Opleiding voor computerondersteunde werkuitvoering – ‘Inventarisatie-methode voor geïntegreerde ICT-kennis’

Binnen afzienbare tijd zal vrijwel iedereen in Nederland zijn werk ‘computer-ondersteund’ uitvoeren. AI deze werkers moeten worden opgeleid; het gaat daarbij om zo’n zeven miljoen mensen. Verschillende opleiders zijn daar reeds enige tijd mee bezig. De grote vraag is echter waartoe en hoe moet worden opgeleid. Het onderwijs is vooral gericht op kennisoverdracht en minder op bepaling van kennisbehoefte. Dit roept ook voor ICT -kennis de aloude vraag op of het onderwijs wel adequaat is afgestemd op de behoefte van het bedrijfsleven. In deze tijd van de ‘marktmaatschappij’ is deze vraag relevanter dan ooit.
Een groot deel van het beroepsonderwijs is in het kader van de Wet Educatie Beroepsonderwijs ‘WEB’ reeds doende deze vraag te beantwoorden. Uit de onlangs door OCenW gepubliceerde deelkwalificaties (Gele katerns) en enige reeds beschikbare eindtermen-documenten blijkt echter, dat daarbij niet veel aandacht wordt besteed aan ICT-kennis. Van de +/- 8.000 opgenomen deelkwalificaties vermelden slecht enkele tientallen computer-kennis. Er wordt kennelijk van uitgegaan, dat het Algemeen Vormend Onderwijs daar wel voor zal zorgen. Dit onderwijs verzorgt echter alleen generieke ICT-kennis die niet is afgestemd op de behoefte van de bedrijven. Deze laatsten willen de kennis meer aangepast aan de specifieke behoefte op de werkplek.
Tijdens het symposium ‘De grote uitdaging’, dat was gewijd aan de afstemming van het informaticaonderwijs op het bedrijfsleven, werd reeds de suggestie gedaan het verdere onderzoek te richten op de computer-gebruikers. De Stichting BKIB speelt daar nu op in door in samenwerking met de informatica-beroepsverenigingen een ‘Inventarisatie-methode’ voor ICT-kennis te ontwikkelen. Deze methode is primair gericht op kennis nodig bij het ‘Gebruik van ICT-middelen’. Dus niet op kennis nodig bij de ‘Ondersteuning van het gebruik’ en de ‘Inrichting van de voorziening’.
Uitgangspunt voor de methode is, dat de bedrijven de toepassing van ICT -middelen integreert in de primaire werkzaamheden. Dit houdt in dat ook de kennis van deze toepassing in die van deze werkzaamheden is geïntegreerd. het ligt voor de hand dat het onderwijs deze kennis dus ook geïntegreerd zal overgedragen. De docent zal daartoe over het geïntegreerde pakket moeten beschikken. Dit bevat de kennis over de uit te voeren werkzaamheden, de aan de orde komende bedrijfsobjecten en de te gebruiken ICT-middelen. De opleiders zullen deze geïntegreerde kennis moeilijk zelf kunnen bepalen; de bedrijven zullen deze kennis moeten aanleveren. Echter ook voor de bedrijven is dit niet eenvoudig, gezien het samenspel van de verschillende kennis-disciplines en de integratie van de kennis.
De enige manier om deze integratie te realiseren is de kennis te relateren aan het werkproces; dit vormt als het ware het kristallisatiepunt. Een complicatie daarbij is, dat deze verschillende soorten – kennis niet door één persoon worden beheerst. De methode moet dus zo worden opgezet, dat de verschillende deskundigen een op elkaar afgestemde rol kunnen spelen.
De door de methode aangegeven werkwijze betreft:
– de beschrijving van de werkprocessen
– de bij de inventarisatie te stellen vragen
– de wijze van definiëring van de kennis
– de opstelling van kennisbeschrijvingen
– het bepalen van de behoefte aan meta-kennis
– suggesties m.b.t. kennisoverdracht en -toetsing.
De methode wordt binnenkort uitgebreid getest in een aantal bedrijven. Indien deze test goed uitvalt zal de methode in de vorm van een handboek worden gepubliceerd.


