Exameninstituut EXIN ziet voor de toekomst een toenemende vraag naar certificering van ITcompetenties. Dat gaat verder dan alleen over aantoonbare kennis, het gaat ook over vaardigheden en houding. Men wil duidelijk kunnen meten of de IT‐professional daadwerkelijk kan wat hij zegt dat hij kan. Binnen IT‐projecten weet men dat de kans op succes het grootst is als er gecertificeerde IT‐professionals bij betrokken zijn. Het meetbaar maken èn erkennen van competenties gaat in de toekomst een grote rol spelen. Bernd Taselaar ging hierop in tijdens NIOC2013.
IT-professional
Het huidige IT‐onderwijs leidt studenten op tot een startkwalificatie. Wanneer deze student gaat participeren op de arbeidsmarkt is hij vaak niet gespecialiseerd. Het eisenpakket voor het huidige onderwijs is vastgelegd in het HBO‐I‐raamwerk waarvan alle hbo‐ICT‐opleidingen zijn afgeleid. In het IT‐bedrijfsleven worden andere raamwerken met andere eisen gebruikt zoals: European e‐Competence Framework, Skills Framework for the Information Age en de Open Group IT Specialist Certification.
Bijlagen
HP Instituut E-skills
De ontwikkelingen in de ICT gaan razendsnel. Bedrijven willen en moeten profiteren van de nieuwste ontwikkelingen om voorop te blijven lopen. Organisaties verwachten van de afgestudeerden dat ze klaar zijn voor de markt en kennis en ervaring hebben met de nieuwste ICT-oplossingen. Hewlett Packard (HP) biedt oplossingen voor de gehele ICT‐infrastructuur en deelt deze kennis nu via het HP Institute‐programma. Een volledig uitgewerkt lesprogramma met certificeringen, dat aansluit bij de eisen van werkgevers in de ICT. Het HP Institute‐programma wordt aangeboden in samenwerking met Certiport, de wereldwijde leverancier van certificeringen.
Bijlagen
Themasessie: Functies, vrouwen en mannen in informatica
Inleiding
Vrouwen en mannen nemen geheel verschillend deel aan informatica. Er oefenen veel minder vrouwen dan mannen een informaticaberoep uit. In de ‘harde’ informaticaberoepen zijn nauwelijks vrouwen te vinden. In deze beleidssessie zal worden bekeken welke veranderingen gunstig zouden kunnen zijn om het beeld van informatica te veranderen. In deze sessie zullen drie thema’s worden besproken.
Vormgeving van de sessie
Het publiek zal worden uitgedaagd om de opponenten door middel van vragen en opmerkingen naar elkaar toe te praten. De opponenten zullen op afstand worden geplaatst. Het publiek zal bepalen of ze stappen in elkaars richting mogen zetten.
Thema 1: Is informatica goed voor vrouwen?
De stellingen die in thema 1 besproken worden zijn:
– Aannemend dat alle randvoorwaarden voor vrouwen optimaal zijn, dan zullen vrouwen op dit moment toch niet op grote schaal kiezen voor een informaticaberoep.
– Aannemend dat alle randvoorwaarden voor vrouwen optimaal zijn, dan zullen vrouwen op dit moment wel op grotere schaal kiezen voor een informaticaberoep.
In thema 1 zal uitsluitend gekeken worden naar informatica, Uitgaande van ideale sociale en culturele omstandigheden zal een hypothese geformuleerd worden of en op welke wijze informatica veranderd moet worden, wil informatica goed zijn voor mannen en vrouwen.
Thema 2: Zijn vrouwen goed voor informatica?
De stellingen die in thema 2 besproken worden zijn:
Het is goed voor informatica dat vrouwen zich vooral richten op een gelijkwaardige participatie in die beroepen, waar informatica geïntegreerd wordt. Het streven om ook gelijkwaardig te participeren in de ‘harde’ informaticaberoepsgroepen is weinig effectief en is verloren energie.
Het is goed voor informatica dat er naar gestreefd wordt dat vrouwen in alle beroepssectoren van informatica in gelijke aantallen als mannen participeren.
Uitgaande van de hypothese van de COMBO (commissie beroepsontwikkeling) dat de ‘harde’ informaticaberoepen maar procentueel een gering deel van de informaticaberoepen zullen zijn, wordt bekeken of het nog wel wenselijk is dat gestimuleerd wordt dat vrouwen in alle informaticaberoepen participeren.
Thema 3: Hoe moet informatica-onderwijs er in de toekomst uitzien?
Afhankelijk van de uitspraken in de thema 1 en thema 2 zal er een profiel van toekomstig informatica-onderwijs worden geschetst.
Bij dit schetsen zal er een bijdrage worden gevraagd van alle sessiedeelnemers.
Bijlagen
Themasessie: Wie loopt voorop? Regulier of niet-regulier onderwijs?
Stellingen
– De samenwerking tussen het reguliere en het niet-reguliere informatica onderwijs is tot nu toe onvoldoende. Er dient meer afstemming plaats te vinden.
