Themasessie: Integratie van informatica in het Hoger Onderwijs

Stellingen
– Alleen als het informatica-opleidingsveld zich in de komende vijf jaar institutionaliseert is er in de toekomst nog plaats voor informatiekunde-opleidingen in het hoger onderwijs (Baeten)
– De investeringen in gebruikersopleidingen, bijvoorbeeld door beschikbaarstelling van applicatieprogrammatuur, dienen door zowel overheid als bedrijfsleven te worden opgevoerd (Boersma, NIOC ’90)
– De sleutel tot integratie van informatica is de transformatie van alle (andere) vormen van informatie naar elementaire zinnen in de natuurlijke taal (Dietz)
– In het Hoger Onderwijs is nog meer dynamiek nodig om de snelle ontwikkelingen in de automatisering te blijven volgen (Van Ingen)
– Verwarring over het wezenlijke onderscheid tussen informatica en informatiekunde leidt tot veronachtzaming van de interfaces tussen beide gebieden en belemmert integratie. (Van Leeuwen)
Toelichting
Kernwoord van deze sessie is: Integratie. In Van Dale (1984) wordt onder integratie verstaan: het integreren, het maken tot of opnemen in een geheel.
Uitgangspunt van deze themasessie is de volgende stelling:
De integratie van de disciplines informatica en informatiekunde in andere disciplines is tot op heden onvoldoende gerealiseerd,
Diverse reacties zijn mogelijk:
– hoezo?
– moet dat dan?
Ook kunnen vragen worden gesteld als:
– Wat is informatica?
– Wat is informatiekunde?
– Zijn dit eigenlijk wel disciplines?
– Wat is dan het kenobject?
– Wat is het ervaringsobject?
– Wat wordt bedoeld met andere disciplines?
Het zou te ver gaan op één A4-tje of tijdens een sessie van een uur antwoorden op al deze vragen te verwachten, Waar het met name om gaat is het volgende.
Aanvankelijk (de jaren ‘SO) hielden mensen zich met computers bezig om ze ‘aan de praat te krijgen’ en om wiskundige en administratieve toepassingen ‘er op te draaien’, Er was sprake van een gezamenlijk belang waarbij de toepassers uiteindelijk wel bepaalden wat er gebeurde, Samen sterk! Als de programma’s maar draaien, dan is het goed, Toen: de jaren ’60 en daarna, kwamen er mensen (informatici avant-Ia-Iettre?) die vonden dat computers beter (bijvoorbeeld capaciteit en snelheid) gebruikt moesten worden, Zij scheidden zich af en predikten optimaliteit van computergebruik. Tot optimaliteit rekenden zij verschillende zaken: capaciteit, snelheid, betrouwbaarheid, enzovoorts. Deze boodschappen werden niet verstaan door de toepassers: als de programma’s maar werkten en de salarissen of facturen maar klopten is ‘het’ toch goed? En zo ontstond er een nieuwe discipline die zich in de loop der jaren steeds meer onttrok aan de wensen van mensen die wel een computer willen gebruiken maar die geen interesse hebben voor kwaliteit De gebruikers zijn geboren.
Na de komst van de personal computers (jaren ’80) wordt de afstand tussen informatici en gebruikers groter en groter. Al snel wordt een oplossing voor de overbrugging van de afstand (communicatieproblematiek) aangedragen: de toepassers van weleer worden nu informatiekundigen genoemd. Zij moeten zorgen voor de communicatie tussen experts en gebruikers. Wat betekent dit? Eerst geëxcommuniceerd en vervolgens weer geaccepteerd? Informatiekundigen verenigt U en stel Uw eigen eisen vast. Vol vertrouwen in eigen kunnen gebruiken zij (jaren ’70 en ’80) methoden als ISAC en SDM, en later ook BSP en ISP. Vanuit de nieuwe wetenschap worden onderwerpen als informatiebeleid en informatieplanning onderscheiden. En die arme gebruiker heeft (weet) het niet meer. De informatiekundigen zouden toch voor de communicatiezorgen? En zo zijn er twee niveaus ontstaan met communicatieproblemen: die tussen de informatici en de informatiekundigen en die tussen de informatiekundigen en de gebruikers.
Langzamerhand weet niemand het meer. Er zijn zelfs geluiden als ‘Uithuilen en opnieuw beginnen’ (Elsevier, 11/4/1992). Moeten de gebruikers soms zelf beter (Ieren) aangeven wat ze willen? Is dan toch integratie van hardware en software in andere disciplines het antwoord? Langzamerhand moet het toch kunnen met al die gebruikersvriendelijke programma’s? Welke bijdrage kan vanuit het Hoger Onderwijs aan deze problematiek worden gegeven?


Bijlagen

1992_Boersma_themasessie_congresmap.pdf

Technische cognitiewetenschap

De Rijksuniversiteit Groningen heeft plannen voor een bovenbouwstudie Technische Cognitiewetenschap, de studie van menselijke en kunstmatige intelligentie. De studie wordt een samenwerking tussen Psychologie, Letteren, Natuurkunde, Informatica en Filosofie. Doel van de presentatie is het schetsen van de inhoud en eindtermen van de studie, hoe deze via het curriculum worden bereikt, en wat de beroepsmogelijkheden voor de afgestudeerden zijn.