Bijlagen

De eerste en de tweede baan

De eerste baan en de snelheid waarmee deze verkregen wordt, is sterk afhankelijk van het “studiepakket” van de net afgestudeerde. De tweede baan is meestal afhankelijk van het succes waarmee de eerste werd vervuld. Een goede beroepsopleiding voorziet zijn studenten van kennis en vaardigheden om een eerste baan te bemachtigen en vervolgens voorspoedig door te groeien.
Om de kans op de (eerste) baan voor de afgestudeerde te vergroten, hebben veel opleidingen de weg van steeds verdergaande specialisatie gekozen. Het risico hiervan is dat het specialisme op het moment van afstuderen niet meer aansluit bij de vraag. Dit risico is groot om een aantal redenen:
– de arbeidsmarkt is wispelturig;
– de veranderingen in de vraag zijn groot en voltrekken zich snel;
– de tijd die verstrijkt tussen de eerste schetsen van het ontwerp van een curriculum en de dag waarop de eerste student afstudeert, is lang.
De oplossing van dit probleem kan niet gevonden worden door de trend voor te zijn. Immers, wie dat kan zit al snel op de Bahama’s en staat niet meer voor de klas. De oplossing moet dus gezocht worden in een schoolorganisatie die in staat is snel te reageren op marktontwikkelingen.
Een opleiding moet een eigen visie ontwikkelen op de benodigde kennis en vaardigheden om voorspoedig door te groeien naar de tweede baan en moet deze visie om kunnen zetten in relevante en toetsbare eindtermen.
In de presentatie komen “de eerste en de tweede baan” aan de orde gezien vanuit de adviespraktijk van M&I/Partners.


Bijlagen

Informatie als breekijzer voor integratie

In de presentatie zal de rol van informatie in de communicatie-industrie centraal staan. De informatiemaatschappij is een netwerkmaatschappij. Vergeleken met nu zullen daarin zowel de ‘knopen’ (bijv. producenten, consumenten) als de relaties (bijv. gesprekken, afhankelijkheden) sterker worden. Zowel in het commerciële als in het publieke domein wordt gezocht naar nieuwe communicatievormen die dialogisch van aard zijn om vorm te geven aan deze sterker wordende relaties. Wat zijn de fundamentele bouwstenen van deze nieuwe communicatievormen? Informatietechnologie biedt gereedschappen en infrastructuur, maar betekenis moet lokaal bij de consument tot stand komen. Wat betekent het denken in termen van ‘lokale integratie’ voor ons denken over media en informatie?
Succesvol omgaan met digitale media betekent het ontwikkelen van strategische visie op informatie en media als dragers van relaties. Wederzijds vertrouwen is een noodzakelijke voorwaarde voor persoonlijke communicatie. Hoe kunnen organisaties hier vorm aan geven? Hoe gaan ze daar momenteel mee om en welke problemen ontstaan er momenteel in de dynamiek van veranderingsprocessen?
Wat betekent deze ontwikkelingen voor samenwerkingsprocessen tussen verschillende disciplines, of tussen verschillende afdelingen in organisaties? Wat kan het betekenen voor informatica-onderwijs?
In de presentatie wordt beschouwing gekoppeld aan concrete voorbeelden van ontwikkelde systemen, structuren en processen.


