Hoe krijgt een bedrijf zekerheid over de kwaliteit van opleidingen? Een kwaliteitssysteem voor het toetsen van de kwaliteit, en dus de effectiviteit van opleidingen kan uitsluitsel geven. Het kwaliteitssysteem biedt feitelijk geen nieuwe elementen dan reeds lang in ‘opleidingsland’ worden gehanteerd. Wel worden deze elementen geïntegreerd tot een geheel.
Toetsen stimuleren opleidingsprestaties
Het integreren van de toetsing van prestaties van cursisten zowel in de ontwerp- als realisatiefase van een opleiding levert voor alle betrokkenen voordelen op. Dat wordt alom beleden,niet gepraktiseerd.
In deze presentatie worden enkele voorbeelden uit de praktijk gegeven waarbij door de expliciete verwevenheid van de toetsing in het programma de prestatie van cursisten wordt bevorderd en in de verschillende stadia van de opleiding controleerbaar wordt gemaakt.
Bijlagen
De sleutel tot Terabyte Databases: Massive Parallel Processing (MPP)
Op universiteiten en hogescholen wordt tijdens de studie op zeer kleine schaal gewerkt met DBMS’en en de benodigde hardware/software. Er ligt vaak een accent op individueel computergebruik ten behoeve van studie en/of onderzoek. Dit heeft tot gevolg dat weinig kennis en ervaring wordt opgedaan met betrekking tot het beheer, performance, concurrent gebruik van grote databases. Er is dan ook weinig kennis aanwezig over wat er zich in het bedrijfsleven (administratieve systemen steunend op zeer grote databases die vele honderden Gigabytes dan wel Terabytes bevatten), afspeelt aan beheers- en/of performance problematiek.
In het begin van 1994 werd, op een universitair congres over databases onder andere gesproken over performance van (binnen de universiteiten veel toegepaste) relationele systemen, waarbij de volgende uitspraak naar voren kwam: “In een JOIN over 5 tabellen met in elke tabel enkele tienduizenden rijen, werd toch wel de grens van performance voor een RDBMS bereikt”. Gelukkig kon dit ter plekke worden tegengesproken. Met behulp van MPP en het Teradata RDBMS wordt voornoemde JOIN met vele honderden miljoenen rijen uitgevoerd bijvoorbeeld bij een winkelketen, om de actuele verkopen te confronteren met de verkopen uit het verleden.
Bij het vernoemen van dergelijke praktijkgevallen heeft men soms het gevoel als een ‘marsmannetje’ met een futuristisch verhaal te worden aangestaard. Voornoemde MPP systemen worden al meer dan tien jaar succesvol in de bedrijven toegepast.
Het zal duidelijk zijn dat een betere integratie met de operationele werkelijkheid in de bedrijven, ten aanzien van het beheer en implementatie van grote databasesystemen, tijdens de studie zal moeten doordringen om zo de afgestudeerde meer werkelijkheidszin te geven waardoor zijn waarde voor het bedrijfsleven toeneemt.
In de presentatie wordt de architectuur van hardware/software uiteengezet die noodzakelijk is om ADHOC queries op Terabyte databases te kunnen beantwoorden.
Bijlagen
Opleidingsprogramma’s als instrument bij beroepsontwikkeling
De wijze waarop IT-diensten in de markt worden verleend gaat in de komende jaren ingrijpend veranderen. De grenzen tussen de interne systeemhuizen en de externe softwarebureaus verdwijnen. Informatiesystemen en de IT-infrastructuur worden onder architectuur gerealiseerd, waarbij de softwarecomponenten, net als de hardware en systeemsoftware, worden ingekocht of in opdracht door softwarefabrieken opgeleverd. Professionalisering van het vak leidt ertoe, dat specialisatie ontstaat. Naast de beroepsgroep van software constructeurs die de componenten doelmatig en van hoge kwaliteit opleveren, krijgt het beroep van de informatiesysteem ingenieur vorm. De NGGO is een platform dat zich specifiek op deze doelgroep richt en dat door middel van seminars, lezingen, werkgroepen en publikaties de professionalisering stimuleert.
Opleidingsprogramma’s zijn, mits goed ingezet, een uitstekend instrument bij het vormgeven van nieuwe functies en nieuwe IT-dienstverlening.
In de presentatie wordt dit aan de hand van voorbeelden geïllustreerd. Daarnaast is het nodig ervaren IT-professionals die leiding gaan geven aan de vernieuwing van het vak door middel van een zwaar programma op post-doctoraal niveau bij te scholen. Tenslotte wordt ingegaan op de veranderde eisen die worden gesteld aan de informatiesysteem ingenieurs en de implicaties die die heeft voor het reguliere onderwijs.
