Uitgever en informatie technologie tot elkaar veroordeeld

Vele jaren is er sprake geweest van een luilekkerland van nieuwe mogelijkheden voor de uitgeversbranche. Onder de vlag van Nieuwe Media zou de uitgeverij voor het eerst sinds Gutenberg aan vernieuwing toekomen. De Nieuwe Media leverden echter niets dan teleurstelling en verliezen op. Geen mens zat te wachten op nieuwe media, tot verdriet van Nieuwe Media Guru’s. De uitgever is jarenlang door deze onheilsprofeten (papier verdwijnt) op het verkeerde been gezet. Multimedia zouden de krant, het boek en het tijdschrift van de markt vagen. Inmiddels is het besef doorgedrongen dat niet het medium van belang is maar de informatie en de wijze en de tijdigheid waarop deze wordt gepresenteerd. Eisen waaraan alleen kan worden voldaan als op slimme wijze nieuwe technieken worden ingepast in de bestaande bedrijfsprocessen. Uitgevers zijn veroordeeld tot informatietechnologie. De insteek is echter mede onder invloed van de glorieuze zegetocht van het Internet veranderd. Niet langer is het medium, of een technisch wonder in de gedaante van een decoder of een ander magisch kastje, bepalend. Het succes van de uitgeverij nu en in de toekomst wordt bepaald door de wijze waarop informatie wordt behandeld en verrijkt. Inhoud en technologie zijn van elkaar te onderscheiden maar niet altijd van elkaar te scheiden. Het is dit besef dat er o.a. binnen VNU BPA toe heeft geleid dat er een afdeling Uitgeeftechnologie is gestart.
De afdeling heeft als opdracht:
Waar mogelijk gebruik te maken van informatietechnologie om het primaire proces, uitgeven, efficiënter te laten verlopen en te vernieuwen. Ruud Kluivers maakt u deelgenoot van enkele van de vraagstukken en projecten waar hij en de medewerkers van zijn afdeling aan werken.


Bijlagen

Educatieve software on-line

Communiceren via internet is onderhevig aan beperkingen. Hoe beter we die beperkingen kennen, des te beter is internet inzetbaar in onderwijs en training. In deze discussiebijeenkomst komt aan de orde wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van het gebruiken van educatieve software via internet.
Docenten en onderwijsinstellingen kunnen bij het uitvoeren van hun onderwijs gebruik maken van internet. Het versturen en ontvangen van Email en het gebruik van een discussieplatform zijn twee manieren van communiceren waarin internet kan voorzien. Educatieve software on-Iine, d.w.z. rechtstreeks te gebruiken, is ook mogelijk. In deze discussiebijeenkomst ga ik in op twee onderwerpen.
Het eerste onderwerp is het ontwikkelen en op een site plaatsen van educatieve software. Wat komt daarbij kijken, wat kost het, waar moet een dergelijke applicatie aan voldoen, welke problemen kom je tegen bij het plaatsen van de applicatie op een site, hoe zorg je ervoor dat de docent voldoende stuurmogelijkheden heeft.
Als tweede onderwerp komt aan de orde het in onderwijs en training inzetten van educatieve software die on-line beschikbaar is. Op welke momenten en in welk situaties is dat nuttig en wenselijk, welke voorzieningen op technisch en communicatief gebied zijn vereist, hoe combineer je e-mail , discussieplatform en educatieve software met de momenten van face-to-face contact met de cursisten.
Tijdens de bijeenkomst laat ik diverse voorbeelden van educatieve software op internet zien.