– Zwaartepunten van het niet-reguliere onderwijs zijn met name actualiteit, praktijkgerichtheid en directe toepasbaarheid.
– Het reguliere onderwijs kenmerkt zich door diepgang, breedte en een langere opleidingstermijn.
– Voor het niet-reguliere onderwijs is aanpassing aan recente ontwikkelingen op het vakgebied een harde eis; voor het reguliere onderwijs is dit van minder belang.
Toelichting
Zolang er zowel regulier als niet-regulier informatica onderwijs wordt gegeven worden er pogingen ondernomen om deze beide stromen ten opzichte van elkaar te positioneren. Enkele, vrij traditionele opvattingen, zijn bijvoorbeeld:
– Het reguliere onderwijs houdt zich bezig met opleiden en het niet-reguliere onderwijs met scholing en training.
– Bij innovatieactiviteiten zal het niet-reguliere onderwijs vooroplopen, het reguliere onderwijs zal volgen.
– Het reguliere onderwijs maakt eerder gebruik van in het niet-reguliere onderwijs ontwikkelde producten zoals lesmateriaal, dan omgekeerd.
Bovenstaande uitspraken zijn zeker niet onwaar, toch is het de vraag of juist deze uitspraken echt karakteriserend zijn voor de beide onderwijsstromen in 1992.
Bovendien zijn er een aantal recente ontwikkelingen. Misschien is wel de belangrijkste de vrij negatieve vooruitzichten van de informaticabranche. In sommige publicaties (bijvoorbeeld recent vanuit de COMBO) wordt ook een heel somber beeld geschetst van de toekomst voor de informaticus, en als afgeleide hiervan voor het informatica-onderwijs (het zou ten dode opgeschreven zijn). Gelukkig wordt deze negatieve visie niet door iedereen gedeeld. Toch lijkt een herpositionering, in het licht van maatschappelijke ontwikkelingen, van het informatica-onderwijs in het algemeen, en van het reguliere ten opzichte van het niet-reguliere onderwijs in het bijzonder, noodzakelijk.
Bijlagen
Themasessie: Kwaliteit en professionaliteit
Stellingen
– Bij het ontwikkelen van informatica-opleidingen moet worden uitgegaan van beroepsprofielen die representatief zijn voor de beroepspraktijk van nu en in de nabije toekomst.
– De docent en/of de ontwikkelaar van informatica-opleidingen dient het perspectief van de student als uitgangspunt te nemen.
– De docent van informatica-opleidingen moet niet alleen de leerstof kennen; hij of zij moet die stof ook kunnen overdragen.
– De docent én ICT ontwikkelaar van informatica-opleidingen dient de middelen te hebben om kwaliteit te kunnen leveren.
– Certificatie van opleidingsinstituten door brancheorganisaties of door onafhankelijke organen zal een beter middel zijn voor het onderscheiden van goede en slechte opleidingsinstituten/opleidingen dan de Wet Erkende Onderwijsinstellingen (WEO).
Toelichting
Studenten van de informatica-opleidingen hebben recht op kwaliteit. Om de gewenste kwaliteit waar te maken dienen opleidingen en cursussen met zorg, op een professionele wijze, te worden ontwikkeld en uitgevoerd.
Kwaliteit van informatica-opleidingen betekent in de eerste plaats dat de door studenten verkregen kennis en vaardigheden relevant is voor de beroepspraktijk. Daarbij gaat het niet alleen om datgene dat gisteren en vandaag van belang is. Informatica-opleidingen dienen zoveel mogelijk te anticiperen op ontwikkelingen die voor een nabije toekomst van belang zijn. Ook bij het ontwikkelen en uitvoeren van informatica-opleidingen is deskundigheid op het gebied van de onderwijs-/opleidingskunde gewenst. Dit stelt eisen aan docenten en ontwikkelaars. Zij zullen dan ook over de middelen moeten kunnen beschikken om aan die eisen te kunnen voldoen.
Het is noodzakelijk dat er controle is op de kwaliteit van opleidingen en cursussen. Er moet derhalve een selectiemiddel zijn om goede en slechte opleidingsinstituten van elkaar te onderscheiden.
Op grond van het voorgaande zijn een vijftal uitspraken geformuleerd. Natuurlijk vertegenwoordigen deze uitspraken niet alle aspecten van het brede terrein van kwaliteit en professionaliteit van het informatica-onderwijs.
Bijlagen
Themasessie: Gebruikersopleidingen
Stellingen
– Vraagtalen dienen niet onderwezen te worden in gebruikersopleidingen.
– Zonder gebruikersopleidingen zijn geen structureel goede systemen te ontwerpen.
– Gebruikersopleidingen zijn ten dode opgeschreven.
– Het regulier onderwijs kan geen adequate gebruikersopleiding verzorgen.
– Gebruikersopleidingen zijn maatwerk.