Bijlagen

1992_Andringa_ea_congresmap.pdf

Literate programming in het onderwijs

Het is gebruikelijk om gestructureerd programmeren te onderwijzen met behulp van stapsgewijze verfijning. Maar de werkstukken die studenten inleveren bestaan uit gecompleteerde programma’s en de toegepaste verfijningen moeten daar als het ware uit worden ge-‘parsed’.
Het zou veel overzichtelijker zijn om omgekeerd te werken: documenteer de verfijningen en genereer daaruit de programmafiles. Knuth heeft deze benadering ‘Iiterate programming’ genoemd.


Bijlagen

1992_VanAmmers_ea_congresmap.pdf

De atomaire productkwaliteit van informatiesystemen

De laatste tien jaren is de interesse van opleidingsinstituten en ondernemingen verschoven van de programmeerkunst naar relationele databases, case tools en dergelijke. Toch wordt er in ongeveer tien procent van de gestarte nieuwbouwprojecten geen informatiesysteem opgeleverd en de kosten van het testen en onderhouden van ‘geslaagde’ systemen neemt grote vormen aan. De kunst van het specificeren/programmeren dient weer in ere te worden hersteld.


Bijlagen

1992_Acohen_congresmap.pdf

Creatief computeren

Integreren van creatieve softwarepakketten in:
– DeskTop Publishing: vanaf beginstadium tot eindproduct zoals brochure (DTP) met foto’s (digitale fotoverwerking) en illustraties (tekenpakket)
– DeskTop Video: koppeling tussen video en computer: werken naar eindproduct (videofilm) waarin de computer in beeld en geluid heeft ingegrepen
– Sound & Midi: opname geluiden met ‘sound-digitizer’. Met behulp van MIDI-keyboard, gitaar of stem en softwarebewerking (sequencer programma’s) wordt toegewerkt naar een eindproduct (song).


Bijlagen

1992_Aarbodem_ea_congresmap.pdf

Planningsprogramma ten behoeve van nascholing docenten in het beroepsonderwijs (demonstratie)

Opleidingsinstituten, instituten voor beroepsonderwijs, krijgen voor de nascholing van hun personeel de beschikking over een geoormerkt budget. Dat betekent ondermeer een grotere autonomie in het vormgeven van nascholingsbeleid als onderdeel van het personeelsbeleid.
De overheid stelt voorwaarden bij de lumpsumfinanciering van de nascholing: het management dient een nascholingsplan te maken, waarin het aangeeft om welke reden men kiest voor een bepaalde vorm van nascholing, welke categorieën personeelsleden welke nascholing gaan volgen, wat de begrote kosten zijn.
Een nascholingsplan is echter niet alleen een opdracht van de overheid. Het is ook een plan voor het vormgeven van het eigen instituutsbeleid voor de nascholing.
Het management moet bijvoorbeeld afwegingen maken om de schaarse middelen – tijd en geld – te verdelen. Daarnaast is het nascholingsplan ook in het kader van het personeelsbeleid een bruikbaar instrument voor het bereiken van de ontwikkelingsdoelen die het instituut voorstaat.


Bijlagen

1992_Aalders_ea_2_congresmap.pdf

Planningsprogramma ten behoeve van nascholing docenten in het beroepsonderwijs (poster)

Het verschaffen van informatie over de Na-NaBoNT-planner.
De Na-NaBoNT-planner is een computerprogramma dat scholen voor beroepsonderwijs kunnen gebruiken bij het plannen van de nascholing voor hun personeel.
Met name wordt informatie gegeven over:
– de plaats van de Na-NaBoNT-planner binnen het personeelsbeleid en het nascholingsbeleid
– de mogelijkheden van de planner bij het opstellen van een nascholingsplan.


Bijlagen

1992_Aalders_ea_1_congresmap.pdf

Het programmeren van lussen, een blijvend probleem?

Een belangrijke besturingsstructuur in de meeste programmeertalen is de herhaling of iteratie. In vrijwel iedere inleidende programmeercursus zal er dan ook aandacht aan besteed worden. Omdat cursisten dikwijls fouten maken op dit terrein, laten we enkele benaderingen de revue passeren. Wij zullen daarbij ondermeer putten uit onze ervaring in het geven van programmeeronderwijs aan niet-informatici.


Bijlagen

1992_VanDiepen_ea_1_congresmap.pdf

Modelbegrip: basis voor efficiënte aanpak

Gebruik van methoden bij ontwerp en bouw van informatiesystemen resulteert niet automatisch in goede informatiesystemen. Om goede informatiesystemen te ontwerpen is in de eerste plaats inzicht in datamodellen nodig.
Doel van deze minicursus is opleiders in te laten zien dat binnen het onderwijs op het gebied van informatiesystemen het verschaffen van inzicht in datamodellen een belangrijke(re) plaats dient in te nemen.


Bijlagen

1992_VanDenBosch_congresmap_0.pdf

Oberon als eerste programmeertaal

Oberon, de nieuwste programmeertaal uit de koker van Niklaus Wirth, combineert de beste eigenschappen van Pascal en Modula-2, heeft een eenvoudiger structuur en desondanks meer mogelijkheden. Je mag daarom verwachten dat de taal niet alleen geschikt is voor het schrijven van operating systems en andere complexe programma’s, waarvoor nu C en Modula-2 worden gebruikt, maar dat hij ook goed kan dienen als taal voor het programmeeronderwijs.
Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. De syntax levert voor beginners weinig problemen op en het beproefde paradigma van het ‘gestructureerd programmeren’ is in Oberon uitstekend geïmplementeerd. Alleen strings worden door Oberon nog te weinig ondersteund.


Bijlagen

1992_Bos_congresmap.pdf