Hoewel sociale media zeer populair zijn onder jongeren, is over de effecten van het gebruik van sociale media voor onderwijsgerelateerde doeleinden in het VO tot op heden nog weinig bekend. Deze bijdrage bericht daarom over de resultaten van een verkennende studie naar het gebruik van sociale media in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs.
Daartoe is gedurende een periode van 3 maanden het sociale medium Twitter ingezet in de bovenbouwvakken Informatica en Economie voor HAVO en VWO. Het doel daarbij is achtergronden, discussie, toetsmateriaal en huiswerk- en proefwerktips te verspreiden.
Dit artikel bericht over de opzet, ervaringen en eerste evaluatie van dit project.
Gebruikersvriendelijke CBT-ontwikkeltools
Mede door de toenemende gebruikersvriendelijkheid van ontwikkelomgevingen zullen er in de toekomst steeds meer tools ter beschikking komen, die de opleider in staat stellen op eenvoudige wijze zelf interactieve en multimediale presentaties en/of leerpakketten samen te stellen. De vraag is echter of de opleider van deze nieuwe mogelijkheden gebruik maakt of dat hij/zij definitief kiest voor een scheiding van taken d.w.z. de opleider levert de leerstofinhouden aan en de ontwikkelbureaus verpakken het materiaal in digitale vorm?
De ervaring heeft geleerd dat de introductie van met name de Tutoriele courseware moeizamer is verlopen dan de meeste ontwikkelaars hadden gehoopt. Daarentegen lijken de programma’s waar het accent meer ligt op oefenen makkelijker ingang gekregen te hebben in zowel onderwijs als bedrijfsopleidingen.
Een tutorial bepaalt in hoge mate de invulling van een vakcurriculum en wordt al gauw door de opleider als te sturend ervaren. Terwijl bij de oefenprogramma’s de opleider de regie volledig in eigen handen kan houden. De conclusie lijkt daarom gerechtvaardigd dat opleiders wel bereid zijn om met interactieve media aan de slag te gaan, maar zeker niet hun vat op de kern van het onderwijsleerproces willen verliezen.
Voor de rol van de opleider zijn nog drie andere ontwikkelingen van belang:
1. De inhouden en leervormen van opleidingen worden meer en meer vastgelegd. Kwaliteitsbewaking gaat hierbij een steeds grotere rol spelen.
2. Enerzijds komen juist de gemodulariseerde opleidingen tegemoet aan de eis van kwaliteit borgen, anderzijds leent een goed gedocumenteerde opleiding zich voor vormen van extensivering. Dit hele proces van standaardisatie en extensivering stimuleert de introductie van nieuwe onderwijstechnologieën.
3. Hoewel de opbouw van de hardware-infrastructuur telkenmale achterloopt op de mogelijkheden om de computer effectief in te zetten bij het leren groeien we zeker naar een bezetting toe, die de implementatie van multimediale leerpakketten mogelijk gaat maken.
Voor wat betreft de verhouding tussen de producent van cursussen en kennisoverdracht, de opleider en de distributeur van kennis, de onderwijsinstelling, zal in de komende jaren het zwaartepunt verlegd worden naar de distributiefunctie.
Op welke manier kan bedrijven inspelen op een ontwikkeling in zowel de onderwijs als de bedrijfsopleidingenmarkt, die tendeert naar een situatie waarin vrijwel alle opleidingsverantwoordelijkheden voldoende kennis en vaardigheden in huis hebben om de nieuwe media actief en zelfstandig te implementeren in hun eigen opleidingsomgeving. De producenten en distributeurs van ontwikkeltools kunnen bijvoorbeeld inspelen op de wensen van een doelgroep, die behoefte heeft aan een pakket waarmee snel en gemakkelijk eenvoudige leerpakket of toetsprogramma’s geproduceerd kunnen, zonder de mogelijkheid af te sluiten om complexere functionaliteit aan te brengen.
