Vormgeving en ontwerp van interactie· onderwijs en praktijk

Deze forumdiscussie, georganiseerd door de Sector Informatica van de Haagse Hogeschool, heeft ten doel van gedachten te wisselen over de relevantie van een aparte opleidingsvariant Vormgeving en ontwerp van InterAktie (VIA) in het veld van hbo-i-opleidingen. Bovendien willen we ideeën over de invulling over zo’n opleidingsvariant toetsen aan die van anderen. In het forum zitten naast mensen van het onderwijs ook mensen uit de praktijk van de multimediabedrijfswereld.
Om de discussie te openen zullen drie medewerkers van de Sector Informatica van de Haagse Hogeschool die nauw betrokken zijn bij de ontwikkeling van de VIA-opleiding, na een korte inleiding een vraag of stelling voorleggen aan de leden van het forum.
Inleiders:
– Ruud Aarbodem, docent, over het profiel van de VIA-afgestudeerde: een communicatiebrug tussen de verschillende disciplines in het traject van user interfaces ontwerpen en ontwikkelen.
– Henk Zweers, docent, over één van de inhoudelijke kernpunten van VIA: voor en met gebruikers ontwikkelen – een methodische aanpak.
– Marijke van Biezen: projectleider VIA, over de onderwijskundige aanpak: student- èn profielgericht onderwijs.


Bijlagen

Investeer in kennis met een lange halfwaardetijd

Het is jammer, maar beroepsmatige kennis, ook die van informatici, heeft een halfwaardetijd. Opgeslagen in databases, in de hoofden van mensen of in de vorm van handleidingen en schema’s … het veroudert vanzelf. De snelheid waarmee inhoudelijke kennis onbruikbaar wordt, is omgekeerd evenredig met de rijpheid van een technologie. Bij oude en stabiele technologieën heeft de bijbehorende kennis een lang leven – de timmerman van 500 jaar terug kan nu zo aan de slag. De informatietechnologie is echter een jonge technologie: kennis daarover heeft daarom een korte halfwaardetijd. Automatiseringskennis van 15 of zelfs 5 jaar terug is al verouderd. En dat blijft ook zo; de instrumenten en concepten evolueren nog steeds snel. Minstens drie wezenlijk nieuwe ontwikkelingen zijn in aantocht: intelligente apparaten en agents, kennissystemen die kunnen omgaan met natuurlijke taal en fuzzy logic, en tenslotte de verwebbing van informatie, applicaties en interfaces. Kennis en werkervaring met ‘oude’ technieken zullen vrijwel nutteloos blijken (en soms zelfs een belemmering) om deze nieuwe mogelijkheden onder de knie te krijgen.
De vraag is echter of technische kennis het voornaamste wapen van de toekomstige informaticus zal zijn. Ongeacht de in te zetten techniek blijkt de vertaling van IT-mogelijkheden naar rendabele, operationele toepassingen het grote obstakel. De belangrijkste oorzaak is dat de beginnende informaticus een theoretisch en vertekend beeld heeft hoe informatie in de praktijk van organisaties wordt gebruikt. Een schets van de werkelijkheid:
– Informatie, ook die kristalhelder gemodelleerde informatie, is slechts een onderdeel van beslisprocessen … die onduidelijk, irrationeel en politiek-beladen zijn.
– Mensen denken niet in boomstructuren en datamodellen, maar in processen en associaties.
– Beslissers die investeringen in informatiesystemen overwegen horen graag wat zo’n systeem betekent voor hun business en waar de opbrengsten, risico’s en alternatieven liggen. Voor hen is informatie een middel, geen doel.
Veel informatici hebben deze waarheden, met vallen en opstaan, zelf langzaam moeten ontdekken. Niet zelden vervalt men daarbij in scepsis en gemopper; “allemaal weerstand” zuchten ze tegen elkaar.
Het pleit voor opleidingsvormen waarin de aankomende informaticus een beter besef krijgt van de werkelijke rol van informatie; waarin hij gestructureerd (en vooraf!) leert wat hij anders zelf fragmentarisch moet ondervinden. Hij moet ervaren, in afstudeer-opdrachten en stages, wat informatie in een business-setting betekent. Niet binnen de beschermde omgeving van een automatiseringsafdeling, maar ‘aan de kant’ van de gebruiker. Theoretische kennis over besliskunde, bedrijfspsychologie, concurrentie-strategieën en groepsprocessen kan dat ondersteunen, veel meer dan weten hoe je een datamodel precies moet normaliseren.
Dit soort kennis, over hoe organisaties werken en wat informatie(systemen) daarin voorstellen, heeft wél een lange halfwaardetijd: de mens en zijn cognitieve vermogens veranderen niet. Het komt, ongeacht de technologie, altijd van pas en maakt informatici ‘fit to their job’.