Bijlagen

Het computerlokaal op Windows 95 en/of Internet

Actuele ontwikkelingen in de informatietechnologie die hun intrede doen in een “computerlokaal” zijn Windows 95 en internet. Beide maken het er voor de systeembeheerder niet gemakkelijker op.
Windows als besturingssysteem wordt steeds meer gemeengoed. Sommigen zijn al blij dat Windows 3.11 op hun netwerk functioneert, anderen hebben de beslissing genomen over te gaan op Windows 95. Voor welke versie ook wordt gekozen, een ding hebben beide gemeen: onderhoud en beheer{s)baarheid is er niet gemakkelijker op geworden. Het centraal, eenmaal installeren van een applicatie, die daarna automatisch op alle werkstations goed functioneert is met het standaard besturingssysteem nagenoeg onmogelijk. Fontys Desktop geeft de systeembeheerder de middelen om het beheer van een educatief Windowsplatform te vereenvoudigen.
Een lokaal netwerk koppelen aan internet was tot voor kort een omvangrijke en kostbare operatie. Tegenwoordig is er een goed en betaalbaar alternatief. In het bestaande netwerk kan een bestaand of nieuw Windows 95 werkstation worden gebruikt als gateway. Deze gateway koppelt net speciale software het lokale netwerk aan het internet. Bijzonder is dat hiervoor slechts een “gewone” internet-aansluiting wordt gebruikt. Op de werkstations in het netwerk moet Windows 95 of Windows 3.11 werken. Afhankelijk van de hardware in de gateway kunnen 5 tot 20 computers gelijktijdig over één aansluiting van het internet gebruik maken. Om het telefoonverkeer zoveel mogelijk te beperken kunnen verschillende technieken worden gebruikt.
Installatie van een lokale mail-server beperkt het postverkeer. Op deze server kunnen in eigen beheer postbussen worden gemaakt voor elke gebruiker die we een postbus willen toekennen. Over het lokale net kan onbeperkt worden “ge-mailed”. Combineren we de lokale mail-server met een “gemeenschappelijke” postbus bij de provider dan kan iedere bezitter van een lokale postbus met de buitenwereld “mailen”. Telefoonkosten worden bespaart door op gezette tijden de post in de postbussen van de lokale server en de postbus bij de provider in één keer uit te wisselen.
Indien we op het lokale netwerk een WEB-server installeren wordt het mogelijk om vanaf een werkstation lokaal te “surfen”. Is een koppelingen naar de buitenwereld nodig dan wordt de telefoonverbinding automatisch tot stand gebracht. Is er geen activiteit naar buiten sluit de lijn weer vanzelf. Lokale gegevens kunnen op verschillende manieren worden samengesteld. Zij kunnen bestaan uit zelf samengestelde pagina’s, maar ook uit van het internet “geslurpte” gegevens. Een CD-ROM gekoppeld aan de lokale WEB-server maakt het mogelijk om de gegevens in het “lokale WEB” snel en eenvoudig aan de lessituatie aan te passen. Slim gebruik van een “surf-programma” maakt het mogelijk om de pagina’s die door een leerling moeten worden bezocht direct onder beheer van de lokale WEB-server te brengen.


Bijlagen

Wat verwacht het onderwijs van elektronische media?

Technologische ontwikkelingen op het gebied van informatietechnologie en telecommunicatie maken het mogelijk om alle vormen van informatie eenvoudig te distribueren, beschikbaar te stellen en te presenteren. Daarbij is het mogelijk om met elkaar op ieder moment en op iedere plaats te communiceren. Nieuwe informatie-infrastructuren, aangeduid als elektronische of digitale snelweg spelen hierbij een belangrijke rol. Aanpassing, uitbreiding en opwaardering van huidige netwerken zoals het telefoonnet en kabel-TV convergeren in de richting van een open, breedbandig, digitaal, geschakeld netwerk voor tweerichtingsverkeer.
Integratie van informatievormen zoals teksten, gegevens, beeld en geluid met de daaraan gekoppelde interactieve functies van creatie, opslag, transport bewerking en presentatie wordt multimedia genoemd. Het digitale aspect van multimedia, de digitalisering van de verschillende informatievormen, heeft grote consequenties voor markt, maatschappij, industrie en ook voor het onderwijs. De gevolgen van deze ontwikkelingen zijn niet te overzien, maar iedereen hoopt er beter of zelfs gelukkiger van te worden. Met name overheden zijn sterk geïnteresseerd in nieuwe media en zien er mogelijkheden in om hun problemen op te lossen. Nieuwe media en infrastructuren kunnen dan mede de basis vormen voor een gewenste, duurzame economische groei, werkgelegenheid, concurrentiepositie en verbeteringen op het gebied van de gezondheidszorg en het onderwijs. Organisaties gaan of moeten zich aanpassen om adequaat op de nieuwe ontwikkelingen in te haken. Dit geldt voor bedrijven maar ook met name voor het gehele onderwijsveld.
De architectuur van het gebruik van nieuwe elektronische media kan eenvoudig voorgesteld worden aan de hand van een zogenaamde waardeketen. In de basisvorm van deze keten onderscheiden we drie hoofdelementen, te weten:
– de informatie, software of inhoud;
– het distributie en communicatiesysteem ofwel de infrastructuur;
– het gebruik.
Als belangrijkste componenten in de dienstenketen herkennen we dan de leverancier van de inhoud (‘information provider’), de dienstenleverancier (‘service provider’), de netwerkexploitant en de interface naar klant, consument, burger en student, thans veelal nog de TV, PC en telefoon, maar in de nabije toekomst in nieuwe vormen.
De wensen en de behoefte van de gebruiker bepalen uiteindelijk de vorm, inhoud en prijs van de diensten. Het lijkt dus voor de hand te liggen dat de manier waarop scholieren en studenten kennis en vaardigheden verwerven wel eens ingrijpend zouden kunnen veranderen. Deze veranderingen gelden dan niet alleen de vorm en inhoud van het onderwijs, maar ook tijd en plaats waar onderwijs gegeven en genoten wordt, hetgeen consequenties heeft voor allen die in het onderwijs werkzaam zijn. Het toepassen van informatietechnologie en het gebruik van elektronische media kan de problemen binnen het onderwijs niet zonder meer opheffen. Wel kan het een stimulans zijn om traditionele, niet meer functionerende, vastgeroeste structuren aan te pakken, te veranderen en te verbeteren. Vrijwel alle studenten van universiteiten en het HBO hebben toegang tot Internet en op lagere en middelbare scholen wordt Internet steeds meer gebruikt. Vele scholen voeren reeds educatieve projecten uit met andere scholen en communiceren via e-mail. Computergebruik is geen hobby meer van enkele docenten en leerlingen. Internet en CD-ROM worden onderdeel van de curricula van vrijwel alle vakken. Meer dan honderd middelbare scholen en vijftig lagere scholen hebben een plaats op Internet gevonden. De digitale school is realiteit (http://digischool.bart.nl) en onderwijs in Cyberspace dreigt realiteit te worden (http://www.worldaccess.nl/~veluws/dinklo.htm).


