagzijde van ICT. Kortom: Een inspirerende bijdrage waarin we aangeven dat we graag samen met het onderwijs de kwaliteit van ICT-opleidingen willen verbeteren en hoe we hierin samen kunnen acteren. Een mooi voorbeeld geven de verenigingen zelf al door hun strategische samenwerking met(relevante organisaties in) het ICT-onderwijs.
Bijzonderheden:
Het is de eerste keer is dat zowel de vraagzijde van ICT (CIO Platform Nederland) als aanbodzijde (ICT~Office) als partijen aanwezig zijn, die overheid en bedrijfsleven vertegenwoordigen.
Bart en Foppe gaan in hun plenaire bijdrage het belang van deze samenwerking voor alle partijen adresseren. Het is een duo-presentatie die energie zal losmaken bij de aanwezigen omdat het bedrijfsleven en overheid vaak de “afnemer” is van de opgeleiden.


Bijlagen

2011_Vogd_ea_handout.pdf

Digitale openheid in alle onderwijs, ook in Informatica

Met de komst van Internet is de kiem gelegd voor digitale openheid van allerlei bronnen, of het nu gaat om software (open source), wetenschappelijke publicaties (open access), creatief werk (open content) of leermaterialen (open educational resources). Wat betreft OER is een wereldbeweging op gang gekomen met MIT die vanaf 2001 al haar cursusmaterialen vrij (gratis) online toegankelijk heeft gemaakt. Momenteel zijn er bijna 200 instellingen voor hoger onderwijs uit de hele wereld lid van het OpenCourseWare Consortium. Nederland zit als land, na een eerste project van de OU in 2006, in de OER-voorhoede met het vijfjarige Wikiwijs Programma, dat beoogt om in alle onderwijssectoren OER leidend te laten worden. Ook in de Verenigde Staten is inmiddels een nationaal programma opgezet voor community colleges van aanzienlijke omvang en waar alle leermaterialen OER zullen zijn.
Wat betekent dit voor het onderwijs, voor de docenten en voor de studenten en de leerlingen? Wat zijn de belangrijkste kansen en bedreigingen, de pluspunten en de knelpunten? Hoe zit het met de verantwoordelijkheid van instellingen en de overheid om de digitale openheid ook duurzaam te maken? Aan de hand van casuïstiek, zoveel mogelijk betrokken op informatica-onderwijs, wordt het speelveld geïllustreerd en geëxploreerd. Dit betreft het OpenER-project, de Spinozareeks, de Free Technology Academy en OpenU van de OU, het OpenCourseWare project van de TU Delft, de Netwerk Open Hogeschool voor Informatica (OU en diverse hogescholen), VO-Content in het voortgezet onderwijs, de Groene Kennis Coöperatie, de SURF Special Interest Group en natuurlijk Wikiwijs. De presentatie eindigt met een schets van mogelijke toekomstscenario’s in (inter)nationaal perspectief.


Bijlagen

2011_Mulder_handout.pdf

Het curriculum van het hoger IT onderwijs is (hopeloos?) verouderd: Hoog tijd voor meer focus op besturing!

De toepassing van IT binnen organisaties verandert in hoog tempo. Outsourcing, cloudcomputing, de splitsing in demand en supply en de opkomst van services en regieorganisaties hebben grote impact op de rol van IT binnen organisaties. En dus ook op de vereiste competenties van medewerkers!
Het hoger onderwijs verandert niet snel genoeg! De nadruk ligt te veel op IT-competenties uit het verleden en te weinig op die van de toekomst.
Studenten hebben meer kennis nodig van vakgebieden zoals architectuur, business cases, compliance, portfoliomanagement, programmamanagement en governance. Sommige opleidingen lopen voorop en besteden hier al aandacht aan zij het op een versnipperde wijze.
Samenhang is vereist om de materie aan de studenten over te brengen. De besturingsparaplu helpt hierbij. Dit artikel gaat in op de besturingsparaplu en toont met een praktijkvoorbeeld hoe u uw curriculum op een samenhangende manier kunt aanpassen aan de eisen van de huidige en toekomstige praktijk.


Bijlagen

2011_Smits_ea_proceedings.pdf

2011_Smits_ea_handout.pdf

Van Informatica naar Software Engineering

Informatica is een van de snelst veranderende disciplines. De gevolgen van de veranderingen zijn overal zichtbaar, en vragen voortdurend om het bijhouden van kennis op dit vakgebied. Uit de praktijk blijkt dat alleen kennis van de bouwstenen van Informatica, zoals programmeren en databases, niet meer voldoende is. Veel meer moeten de studenten in staat zijn om de samenhang te zien binnen de complexe processen van software ontwikkeling, daarbij wordt ook nog eens verwacht dat ze de activiteiten kunnen plaatsen in het geheel, iets dat nu nog vaak ontbreekt. Een heroriëntering van het Informatica curriculum naar een Software Engineering curriculum probeert dit gat te dichten, waarbij de internationale standaard SWEBOK een erkende basis hiervoor biedt. In deze voordracht laten we zien hoe het curriculum van de afstudeerrichting Software Engineering aan de Hogeschool Utrecht is opgezet, en hoe deze opzet bekende problemen en tekortkomingen van klassieke Informatica opleidingen adresseert.


Bijlagen