Toelichting
De term gebruikers wordt op dit moment in de informatica wereld op verschillende manieren uitgelegd. Zowel volledig opgeleide automatiseerders, als beginnende administratieve medewerkers met een PC op het bureau worden als gebruiker benoemd. In deze samenspraaksessie wordt het begrip gebruikers beperkt tot diegenen die de feitelijke eindgebruiker van een applicatie zijn. Ontwikkelaars worden hier dus niet als gebruikers gezien.
Te constateren valt, dat de opleiding van de eindgebruikers voor een groot deel afhankelijk gesteld kan worden van het inzicht in het belang van het werk van die gebruikers bij het management. Dit zou oorzaak kunnen zijn van een groei in gebruikersopleidingen. Daarnaast valt echter te verwachten dat veel gebruikers tijdens hun reguliere opleiding al op voldoende wijze hebben kennis gemaakt met informatica. Gebruikersopleidingen zullen dus hun noodzaak verliezen.
Mogelijk kan het zo zijn dat verandering van opzet en inhoud van gebruikersopleidingen er voor zorgt dat er over een aantal jaren alleen nog maar gebruikers worden opgeleid. Maar eventueel is het zo dat door een verregaande voortgang in gebruikersvriendelijkheid er binnenkort geen enkele gebruiker nog behoefte aan opleiding heeft.
Tijdens de themasessie wordt op deze en andere aspecten van gebruikersopleidingen ingegaan.
Bijlagen
Themasessie: Docentenopleidingen en didactiek
Toelichting
1. Er zijn onderhand tal van docenten die onderwijs en opleidingen verzorgen in het breed te beschouwen vakterrein ‘informatica’, zowel in de reguliere als in de niet-reguliere sector. Een formele bevoegdheid hiervoor ontbreekt Wel zijn er diverse voorbeelden van scholingsprojecten volgens twee hoofdscenario’s: in de praktijk werkzame informatici krijgen een additionele didactische training, of docenten in andere vakken krijgen een aanvullende inhoudelijke scholing. Sinds enige tijd zijn daar volledige docentenopleidingen bijgekomen, verzorgd door de lerarenopleidingsinstituten. Wat is hier het verdere perspectief?
2. Jarenlang is er intensief en op allerlei niveaus gedebatteerd over wat er moet worden onderwezen op het gebied van informatica. Deze discussie loopt uiteraard door, maar het wordt tijd dat er meer aandacht komt voor de hoe-vraag, voor de didactiek van het vak. Wat zijn wat dit betreft goede aanknopingspunten, waarvan kunnen we leren om de informaticadidactiek vooruit te helpen?
3. Docentenopleidingen en didactiek zijn nauw met elkaar verweven. Docenten kunnen niet worden opgeleid als er geen ruimte is voor de vakdidactiek, terwijl er vanuit de opleidingspraktijk heel concrete didactische vragen opduiken en impulsen komen voor de verdere ontwikkeling van informaticadidactiek.
Procedure en uitspraken
Er zijn drie subthema’s gekozen, waarop steeds twee opponenten elkaar zullen ‘bestrijden’. Per subthema zullen pleidooi plus tegenpleidooi en de daaropvolgende groepsdiscussie moeten leiden tot uiteindelijk één uitspraak, onderschreven door het merendeel van de op de themasessie aanwezige congresdeelnemers.
Subthema 1: didactiek
uitspraak 1.1 Informatica moet gedoceerd worden als bètavak
versus
uitspraak 1.2 Informatica moet gedoceerd worden als gamma-vak
Subthema 2: opleiding
uitspraak 2.1 Het tekort aan informaticadocenten kan het beste bestreden worden door informatici didactische vaardigheden bij te brengen
versus
uitspraak 2.2 Het tekort aan informaticadocenten kan het beste bestreden worden door docenten in andere vakken bij te scholen in de informatica
Subthema 3: hulpmiddelen
uitspraak 3
Het gebruik van computers in het informatica-onderwijs zou eerder minder dan meer moeten worden.
Bijlagen
Literate programming in het onderwijs
Het is gebruikelijk om gestructureerd programmeren te onderwijzen met behulp van stapsgewijze verfijning. Maar de werkstukken die studenten inleveren bestaan uit gecompleteerde programma’s en de toegepaste verfijningen moeten daar als het ware uit worden ge-‘parsed’.
Het zou veel overzichtelijker zijn om omgekeerd te werken: documenteer de verfijningen en genereer daaruit de programmafiles. Knuth heeft deze benadering ‘Iiterate programming’ genoemd.
Bijlagen
De atomaire productkwaliteit van informatiesystemen
De laatste tien jaren is de interesse van opleidingsinstituten en ondernemingen verschoven van de programmeerkunst naar relationele databases, case tools en dergelijke. Toch wordt er in ongeveer tien procent van de gestarte nieuwbouwprojecten geen informatiesysteem opgeleverd en de kosten van het testen en onderhouden van ‘geslaagde’ systemen neemt grote vormen aan. De kunst van het specificeren/programmeren dient weer in ere te worden hersteld.