Bijlagen

Informatici als deelnemers in organisationele leerprocessen

Leren leren is een ‘hot topic’ in onderwijsland. Leren van feiten verliest aan belang tegenover het verwerven van vaardigheden om in steeds weer nieuwe situaties te onderzoeken welke vragen er spelen en welke oplossingen daarop aansluiten. Daarnaast functioneren professionals, waaronder informatici, altijd in een omgeving waarin vragen nooit eenduidig zijn en waarin oplossingen altijd in samenwerking met anderen tot stand komen. Een onderzoekende houding en een open instelling tegenover anderen wordt dan ook steeds belangrijker. Leren leren kun je daarom ook lezen als: leren onderzoeken, leren afstemmen en leren onderhandelen. Het ‘leren leren’ van individuen vindt zijn parallel in de pogingen van organisaties om hun ‘lerend vermogen’ te vergroten in een toenemend complexe omgeving.
Een case van een grote overheidsorganisatie die haar dienstverlening beter wil afstemmen op de wensen van haar klanten, beschrijft de (nieuwe) eisen die aan informatici worden gesteld bij het vormgeven van veranderingsprocessen. Het blijkt voor informatici vooral van belang te zijn om te leren met andere disciplines mee te denken over de externe eisen aan de organisatie. Dit vraagt flexibiliteit, mede omdat de plannen en ontwikkelingen die informatici op hun gebied voor ogen hebben niet aan hoeven te sluiten bij de vragen en eisen die vanuit de klantwensen worden gesteld.
Gelukkig staan informatici niet alleen in de noodzaak om zich flexibel op stellen bij het vormgeven van organisatieveranderingen. Ook andere vakdisciplines blijken hun denk- en handelwijzen te moeten aanpassen om de organisatie toe te snijden op de vragen en eisen die klanten eraan stellen. Om deze veranderingen te bevorderen zou het nuttig zijn als alle betrokkenen na zouden denken over de wijze waarop zij van elkaars leerprocessen kunnen leren.