Bijlagen

Naar functiegerichte certificering

Verslag van een studie naar mogelijkheden en behoeften om met behulp van een certificeringsprogramma functionarissen in de ICT-sector te certificeren.
In de nog korte geschiedenis van de Informatie en CommunicatieTechnologie zijn meerdere rapporten verschenen van het Nederlands Genootschap voor Informatica waarin functie- en taakbeschrijvingen voor functies in de ICT-sector zijn opgenomen. Dit met als belangrijkste doelstelling om meer structuur te brengen in het doolhof van functienamen en daaraan verbonden eisen en opleidingsprofielen. Het bekende rapport ”Taken en functies in de bestuurlijke informatica” dateert van 1993. Dit rapport stelde de taken centraal. Het werd daarom minder als opleidingsleidraad gehanteerd dan het rapport “Functies in de Informatica”, uit 1986.
Het classificeren van functies in de ICT -sector is een hachelijke onderneming. Omtrent functienamen en de eisen die dienen te worden gesteld aan functionarissen bestaat immers geen overeenstemming. Voor personeels- en opleidingsfunctionarissen is dit geen optimale situatie. Veel ondernemingen hanteren een eigen classificatiesysteem, al of niet gekoppeld aan een waarderingssysteem. De ontwikkelingen in het vakgebied gaan bovendien zo snel dat het haast onmogelijk is om steeds weer nieuwe functiebeschrijvingen, c.q. -profielen vast te stellen.
In 1996 heeft EXIN onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en behoeften aan functiegerichte certificering. Dit onderzoek werd mede geïnitieerd door de branche- en beroepsverenigingen, het Ministerie van Economische Zaken en de opleiders in de ICT-sector. De resultaten zijn in november 1996 gepubliceerd en zijn aanleiding om een start te maken met een certificeringsprogramma dat is gericht op enkele functieclusters. Om te voldoen aan kwaliteitsnormen die gelden voor instellingen die personen certificeren is een aanvraag ingediend bij de Raad voor de Accreditatie.
Aan de voorwaarden om tot functiegerichte certificering te komen, lijkt hiermee voldaan. Om tot een geaccepteerd certificeringsprogramma te kunnen komen, dient echter te worden voldaan aan een andere voorwaarde, namelijk het bestaan van een breed draagvlak. De discussie hieromtrent is dan ook nog niet afgerond; met name de meerwaarde van functie( -cluster)gerichte certificering voor ondernemingen dient nog duidelijk te worden bevestigd.
Met een discussie tijdens NIOC wordt een bijdrage geleverd aan beantwoording van de vraag naar de wenselijkheid en behoefte aan een dergelijk systeem en de mogelijkheden en de wijze waarop het kan worden gehanteerd.


Bijlagen

Multimedia bij kennisoverdracht: wel of niet multimedia, aanpak, kosten, een checklist

Het belang van multimedia
Informatie wordt op steeds meer verschillende manieren overgedragen. Kenden we vroeger alleen gesproken tekst, geschreven tekst, radio en televisie, tegenwoordig wordt informatie ook overgedragen via informatiezuilen, CD-I- en CD-ROM. Het nieuwe hiervan is dat verschillende media (tekst, beeld, video, geluid) door een computersysteem worden geïntegreerd en dat interactiviteit mogelijk is.
Organisaties gaan tegenwoordig steeds meer multimediaal denken. Media worden vaak gezien als de oplossing voor een probleem. Media zijn echter slechts hulpmiddelen om informatie over te dragen. Het plaatsen van een catalogus op een CD-ROM of een CD-I levert op zich geen beter product op dan een catalogus op papier.
Wanneer zijn multimedia toepasbaar?
Multimedia kunnen zinvol worden toegepast bij:
– informatie-overdracht (POl: point of information);
– verkoop (POS: point of sales);
– opleiding (POE: point of education).
Multimedia zijn alleen zinvol als ze een toegevoegde waarde hebben ten opzichte van de gebruikelijke media. Deze toegevoegde waarde kan liggen in:
– het snel toegang krijgen tot die informatie waar de gebruiker op dat moment behoefte aan heeft;
– de combinatie van tekst, beeld, video en geluid die meerdere zintuigen prikkelt, waardoor de informatie-overdracht beter is dan bij het gebruik van één medium;
– de interactie, waardoor de gebruiker actief participeert in het leerproces;
– de attractiviteit, waardoor de aandacht langer wordt vastgehouden;
– een verlaging van de kosten (dit speelt met name bij grote opleidingsprojecten, grote oplagen van gedrukte media of een grote geografische spreiding).
Fasering van multimedia-projecten
1 . Inventariseren situatie:
– bepalen van en inleven in de doelgroep
– bepalen doelen multimediaal systeem
– definiëren eisen en wensen met betrekking tot multimediaal systeem
– vaststellen infrastructurele mogelijkheden
– in kaart brengen randvoorwaarden
– bestuderen bestaande informatie
– bespreken inventarisatie situatie met de opdrachtgever
2. Vaststellen inhoud, oplossingsrichting en vormgeving bepalen inhoud multimediaal systeem:
– bepalen methode van kennisoverdracht
– ontwikkelen didactisch concept
– suggesties doen voor vormgeving
– bespreken inhoud, oplossingsrichting en vormgeving met de opdrachtgever
3. Ontwikkelen inhoud, vormgeving en structuur:
– schrijven teksten, maken afbeeldingen, opnemen audio, maken video
– realiseren vormgeving
– maken structuur multimediaal systeem
– bespreken inhoud, vormgeving en structuur met de opdrachtgever
4. Samenvoegen van alle onderdelen tot één systeem:
– realiseren multimediaal systeem met behulp van auteurs- of programmeertaal
– testen multimediaal systeem door Teelen
– uitvoeren acceptatietest door de opdrachtgever
– aanpassen multimediaal systeem naar aanleiding van acceptatietest
– maken master CD-ROM/CD-I
5. Implementeren multimediaal systeem
– overdragen multimediaal systeem
– dupliceren multimediaal systeem
– distribueren multimediaal systeem
– installeren multimediaal systeem
Betrokken disciplines
Bij het ontwikkelen van een multimediaal systeem zijn de volgende disciplines van belang:
– inhoudelijk deskundigen;
– media deskundigen;
– onderwijskundigen;
– vormgevers;
– systeemontwikkelaars.
Kosten
Als vuistregel voor het vaststellen van de kosten van de ontwikkeling van een multimediasysteem geldt de volgende vuistregel. Per uur kennisoverdracht bedragen de ontwikkelkosten fl 40.000,00 tot fl 75.000,00. Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van video. De kosten worden sterk bepaald door de omvang van de ontwikkeling en de didactische complexiteit.
Tijdens de presentatie krijgt u zicht op de mogelijkheden van multimedia bij kennisoverdracht, op de aanpak van projecten, op de kosten en ontvangt u een handige checklist.


