Themasessie: Beroepsonderwijs

Stellingen

Instroomkwalificatie met betrekking tot basisvaardigheden
a. Basisvaardigheden in informatica behoren tot de einddoelen van de eerste fase voortgezet onderwijs. De tweede fase beroepsonderwijs bouwt daarop voort.
b. Ook voor het vak (basis-) informatica verdient het aanbeveling een A-, B- en C-niveau te definiëren in het voortgezet onderwijs, evenals dat het geval is voor vakken als Nederland en wiskunde.
c. Het is van belang de bewustwording van docenten en management van het eerste faseonderwijs te vergroten, met betrekking tot de impact van (het vak) informatica in het beroepsonderwijs en de beroepspraktijk.

Basiskennis in tweede fase beroepsonderwijs
a. In het tweede-fase-beroepsonderwijs moeten concepten en begrippen aangebracht worden van informatica, informatiestromen en informatiebeheer. Daarbij dienen leerlingen getraind te worden in probleemoplossend denken.
b. Verwerking van theoretische kennis vereist, in verband met het leerproces van het ‘doetype’ leerling, praktische omgang met hard- en software. Hierbij is het niet nodig over de nieuwste versies van de hardware en de software te beschikken. Dit is momenteel de tendens, maar onnodig en (op den duur) bovendien onbetaalbaar.

Aansluiting op de beroepspraktijk
a. In het tweede fase beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie dienen de te leren informaticakennis en -vaardigheden zo dicht en realistisch mogelijk op de beroepspraktijk aan te sluiten. Hiertoe dient de beroepspraktijk voortdurend geanalyseerd te worden op informatica-aspecten in relatie tot beroepshouding, -kennis en -vaardigheden.
b. Wellicht is informatica de aanzet om leerlingen multidisciplinair voor te bereiden op de beroepspraktijk door middel van teamteaching met de informatica- en de vakdocent.
Toelichting
Bij het voorbereiden van de beleidssessie voor het Beroepsonderwijs is de voorbereidingsgroep niet uitgegaan van de diverse onderwijsvormen. Getracht is te komen tot ‘stellingen’ of beweringen die onafhankelijk zijn van een onderwijssoort, waarbij de ene bewering meer waar is voor een bepaalde onderwijssoort dan de andere.
Er is gekozen voor de invalshoek: ‘begintermen – eindtermen’ van het tweede fase onderwijs.
Onder begintermen wordt verstaan die kennis en vaardigheden (op ’t gebied van informatica) die men heeft opgedaan in het eerste fase onderwijs. Het is de startkwalificatie voor voortzetting en verdieping in het tweede fase beroepsonderwijs.
Onder eindtermen wordt verstaan de kennis en vaardigheden die men heeft verworven in de
beroepsopleiding.
De ‘stellingen richten zich op de instroomkwalificatie voor het tweede fase beroepsonderwijs, de in de tweede fase aan te brengen kennis en vaardigheden (eindtermen) en de aansluiting op de beroepspraktijk.


Bijlagen

1992_Brederveld_themasessie_congresmap.pdf

Planningsprogramma ten behoeve van nascholing docenten in het beroepsonderwijs (demonstratie)

Opleidingsinstituten, instituten voor beroepsonderwijs, krijgen voor de nascholing van hun personeel de beschikking over een geoormerkt budget. Dat betekent ondermeer een grotere autonomie in het vormgeven van nascholingsbeleid als onderdeel van het personeelsbeleid.
De overheid stelt voorwaarden bij de lumpsumfinanciering van de nascholing: het management dient een nascholingsplan te maken, waarin het aangeeft om welke reden men kiest voor een bepaalde vorm van nascholing, welke categorieën personeelsleden welke nascholing gaan volgen, wat de begrote kosten zijn.
Een nascholingsplan is echter niet alleen een opdracht van de overheid. Het is ook een plan voor het vormgeven van het eigen instituutsbeleid voor de nascholing.
Het management moet bijvoorbeeld afwegingen maken om de schaarse middelen – tijd en geld – te verdelen. Daarnaast is het nascholingsplan ook in het kader van het personeelsbeleid een bruikbaar instrument voor het bereiken van de ontwikkelingsdoelen die het instituut voorstaat.


Bijlagen

1992_Aalders_ea_2_congresmap.pdf

Planningsprogramma ten behoeve van nascholing docenten in het beroepsonderwijs (poster)

Het verschaffen van informatie over de Na-NaBoNT-planner.
De Na-NaBoNT-planner is een computerprogramma dat scholen voor beroepsonderwijs kunnen gebruiken bij het plannen van de nascholing voor hun personeel.
Met name wordt informatie gegeven over:
– de plaats van de Na-NaBoNT-planner binnen het personeelsbeleid en het nascholingsbeleid
– de mogelijkheden van de planner bij het opstellen van een nascholingsplan.


Bijlagen

1992_Aalders_ea_1_congresmap.pdf

Van PRINT naar TIP

Het PRINT-project in het MBO heeft een opvolger gekregen in de vorm van het PRESTO-project. Een belangrijke rol zal het Technologisch Innovatie Programma (TIP) krijgen waarbij de MBO Colleges zelf aangeven welke richting het met Nieuwe Technologie in het onderwijs heen moet.
Het CPS verleent ondersteuning bij het opstellen van een TIP, en kan begeleiden bij de uitvoering van projecten.