Bijlagen

Investeer in kennis met een lange halfwaardetijd

Het is jammer, maar beroepsmatige kennis, ook die van informatici, heeft een halfwaardetijd. Opgeslagen in databases, in de hoofden van mensen of in de vorm van handleidingen en schema’s … het veroudert vanzelf. De snelheid waarmee inhoudelijke kennis onbruikbaar wordt, is omgekeerd evenredig met de rijpheid van een technologie. Bij oude en stabiele technologieën heeft de bijbehorende kennis een lang leven – de timmerman van 500 jaar terug kan nu zo aan de slag. De informatietechnologie is echter een jonge technologie: kennis daarover heeft daarom een korte halfwaardetijd. Automatiseringskennis van 15 of zelfs 5 jaar terug is al verouderd. En dat blijft ook zo; de instrumenten en concepten evolueren nog steeds snel. Minstens drie wezenlijk nieuwe ontwikkelingen zijn in aantocht: intelligente apparaten en agents, kennissystemen die kunnen omgaan met natuurlijke taal en fuzzy logic, en tenslotte de verwebbing van informatie, applicaties en interfaces. Kennis en werkervaring met ‘oude’ technieken zullen vrijwel nutteloos blijken (en soms zelfs een belemmering) om deze nieuwe mogelijkheden onder de knie te krijgen.
De vraag is echter of technische kennis het voornaamste wapen van de toekomstige informaticus zal zijn. Ongeacht de in te zetten techniek blijkt de vertaling van IT-mogelijkheden naar rendabele, operationele toepassingen het grote obstakel. De belangrijkste oorzaak is dat de beginnende informaticus een theoretisch en vertekend beeld heeft hoe informatie in de praktijk van organisaties wordt gebruikt. Een schets van de werkelijkheid:
– Informatie, ook die kristalhelder gemodelleerde informatie, is slechts een onderdeel van beslisprocessen … die onduidelijk, irrationeel en politiek-beladen zijn.
– Mensen denken niet in boomstructuren en datamodellen, maar in processen en associaties.
– Beslissers die investeringen in informatiesystemen overwegen horen graag wat zo’n systeem betekent voor hun business en waar de opbrengsten, risico’s en alternatieven liggen. Voor hen is informatie een middel, geen doel.
Veel informatici hebben deze waarheden, met vallen en opstaan, zelf langzaam moeten ontdekken. Niet zelden vervalt men daarbij in scepsis en gemopper; “allemaal weerstand” zuchten ze tegen elkaar.
Het pleit voor opleidingsvormen waarin de aankomende informaticus een beter besef krijgt van de werkelijke rol van informatie; waarin hij gestructureerd (en vooraf!) leert wat hij anders zelf fragmentarisch moet ondervinden. Hij moet ervaren, in afstudeer-opdrachten en stages, wat informatie in een business-setting betekent. Niet binnen de beschermde omgeving van een automatiseringsafdeling, maar ‘aan de kant’ van de gebruiker. Theoretische kennis over besliskunde, bedrijfspsychologie, concurrentie-strategieën en groepsprocessen kan dat ondersteunen, veel meer dan weten hoe je een datamodel precies moet normaliseren.
Dit soort kennis, over hoe organisaties werken en wat informatie(systemen) daarin voorstellen, heeft wél een lange halfwaardetijd: de mens en zijn cognitieve vermogens veranderen niet. Het komt, ongeacht de technologie, altijd van pas en maakt informatici ‘fit to their job’.


Bijlagen

IT en de toekomst

In de film IT betekent IT niet informatietechnologie. IT is een film naar het boek van Stephen King, de horrorspecialist. Nu wil ik hier niet al te zwaar onderstrepen dat het begrip Informatie Technologie, en met een nadruk op de T van Technologie, voor veel mensen horrorbeelden oproept. Wel wil ik even aanstippen dat die technologie blijkbaar niet alleen zegeningen met zich brengt. Ik wijt dit aan de mens-onvriendelijke manier waarop de informatie toegankelijk is. Het kan ook anders. Ik pleit dan ook voor technologie, informatie- en communicatietechnologie, waarbij je van de technologie weinig of niets merkt, die voor de gebruiker (niet voor de ontwerper!) logisch in elkaar zit en die intuïtief bruikbaar is.
In een oud ziekenhuis raakte iedereen ondanks de intensieve tussenkomst van receptionistes de weg kwijt. Dit ziekenhuis was in de loop der jaren zo gegroeid omdat verschillende architecten de bestaande gebouwen steeds op een (voor hun) logische manier hebben uitgebreid. Met deze bouwkundig logische uitbreidingen ging steeds meer de logica voor patiënten, medewerkers en bezoekers verloren. In plaats van een nieuwe bewegwijzering begon het ziekenhuis met een aantal interne verhuizingen zodat de indeling logisch en intuïtief werd. Bezoekers, medewerkers en patiënten zijn nu niet meer afhankelijk van anderen en ergeren zich niet langer paars.
Was in dit ziekenhuis de bezoeker afhankelijk van een gedienstige, zo was het zonder een pompbediende ook onmogelijk auto te rijden. De pompen zijn intussen zo gebruikersvriendelijk geworden dat automobilisten al jaren zelf hun auto’s vullen. Technisch is het mogelijk. Er zijn al macro’s die het zoekgedrag van managers observeren. Er zijn al interactieve computerprogramma’s gebaseerd op psychologische inzichten. Met de combinatie van deze technieken voorzie ik dat op korte termijn managers hun informatiebehoefte zonder tussenkomst van de informatietechnologie kunnen bevredigen.