Bijlagen

Realisme in een virtuele wereld

De rol die informatie- en communicatietechnologie (ICT) speelt in de samenleving en in het bijzonder in bedrijven is veranderd. In het verleden was ICT een hulpmiddel; we zullen beargumenteren dat ICT dat niet meer is. We zullen de rol van ICT op een heel andere manier beschrijven. Dat leidt tot een opvallend nieuw vakgebied: Ruimtelijke Ordening in de Digitale Wereld.
Waarom ICT geen hulpmiddel is
Wat maakt een bedrijf tot een bedrijf? Welke kenmerken van een bedrijf kunnen worden verwijderd zonder dat de fundamentele eigenschap dat het een bedrijf is verloren gaat? Het is duidelijk dat het verwijderen van hulpmiddelen een bedrijf niet wezenlijk schaadt. Ze zijn vervangbaar. In theorie kunnen we vervoer door de lucht uit de samenleving verwijderen; in werkelijkheid zou dit de samenleving fundamenteel veranderen. En volstrekt vergelijkbaar is de rol van ICT in de samenleving. Een verwijdering van ICT zou de samenleving niet slechts beïnvloeden maar fundamenteel veranderen. Deze vergelijking neemt iets weg van de verbazing over het feit dat de op de beurskoers gebaseerde waarde van Baan, leverancier van Baan software, hoger is dan die van de KLM.
De onderschatting van de ICT revolutie
De realiteit van ICT dringt snel door in de dagelijkse werkelijkheid. Opvallend is het streven om deze ontwikkelingen te beschouwen als een nieuw onderdeel van de wereld zoals we die kennen en niet als een revolutie. Het wordt niet als een revolutie ervaren, omdat de gevolgen maar voor een klein deel invloed hebben op de tastbare wereld. Die verandert niet wezenlijk wanneer men brood betaalt met 3 bits in plaats van met 6 gram nikkel of 1 gram papier.
Door middel van informatie- en communicatietechnologie ontstaat overal, in hoog tempo en in verschillende omvangen een digitaal evenbeeld van delen van de tastbare wereld. Een “evenbeeld” en geen “afspiegeling”, want het digitale evenbeeld is niet reproduceerbaar uit de tastbare wereld. Net zo min als de tastbare wereld te reproduceren is uit alle digitale informatie die er over bestaat. De echte revolutie vindt plaats in deze tweede wereld waar de maatschappij uit bestaat, de digitale wereld. Men moet in de digitale wereld “zijn” om de veranderingen als een revolutie te ervaren. Waarbij de digitale wereld met nadruk niet mag worden geïdentificeerd met “surfen op het Internet” .
Veel bedrijven -en zeker alle grote- bestaan al in de twee werelden. De medewerkers besteden meer tijd in de digitale dan in de tastbare kant van het bedrijf. Dat is eenvoudig aan te tonen door de digitale helft stil te leggen.
Ruimtelijke Ordening in de Digitale Wereld (R)
De digitale wereld is reëel en bestaat permanent. Net zo min als de maatschappij kan worden gestopt om er verbeteringen in door te voeren, laat de digitale wereld zich stoppen. Technologische vernieuwingen volgen elkaar snel op, maar de integratie in een bestaande digitale wereld heeft alle eigenschappen van veranderingen in de tastbare wereld. Daarom zijn de beslissingen die worden genomen over de inrichting van de digitale wereld zo belangrijk. Ze zijn niet anders dan de beslissingen die worden genomen in de maatschappij die we kennen, en dus in gevolgen niet minder verstrekkend. Er is behoefte aan een visie omtrent die inrichting en aan kennis en ervaring. Dat vakgebied, de inrichting van de digitale wereld, is sinds 1991 het werkterrein van de VMX Groep.
(R) “Ruimtelijke Ordening in de Digitale Wereld” is een gedeponeerd handelsmerk van de VMX Groep B.V.