Bijlagen

1992_Bartling_congresmap.pdf

Ervaringen met de implementatie van informatiseringsopleidingen in het leerlingwezen

Het conventionele model van het leerlingwezen biedt te weinig mogelijkheden om het jonge en snel wijzigende gebied van informatisering optimaal te kunnen onderwijzen. Modulering biedt de mogelijkheid om de opleidingen flexibeler en beroepsgerichter in te vullen. De ervaringen met dit proces kunnen als gereedschap dienen bij het ontwikkelen van beroepsopleidingen in de Informatica en Informatisering.


Bijlagen

1992_Brugman_congresmap.pdf

Postergalerij PRESTO Prestige Pilots

Op 2 november 1991 is in het kader van het PRESTO-programma een prijsvraag uitgeschreven met het thema: ‘Wordt uw visioen werkelijkheid?’. Ofwel wat zou het effect zijn van invoering van nieuwe technologieën op de school van de toekomst, met name in het middelbaar en cursorisch beroepsonderwijs. Via advertenties in de landelijke dagbladen De Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw, heeft PRESTO elke Nederlander opgeroepen zijn idee voor de school van de toekomst kenbaar te maken.
Nadat vierhonderdtwintig personen in eerste instantie nadere informatie hadden gevraagd, hebben wij uiteindelijk honderddertig ideeën mogen ontvangen. Een deskundige jury, bestaande uit drs. A.J.M.M. Maes, prof. dr. J.L.A. Geurts, prof. dr. J. Moonen, drs. A.J.E.G. Renique, M. Uitzinger en J. Veenstra, heeft zich over de ideeën gebogen en er uiteindelijk eenentwintig geselecteerd. Deze eenentwintig ideeën zijn in de afgelopen maanden uitgewerkt tot projectplannen. De projectplannen worden in de vorm van een poster of miniatuuropstelling op het NIOC gepresenteerd. De inzenders van de projectplannen zullen aanwezig zijn om toelichting te geven.


Bijlagen

1992_Brinkman_congresmap.pdf

De noodzaak en het moderne gebruik van netwerken binnen het vakgebied van de Technische Informatica

1. Het tonen van een transparant netwerk en de modernste gebruiksmogelijkheden binnen dat netwerk, zoals het Client-servermodel, de (X-)windows-omgeving en, optioneel, het beheer en de communicatiemogelijkheden vanuit het gesloten netwerk naar buiten.
2. Het tonen van een geïntegreerde CASE-omgeving waarbinnen diverse ontwerp- en generatie-faciliteiten zijn opgenomen.


Bijlagen

1992_Huisman_ea_congresmap.pdf

Teleleren voor het MBO

Het project Tele-leren is een initiatief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en de Gemeente Tilburg. Het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen participeert eveneens. Het project betreft een proef in het MBO bij de Scholengemeenschap De Rooi Pannen te Tilburg. Tele-leren is onderwijs op afstand, met behulp van interactieve/realtime informatietechnologie.
Het doel van het project is het proefondervindelijk onderzoeken van de mogelijkheden om middelbare scholieren uit het spitsverkeer te halen, zodat kan worden bezien of en in hoeverre Tele-leren een bijdrage kan leveren aan de afvlakking van de ochtendspits.


Bijlagen

1992_VanVeen-VanVliet_ea_congresmap.pdf

Games for soldiers, not for generals

De acroniem FPA wordt over het algemeen gebruikt voor Flexibele Productie Automatisering. De noties die een ieder met dit concept heeft zijn niet altijd dezelfde. Dit geldt ook voor Computer Integrated Manufacturing, CIM, om van de relatie van die twee maar niet te spreken. In feite komt het erop neer dat de concepten voor ogen hebben Flexibel te Produceren met behulp van Automatisering. Zowel nationaal als internationaal wordt men zich bewust dat kwalificatie van het personeel een essentiële factor is bij het opzetten en het uitnutten van de FPA-benadering. Een visie op FPA zal over het algemeen bij de hogere echelons (Generals) verwacht mogen worden. Essentieel voor het slagen van FPA is dat de sleutelfuncties, die het middenkader (Soldiers) inneemt, kennis en visie ontwikkelt over deze filosofie van produceren, die over de afdelingsgrenzen reikt. Daarom heeft de Stichting SOM Opleidingen Metaal een beroepsoverstijgende opleiding in FPA in ontwikkeling. In deze opleiding zal een multimediaal pakket worden gebruikt, bestaande uit Computer Ondersteund Onderwijs (COO), schriftelijke leermiddelen, en simulatiespellen. De minicursus heeft de vorm van een kort simulatiespel. Het is een goede manier om duidelijk te maken dat simulatiespellen over complexe onderwerpen als FPA en CIM, de beste manier is om integratie van en samenhang tussen bedrijfsfuncties te kunnen ervaren.


Bijlagen

1992_DeJong_ea_2_congresmap.pdf