Er zijn de laatste jaren echter vooral ontwikkelomgevingen op de markt gebracht, die zich of richten of op de programmeur of op de gebruiker. Er bestaat echter in toenemende mate behoefte aan ontwikkelomgevingen die voldoen aan de eisen van gebruikersvriendelijkheid van de opleider enerzijds en de programmeertechnische eisen van de ontwikkelaar anderzijds.
Bijlagen
Interviewtechniek in relatie tot informatiesysteemontwikkeling
1. Inleiding
De laatste jaren wordt algemeen erkend dat in informatica-opleidingen meer aandacht moet worden besteed aan sociale en communicatieve vaardigheden (SCV) dan in het nabije verleden gebruikelijk was. Dit geldt in het bijzonder voor HBO-opleidingen tot bedrijfsinformaticus of informatiesysteemontwikkelaar. Dezen zullen immers werkzaam zijn als intermediair tussen domeindeskundigen en informatici in engere zin.
2. Kern
Hogeschool Gelderland heeft gedurende de afgelopen vier cursusjaren in opdracht van de HBO-raad als VIT-project een opleiding Systeemontwikkeling uitgevoerd als experimentele tweejarige hoofdfasestudie voor alle vierjarige initiële technische, sociale en educatieve studierichtingen binnen de hogeschool. Het daarvoor ontwikkelde curriculum heeft de recente visievorming in een aantal andere HBO opleidingen (Hogere Informatica en Bedrijfsinformatica) sterk beinvloed.
Het eerste studiejaar van de opleiding Systeemontwikkeling (voor studenten hun derde studiejaar) is nagenoeg geheel gewijd aan een gezamenlijke methodologische scholing op het gebied van informatiesysteemontwikkeling in de meest brede zin. In dit jaar zijn een aantal vakken met nadrukkelijke SCV elementen vormgegeven, zoals ‘Rapportage en Documentatie’, ‘Voortraject Informatiesysteemontwikkeling’, ‘Communicatiegeoriënteerde Informatieanalyse’, ‘Projectmatig werken’, ‘Sociale Bedrijfskunde’ en niet in de laatste plaats een aantal projectmatig opgezette casussen, waaraan in dit derde jaar in totaal 720 studiebelastingsuren worden besteed.
De methodologische scholing wordt afgesloten met een casus van 12 weken, gericht op het projectmatig uitvoeren van een totaaltraject (van definitiestudie tot en met invoering) gericht op de ontwikkeling van een geautomatiseerd management-informatiesysteem ten behoeve van de eigen hogeschool. Dit project, waarin docenten, studenten en domeindeskundigen intensief samenwerken, beoogt met name ook de SCV-vaardigheden van de studenten verder te ontwikkelen. Efficiënt samenwerken en vergaderen, mondelinge en schriftelijke rapportage en niet in de laatste plaats interviewtechniek krijgen daarbij ruime aandacht. Enkele van de op deze wijze ontwikkelde informatiesystemen zijn inmiddels binnen de hogeschool operationeel in gebruik.
Het vierde jaar bestaat uit een stage van 4 maanden en een afstudeerproject van 6 maanden, beide uit gevoerd in domeinspecifieke organisaties of bedrijven. De SCV-attitude van de studenten wordt daar bij vaak geprezen.
3. Slot
In de voordracht zal kort worden ingegaan op inhoud en vormgeving van SCV-georiënteerde curriculumelementen en meer uitvoerig op de wijze waarop de studenten worden getraind met betrekking tot sociaalcommunicatieve vaardigheden in bovengenoemd 12-weeks project.
Bijlagen
Een kwaliteitsbril voor het toetsen van opleidingen
Hoe krijgt een bedrijf zekerheid over de kwaliteit van opleidingen? Een kwaliteitssysteem voor het toetsen van de kwaliteit, en dus de effectiviteit van opleidingen kan uitsluitsel geven. Het kwaliteitssysteem biedt feitelijk geen nieuwe elementen dan reeds lang in ‘opleidingsland’ worden gehanteerd. Wel worden deze elementen geïntegreerd tot een geheel.