Bijlagen

Omscholing naar Informatie- en Communicatie Technologie (ICT) Functies

Wij moeten ons realiseren dat Informatie en Communicatie Technologie zal uitgroeien tot een van de grootste bedrijfstakken binnen de westerse economieën. Wil Nederland internationaal als diensten land serieus genomen worden zal er op korte termijn aandacht moeten uitgaan naar huidige en toekomstige aanbod van potentiële werknemers. Als de voorspelling uitkomt dat in de komende jaren de gemiddelde werkgelegenheidsgroei circa 10 % gaat belopen zullen wij met de voorziening in de behoefte van geschoold personeel gigantisch in de problemen komen. Het aanbod van automatiseringsdeskundigen is op dit moment vrijwel nihil. In de oplossing van het gebrek aan aanbod heeft het reguliere onderwijs maar een klein aandeel aangezien het aantal schoolverlaters met een informatica studie klein is. De oplossing zal voor het grootste gedeelte moeten komen uit omscholingsprogramma’s vanuit de overheid of de sector zelf. Hiervoor zijn de afgelopen jaren al vele initiatieven ondernomen. Dit heeft o.a. geresulteerd in een schaarste aan (de in de sector geliefde) Beta’s. Zijn hiervan alle de mogelijkheden uitgeput? Onze praktijk heeft uitgewezen dat dit niet het geval is, we moeten het probleem alleen anders benaderen!!!!!!!!
De omscholing
Aangezien het reguliere onderwijs niet in de bestaande behoefte kan voorzien ligt vooralsnog omscholing voor de hand. De investeringen in omscholingsactiviteiten liggen op dit moment beduidend hoger dan die in het reguliere informatica onderwijs. Een groot voordeel van omscholing is dat deze specifieke functie gericht en veelal actueler kan worden ingericht.
Om omscholing een succes te laten worden zijn de volgende aandachtspunten van belang:
Kennis van de actuele vraag en aanbod
– De vraag van de markt ligt bij de bedrijven. Een goede samenwerking daarmee is van ontzaglijk belang.
– Inzicht, gevoel, ervaring en een goed netwerk is belangrijk bij de analyse van het aanbod, gegevens hieromtrent zijn schaars.
Een goede wervings- en selectie methode
– Het is de kunst om zo veel mogelijk mensen te bereiken die in intentie na scholing voor een functie in de automatisering in aanmerking komen.
– De selectie is bedoeld om, voor de start van de opleiding, te beoordelen of iemand geschikt is voor een functie die hij of zij in de toekomst moet gaan uitoefenen. Selectie op motivatie, interesse, capaciteiten en (sociale-)vaardigheden en niet op schoolkennis.
De opleiding, functie gericht
Voor een serieuze kwalitatief goede omscholing mag men zeker een jaar uittrekken. Een HBO-er van welke studierichting dan ook kunnen wij binnen 110 dagen theorie en 100 dagen praktijk brengen tot het HBO-niveau informatica. Essentieel bij opleiden is kunnen analyseren, redeneren, argumenteren en conclusies trekken en natuurlijk materie kennis.
Coaching gedurende de opleiding
Wezenlijk voor het behalen van resultaten en het realiseren van doelen zijn de bekwaamheden en de inzet van individuele mens. Aandacht voor het toekomstig functioneren van de cursisten vanaf het selectiegesprek tot en met de eerste periode van de betekening levert goed inpasbare mensen op.
Een goede introductie op de werkplek
Een goede afstemming van vraag en aanbod beperkt zich niet tot beoordeling en afstemming van kwaliteiten. Kennis van en ervaring met, andere functie gerelateerde aspecten, maken de bemiddeling effectief.
Course Care, Organisatie & Opleidingen is een organisatie-adviesbureau op het gebied van arbeidsmarktvraagstukken, werving & selectie en scholing. Course Care heeft jarenlange ervaring met scholings- en werkgelegenheids-projecten vooral op het gebied van automatisering en Nieuwe Media. Tevens ontwikkelt Course Care programma’s rond Nieuwe Media en loopbaanbegeleiding. Directeur: J.W.C. Maas: 071-5412489