Bijlagen

Een interactieve SQL-‘Boekverkenner’

De introductie van een elektronische leeromgeving die eenzijdig wordt gemotiveerd vanuit de ‘voordelen’ ten opzichte van klassieke media zal vaak teleurstellen. De SQL-cursus die in deze presentatie en minicursus centraal staat, is ontwikkeld vanuit de erkenning dat een boek in veel opzichten een superieur medium is. Een papieren cursusboek, met een didactisch hoogwaardige inhoud, was daarom het uitgangspunt. De auteurs hebben er echter een elektronische versie aan toegevoegd, die de student alle routinewerk uit handen neemt en ook voor docenten bijzondere mogelijkheden schept: de interactieve ‘Boekverkenner’.
Een greep uit de functionaliteit: query’s zijn direct vanuit de elektronische tekstversie executeerbaar; uitgebreide navigatiemogelijkheden door de tekst, en door diagrammen en scripts van de voorbeelddatabases; een eindgebruikersapplicatie die alle SQL-verkeer van cliënt naar server in beeld brengt; query-optimalisatie geïllustreerd via een voorbeelddatabase van realistische grootte; een programmeursvriendelijke SQL-omgeving met de mogelijkheid verschillende transactiemodellen in te stellen en om op een werkplek een multi-useromgeving te realiseren.
Het programma omvat een introductie, een demonstratie, een uiteenzetting over de gebruikte technologie en een practicum.


Bijlagen

2002_Wiegerink_ea_handout.pdf

E-xcellent In Communicatie Transfer: Databank van Kwalificatiestandaards

Kwalificaties geven aan wat mensen kennen en kunnen. Ze spelen een belangrijke rol in de communicatie op de arbeidsmarkt. Werknemers, werkzoekenden, studenten en afgestudeerden gebruiken hun kwalificaties om te laten zien wat ze te bieden hebben. Werkgevers vragen om bepaalde kwalificaties. Opleidingsinstituten laten zien welke kwalificaties ze helpen ontwikkelen. Arbeidsbemiddelaars willen zowel het aanbod als de vraag in beeld hebben. Het gaat op de arbeidsmarkt allereerst om het verbinden van vraag en aanbod.
Een consortium bestaande uit SLO en Stoas hebben vele kwalificaties bijeengebracht in de databank Kwalificatiestandaards.
De databank Kwalificatiestandaards helpt om zowel vraag als aanbod inzichtelijk te maken voor verschillende gebruikers.
Doel van de presentatie is de verschillende gebruikersgroepen te informeren over de bedoeling van de databank en het verzamelen van informatie bij de deelnemers over hun verwachtingen ervan. Dit laatste zal op een IT wijze tot stand komen.


Bijlagen

Learning for Mastery

EDEN-Support is een web based onderwijs-supportorganisatie. In beginsel kan elke vakinhoud in het support systeem worden opgenomen. Een centraal database management systeem regelt de gegevensopslag, alsmede de in- en uitvoer daarvan, en handelt alle procedures met de gebruikers (leerlingen, tutors, auteurs, ouders) af. Leerlingen en auteurs kunnen zowel online als offline werken. Studieresultaten en studiegedrag worden automatisch geëvalueerd. EDEN-Support wordt ontwikkeld met steun van het Ministerie van Economische zaken. Het educatief ontwerp is gebaseerd op Learning for Mastery. Het technologisch ontwerp richt zich op het faciliteren van open source communities van auteurs (leerstof ontwikkeling) en van leerlingen (samen studeren), op ‘repacking’ van bestaand lesmateriaal en op het minimaliseren van de kosten.
Tijdens de presentatie zullen twee voorbeelden worden gegeven: Mathesis (wiskunde) en Lexis (Nederlands).


Bijlagen

2002_VanSebille_ea_paper.pdf