Bijlagen

IT en de toekomst

In de film IT betekent IT niet informatietechnologie. IT is een film naar het boek van Stephen King, de horrorspecialist. Nu wil ik hier niet al te zwaar onderstrepen dat het begrip Informatie Technologie, en met een nadruk op de T van Technologie, voor veel mensen horrorbeelden oproept. Wel wil ik even aanstippen dat die technologie blijkbaar niet alleen zegeningen met zich brengt. Ik wijt dit aan de mens-onvriendelijke manier waarop de informatie toegankelijk is. Het kan ook anders. Ik pleit dan ook voor technologie, informatie- en communicatietechnologie, waarbij je van de technologie weinig of niets merkt, die voor de gebruiker (niet voor de ontwerper!) logisch in elkaar zit en die intuïtief bruikbaar is.
In een oud ziekenhuis raakte iedereen ondanks de intensieve tussenkomst van receptionistes de weg kwijt. Dit ziekenhuis was in de loop der jaren zo gegroeid omdat verschillende architecten de bestaande gebouwen steeds op een (voor hun) logische manier hebben uitgebreid. Met deze bouwkundig logische uitbreidingen ging steeds meer de logica voor patiënten, medewerkers en bezoekers verloren. In plaats van een nieuwe bewegwijzering begon het ziekenhuis met een aantal interne verhuizingen zodat de indeling logisch en intuïtief werd. Bezoekers, medewerkers en patiënten zijn nu niet meer afhankelijk van anderen en ergeren zich niet langer paars.
Was in dit ziekenhuis de bezoeker afhankelijk van een gedienstige, zo was het zonder een pompbediende ook onmogelijk auto te rijden. De pompen zijn intussen zo gebruikersvriendelijk geworden dat automobilisten al jaren zelf hun auto’s vullen. Technisch is het mogelijk. Er zijn al macro’s die het zoekgedrag van managers observeren. Er zijn al interactieve computerprogramma’s gebaseerd op psychologische inzichten. Met de combinatie van deze technieken voorzie ik dat op korte termijn managers hun informatiebehoefte zonder tussenkomst van de informatietechnologie kunnen bevredigen.


Bijlagen

Informatica in de vernieuwde tweede fase

Het vak informatica verdient een plaats. Het vak – hoewel het niet kan bogen op een traditie in het voortgezet onderwijs – kan vermoedelijk rekenen op een warme belangstelling van leerlingen als ze in vrije ruimte een keuze gaan maken.
Noodzakelijk is de grondslag te leggen middels een funderende module in leerjaar drie, voordat de echte profielkeuze zal plaatsvinden. Of je nu spreekt van funderende module of van elektronisch rijbewijs is niet zo belangrijk.
Het vak informatica moet het mogelijk gemaakt worden om niet alleen binnen de ict-lijn van de tweede fase mee te liften maar ook eigenstandig een plaats te veroveren aan die snelweg.


Bijlagen

Informatica in het voortgezet onderwijs!?

Wil het keuze-eindexamenvak informatica op een middelbare school worden ingevoerd per 1 augustus 1998 dan zal een school dit echt heel graag moeten willen. Een school zal veel voorzieningen moeten treffen op lokaal niveau om aan de randvoorwaarden te voldoen. De centrale overheid heeft een specifieke verantwoording voor nieuwe vakken. Het is jammer te moeten constateren dat ondanks een positieve insteek er concreet weinig ondersteuning te verwachten valt. Op dit moment lijkt het er op dat een school veel van haar eigen middelen zal moeten aanwenden om het vak informatica te realiseren.
Zonder te willen klagen is er een reële kans aanwezig dat informatica niet of in geringe mate van de grond zal komen door gebrek aan …… ?
Het zou jammer zijn indien ik gelijk krijg. Daarom moet er dus iets veranderen.


Bijlagen

Examenprogramma’s havo en vwo

Informatica is vanaf 1998 een nieuw keuzevak in de tweede fase van het voortgezet onderwijs. Er is nog geen traditie, het vak moet zowel wat betreft de inhoud als de didactiek zijn vorm vinden. Het examenprogramma geeft een opsomming van eisen waar een leerling aan moet voldoen. Dit kan de indruk wekken dat een onderwijsprogramma dezelfde scheiding of sequentie van onderwerpen zou moeten bevatten. Dat is nadrukkelijk niet het geval. Het is de kunst om een evenwichtig onderwijsprogramma samen te stellen dat aan alle eisen voldoet. De route langs onderwerpen uit de informatica kan op tal van manieren verlopen, er zijn veel mogelijkheden om goed materiaal te ontwikkelen waar mee leerlingen op het niveau van de eindtermen gebracht kunnen worden. De expliciteringscommissie informatica heeft in 1996, in opdracht van de Stuurgroep tweede Fase Voortgezet Onderwijs, in “het kijkdoosrapport” aanwijzingen geformuleerd voor het ontwikkelen van leerplannen, onderwijsmethoden en bijscholing van docenten. De samenhang tussen onderwerpen en de zwaartepunten in de inhoud van nieuw onderwijsmateriaal kan op verschillende manieren ingevuld worden.
Drie hoofdlijnen om samenhang en zwaartepunten tot uitdrukking te brengen zijn: accenten, contexten en oriëntaties.
De accenten benadrukken de samenhang in de discipline informatica, sluiten elkaar niet uit en dienen bij elk te behandelen onderwerp aan de orde te komen. Onderwijsmethodes kunnen van elkaar verschillen door meer of minder nadruk te leggen op een accent.
Contexten hebben betrekking op de toepassingsgerichtheid van het vak informatica.
Oriëntaties geven ziens- of werkwijzen in de informatica, zoals het scala aan programmeerparadigma’s en tal van methodes voor systeemontwikkeling. Hier moeten voor de onderwijsmethode nadrukkelijk keuzes gemaakt worden.
Om een nieuw vak in het voortgezet onderwijs in te voeren, moet aan verschillende voorwaarden zijn voldaan, zoals:
– bevoegdheid en nascholing van docenten
– ontwikkelen van onderwijsmateriaal
– infrastructuur van hard- en software
– voorbereiding door samenwerking.
Veel voorwaarden staan niet op zichzelf maar vertonen samenhang met andere voorwaarden.
Adviesbureau voor Informatica en Onderwijs Hacquebard bv, Keppelseweg 48, 6999 AR Hummelo, telefoon: 0314 – 382259, e-mail: hacque@pi.net


Bijlagen