Bijlagen

Overleven in een stortvloed van gegevens: een onderschatte onderwijsvraag?

De onstuitbaar doorgaande ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie heeft in de afgelopen decennia een duidelijk spoor getrokken in het leven van iedereen. Er is sprake van steeds veelzijdiger en beter functionerende hulpmiddelen voor het verzamelen, verwerken en bewaren van schier oneindige hoeveelheden gegevens. Het goed leren toepassen van die hulpmiddelen is geen sinecure gebleken. Tot de dag van vandaag is er geen min of meer stabiel onderwijsaanbod. Niemand verwacht dat die situatie snel zal wijzigen.
Volgens velen is de ontwikkeling die gaande is vergelijkbaar met de veranderingen ten tijde van de industriële revolutie. Informatie is macht en zij die over de meeste informatie beschikken zijn de machtigsten. Iedereen moet zo goed mogelijk zijn best doen om de techniek de baas te worden. Als je dat verwaarloosd, dan loop je een reëel gevaar dat je niet mee kunt komen in de maatschappij.
De grootste uitdaging die ontstaat is de uitdaging om in het steeds onoverzienbaarder aanbod van gegevens je weg te blijven vinden. Dat is om te beginnen een selectie-probleem: wat is wel en wat is niet relevant, wat is wel en wat is niet informatief voor jou in jouw situatie? Maar ook als je dat scherp hebt, blijft het zaak om behoedzaam te blijven: wat is eigenlijk de waarde van wat je nu weet, beschik je daarmee over vaststaande feiten of over een visie die nimmer is getoetst en dus best onjuist kan blijken.
Vanwege de enorme hoeveelheden gegevens waarover ieder van ons permanent kan beschikken, is het omgaan met gegevens meer en meer een overlevingsvraag voor mensen aan het worden. Er zijn verschillende strategieën om in dat overleven succesvol te zijn. Opmerkelijk is dat over dergelijke strategieën zelden of nooit wordt gesproken. In het onderwijs is het geen apart vak. De vraag is of dat zo kan blijven. Hebben we niet al te veel vertrouwen in onszelf en in anderen als we denken dat iedereen wel zo zijn eigen strategie vindt om effectief en efficiënt zijn of haar weg te zoeken in de steeds grotere stortvloed van gegevens die hij of zij dagelijks ontmoet? Is het geen duidelijke taak van het onderwijs om juist ook daarvoor handvaten te bieden? Zijn de handvaten die tot op heden worden geboden niet volstrekt onvoldoende?