Bijlagen
Toetsen stimuleren opleidingsprestaties
Het integreren van de toetsing van prestaties van cursisten zowel in de ontwerp- als realisatiefase van een opleiding levert voor alle betrokkenen voordelen op. Dat wordt alom beleden,niet gepraktiseerd.
In deze presentatie worden enkele voorbeelden uit de praktijk gegeven waarbij door de expliciete verwevenheid van de toetsing in het programma de prestatie van cursisten wordt bevorderd en in de verschillende stadia van de opleiding controleerbaar wordt gemaakt.
Bijlagen
De sleutel tot Terabyte Databases: Massive Parallel Processing (MPP)
Op universiteiten en hogescholen wordt tijdens de studie op zeer kleine schaal gewerkt met DBMS’en en de benodigde hardware/software. Er ligt vaak een accent op individueel computergebruik ten behoeve van studie en/of onderzoek. Dit heeft tot gevolg dat weinig kennis en ervaring wordt opgedaan met betrekking tot het beheer, performance, concurrent gebruik van grote databases. Er is dan ook weinig kennis aanwezig over wat er zich in het bedrijfsleven (administratieve systemen steunend op zeer grote databases die vele honderden Gigabytes dan wel Terabytes bevatten), afspeelt aan beheers- en/of performance problematiek.
In het begin van 1994 werd, op een universitair congres over databases onder andere gesproken over performance van (binnen de universiteiten veel toegepaste) relationele systemen, waarbij de volgende uitspraak naar voren kwam: “In een JOIN over 5 tabellen met in elke tabel enkele tienduizenden rijen, werd toch wel de grens van performance voor een RDBMS bereikt”. Gelukkig kon dit ter plekke worden tegengesproken. Met behulp van MPP en het Teradata RDBMS wordt voornoemde JOIN met vele honderden miljoenen rijen uitgevoerd bijvoorbeeld bij een winkelketen, om de actuele verkopen te confronteren met de verkopen uit het verleden.
Bij het vernoemen van dergelijke praktijkgevallen heeft men soms het gevoel als een ‘marsmannetje’ met een futuristisch verhaal te worden aangestaard. Voornoemde MPP systemen worden al meer dan tien jaar succesvol in de bedrijven toegepast.
Het zal duidelijk zijn dat een betere integratie met de operationele werkelijkheid in de bedrijven, ten aanzien van het beheer en implementatie van grote databasesystemen, tijdens de studie zal moeten doordringen om zo de afgestudeerde meer werkelijkheidszin te geven waardoor zijn waarde voor het bedrijfsleven toeneemt.
In de presentatie wordt de architectuur van hardware/software uiteengezet die noodzakelijk is om ADHOC queries op Terabyte databases te kunnen beantwoorden.
Bijlagen
Opleidingsprogramma’s als instrument bij beroepsontwikkeling
De wijze waarop IT-diensten in de markt worden verleend gaat in de komende jaren ingrijpend veranderen. De grenzen tussen de interne systeemhuizen en de externe softwarebureaus verdwijnen. Informatiesystemen en de IT-infrastructuur worden onder architectuur gerealiseerd, waarbij de softwarecomponenten, net als de hardware en systeemsoftware, worden ingekocht of in opdracht door softwarefabrieken opgeleverd. Professionalisering van het vak leidt ertoe, dat specialisatie ontstaat. Naast de beroepsgroep van software constructeurs die de componenten doelmatig en van hoge kwaliteit opleveren, krijgt het beroep van de informatiesysteem ingenieur vorm. De NGGO is een platform dat zich specifiek op deze doelgroep richt en dat door middel van seminars, lezingen, werkgroepen en publikaties de professionalisering stimuleert.
Opleidingsprogramma’s zijn, mits goed ingezet, een uitstekend instrument bij het vormgeven van nieuwe functies en nieuwe IT-dienstverlening.