Bijlagen

Business Process Redisign – Van hype tot het managementinstrument voor de 21e eeuw

1. BPR – historisch perspectief
Ontwikkelingen in de organisatiekunde, in de systeemontwikkeling, in de technologie en in de maatschappij leiden gezamenlijk tot een nieuwe benadering van organisatie-ontwikkeling.
2. BPR – wat kan het bieden en wat niet
BPR biedt belangrijke verbeteringsmogelijkheden; het is niet de “golden bullet” waarmee alle problemen kunnen worden opgelost.
3. BPR – hoe doe je het
Schets van een methode die in vijf stappen tot het invoeren van herontworpen processen leidt.
4. BPR – hoe leer je het
Schets van een opleidingstraject voor uitvoerders en begeleiders van herontwerpprojecten.


Bijlagen

Workshop KISS-DOMINO – Spelenderwijs objecten specificeren en implementeren

In de afgelopen jaren hebben een groot aantal universitaire en HBO opleidingen in het binnen- en buitenland positieve ervaringen opgedaan met de KISS-methode. Zo heeft de Staffordshire University, Europa’s grootste informatica instituut, een volledig KISS laboratorium ingericht waarin studenten met verschillende specialisaties kennis maken met het traject van het specificeren tot en met het implementeren van informatiesystemen. Het communicatieproces en KISS-DOMINO staan hierin centraal.
“Communicatie” is een aandachtsgebied dat we sterk onderschatten bij het specificeren en realiseren van informatiesystemen. Velen onder ons weten dat het succes van projecten in grote mate bepaald wordt door de betrokkenheid van de gebruikers en de mate waarin ontwikkelaars het probleem begrijpen en specificeren. De intensiteit van de terugkoppeling van de ontwikkelaar naar de gebruiker is daarin bepalend voor de kwaliteit van de specificaties en het informatiesysteem.
Voor het verbeteren van de communicatie tussen gebruiker en ontwikkelaar gaat de KISS-methode voor object oriëntatie uit van beschrijvingen in de natuurlijke taal van het probleemgebied. De probleem beschrijving wordt met een grammaticale analyse uitgewerkt naar actieve structuurzinnen die vervolgens gebruikt worden voor het opstellen van modellen. Dit kan op eenvoudige wijze omdat de KISS-modeltypen geheel gebaseerd zijn op de grammaticale concepten van onze natuurlijke taal. Doelstelling van de KISS-methode is dan ook het maken van een representatief model van de dingen die we waarnemen in de reële wereld rondom ons. Dit model van bedrijfsobjecten is dan ook onafhankelijk van enige programmeertaal of database management systeem. Voor realisatie van informatiesystemen wordt gebruik gemaakt van transformatieregels die de KISS-modeltypen omzetten naar de mogelijkheden van implementatie-omgevingen.
In de workshop stellen de deelnemers met KISS-DOMINO specificaties van bedrijfsobjecten op. Hiervoor wordt allereerst een stuk theorie toegelicht voor het grammaticaal analyseren van bedrijfsteksten en het modelleren van bedrijfsobjecten. Vervolgens wordt gevraagd om in groepen een casus uit te werken met het KISS-DOMINO spel. De deelnemers kunnen in de groep binnen de beperkt beschikbare tijd ervaren dat de communicatie tussen de groepsleden gestimuleerd wordt en dat de specificaties verbeteren. De workshop wordt afgesloten door de modellen in te voeren in een CASE-tooi om vervolgens te demonstreren op welke wijze de modellen weer omgezet worden naar zinnen in onze natuurlijke taal. Dit is het zogenaamde “verbaliseren” van modellen. Door de modellen te verbaliseren wordt het vervolgens voor de gebruikers zeer eenvoudig om op de aanwezige fouten in de modellen attent te maken en op de opgestelde modellen te verbeteren. Deze kwaliteitscyclus van tekst naar model en van model naar tekst gaat door totdat het gehele probleemgebied verwerkt en akkoord bevonden is.
Op het moment dat alle modellen kwalitatief goed zijn, worden zij gebruikt voor directe generatie van informatiesystemen. De realisatie van het informatiesysteem kan vervolgens plaatsvinden op een aantal alternatieve manieren. Zo kunnen we informatiesystemen realiseren door het toepassen van transformatieregels. Een andere en meer geavanceerde wijze is gebruik te maken van een zogenaamde Software Factory dat de modellen die met KISS-DOMINO uitgelegd zijn direct in een informatiesysteem executeert. De Software Factory maakt dan ook assemblage van bedrijfsobjecten mogelijk.


Bijlagen