In de presentatie wordt dit aan de hand van voorbeelden geïllustreerd. Daarnaast is het nodig ervaren IT-professionals die leiding gaan geven aan de vernieuwing van het vak door middel van een zwaar programma op post-doctoraal niveau bij te scholen. Tenslotte wordt ingegaan op de veranderde eisen die worden gesteld aan de informatiesysteem ingenieurs en de implicaties die die heeft voor het reguliere onderwijs.
Bijlagen
Opleiden: informeren of interacteren!? Tussen theorie en praktijk
1. Leerdoel
Binnen de informaticabranche wordt steeds meer aandacht besteed aan de communicatieve vaardigheden van automatiseerders. Goede interne en externe communicatie blijkt een belangrijke succesfactor! Het doel van deze minicursus is u te laten ervaren wat de mogelijkheden en kansen zijn van het samenwerken tussen opleider en acteur.
2. Opzet en werkwijze
De cursus is interactief opgezet. Samen met het publiek worden praktijksituaties nagespeeld en geanalyseerd. U maakt kennis met hoe u als opleider een acteur kunt inzetten, hoe u kunt samenwerken met een acteur en wat de toegevoegde waarde is voor uw cursisten.
3. Doelgroep en verwachte voorkennis
Iedereen die te maken heeft met of geïnteresseerd is in het opleiden in communicatieve vaardigheden binnen de informaticabranche.
4. Uit te delen materiaal
Na afloop van de training ontvangt u een hand-out waarin u de volgende informatie terug kunt vinden:
– wanneer het zinvol is een acteur in te zetten;
– aan welke randvoorwaarden voldaan moet worden;
– hoe u een acteur kunt programmeren.
Bijlagen
Informatica-onderwijs voor toepassers
De afdeling Educatie van het Nederlands Genootschap voor Informatica (NGI) heeft op zich genomen het project “informatica-onderwijs voor toepassers”. Dit maakt deel uit van het activiteitenprogramma “Het vak in beweging” van de COMmissie BeroepOntwikkeling(COMBO) van het NGI. In dit programma zijn een groot aantal activiteiten voorzien waaronder drie opleidingsprojecten voor “toepassen”, “leiden/organiseren” en “ontwerpen”. Het project ontvangt subsidie van de stichting Bevordering Kwaliteit Informatica Beroepsopleidingen (BKIB).
Onder “toepasser” wordt verstaan iedereen die een rol speelt in de toepassende organisatie. Naast uitvoerders dus ook de leidinggevenden en de ondersteuners/adviseurs. De toepassers spelen twee verschillende rollen: die van “gebruiker” van IT en die van “in stand houder” van de IT-organisatie.
Het project dient als produkt op te leveren “Uitgangspunten voor de informatica-opleiding van toepassers”. De toepassers-informatica bestaat uit de kennis die de toepasser/gebruiker nodig heeft om zijn eigen specifieke werkzaamheden IT-ondersteund uit te voeren, dan wel bij de organisatie daarvan door anderen de geëigende rol te spelen. Toepassers-informatica is branche-/functiespecifiek en is geen kennis op zich, maar vormt een geïntegreerd onderdeel van de kennis over de primaire activiteiten.
Gepresenteerd wordt een methode om deze kennis te definiëren. Als voorbeeld is voor twee (pilot) branches (het bancaire bedrijf en het elektrotechnisch installatiebedrijf) inmiddels een start gemaakt.
Deze presentatie geeft informatie over het verloop van het project en presenteert de voorlopige resultaten.
Bijlagen
Informaticascholing: met het oog op de toekomst
Steeds snellere veranderingen in beleid, ondernemingen stellen totaal andere eisen aan de organisatie van de informatieverzorging en de benodigde vaardigheden.
Rondom IT bestaat een aantal hardnekkige misverstanden die een grote rol spelen bij het inrichten van het informatica-onderwijs. Deze zijn o.a. de techniek doet het (oftewel IT is produktiefactor), de PC maakt het makkelijker, we leven in een informatiemaatschappij e.d.
Het zijn paradoxen die tot verkeerde conclusies leiden over de toekomst van het informatica-onderwijs. Dit staat niet aan het einde maar juist aan het begin.