Bijlagen
Opleiden: informeren of interacteren!? Tussen theorie en praktijk
1. Leerdoel
Binnen de informaticabranche wordt steeds meer aandacht besteed aan de communicatieve vaardigheden van automatiseerders. Goede interne en externe communicatie blijkt een belangrijke succesfactor! Het doel van deze minicursus is u te laten ervaren wat de mogelijkheden en kansen zijn van het samenwerken tussen opleider en acteur.
2. Opzet en werkwijze
De cursus is interactief opgezet. Samen met het publiek worden praktijksituaties nagespeeld en geanalyseerd. U maakt kennis met hoe u als opleider een acteur kunt inzetten, hoe u kunt samenwerken met een acteur en wat de toegevoegde waarde is voor uw cursisten.
3. Doelgroep en verwachte voorkennis
Iedereen die te maken heeft met of geïnteresseerd is in het opleiden in communicatieve vaardigheden binnen de informaticabranche.
4. Uit te delen materiaal
Na afloop van de training ontvangt u een hand-out waarin u de volgende informatie terug kunt vinden:
– wanneer het zinvol is een acteur in te zetten;
– aan welke randvoorwaarden voldaan moet worden;
– hoe u een acteur kunt programmeren.
Bijlagen
Informatica-onderwijs voor toepassers
De afdeling Educatie van het Nederlands Genootschap voor Informatica (NGI) heeft op zich genomen het project “informatica-onderwijs voor toepassers”. Dit maakt deel uit van het activiteitenprogramma “Het vak in beweging” van de COMmissie BeroepOntwikkeling(COMBO) van het NGI. In dit programma zijn een groot aantal activiteiten voorzien waaronder drie opleidingsprojecten voor “toepassen”, “leiden/organiseren” en “ontwerpen”. Het project ontvangt subsidie van de stichting Bevordering Kwaliteit Informatica Beroepsopleidingen (BKIB).
Onder “toepasser” wordt verstaan iedereen die een rol speelt in de toepassende organisatie. Naast uitvoerders dus ook de leidinggevenden en de ondersteuners/adviseurs. De toepassers spelen twee verschillende rollen: die van “gebruiker” van IT en die van “in stand houder” van de IT-organisatie.
Het project dient als produkt op te leveren “Uitgangspunten voor de informatica-opleiding van toepassers”. De toepassers-informatica bestaat uit de kennis die de toepasser/gebruiker nodig heeft om zijn eigen specifieke werkzaamheden IT-ondersteund uit te voeren, dan wel bij de organisatie daarvan door anderen de geëigende rol te spelen. Toepassers-informatica is branche-/functiespecifiek en is geen kennis op zich, maar vormt een geïntegreerd onderdeel van de kennis over de primaire activiteiten.
Gepresenteerd wordt een methode om deze kennis te definiëren. Als voorbeeld is voor twee (pilot) branches (het bancaire bedrijf en het elektrotechnisch installatiebedrijf) inmiddels een start gemaakt.
Deze presentatie geeft informatie over het verloop van het project en presenteert de voorlopige resultaten.
Bijlagen
Informaticascholing: met het oog op de toekomst
Steeds snellere veranderingen in beleid, ondernemingen stellen totaal andere eisen aan de organisatie van de informatieverzorging en de benodigde vaardigheden.
Rondom IT bestaat een aantal hardnekkige misverstanden die een grote rol spelen bij het inrichten van het informatica-onderwijs. Deze zijn o.a. de techniek doet het (oftewel IT is produktiefactor), de PC maakt het makkelijker, we leven in een informatiemaatschappij e.d.
Het zijn paradoxen die tot verkeerde conclusies leiden over de toekomst van het informatica-onderwijs. Dit staat niet aan het einde maar juist aan het begin.
Bijlagen
Naar een methodologie voor open leeromgevingen
In de presentatie zullen enkele recente ontwikkelingen in het onderwijs worden besproken die alle duiden op het opener worden van de omgeving waarin leerlingen werken. Onder open verstaan wij een omgeving die de leerling de mogelijkheid biedt zelf leerdoelen vast te stellen, zelf de daarbij behorende leerroute te definiëren en zelf te bepalen waar en wanneer hij of zij tijd aan leeractiviteiten besteed. Om tegemoet te komen aan de grotere inbreng die de leerling in een dergelijke open leeromgeving zal hebben, zal het design van zulke omgevingen het gezichtspunt van de leerling in het ontwerp moeten betrekken. In ons model van een open leeromgeving onderkennen wij naast de leerling zes functies
waarmee de leerling direct te maken heeft: ’tutor’, ‘monitor’, medeleerlingen, leermateriaal, informatiebronnen en gereedschap.
De tutor vormt de pure onderwijsfunctie. De monitor biedt de leerling de mogelijkheid inzicht te verwerven in de voortgang van het leerproces. De medeleerlingen functie geeft leerlingen de mogelijkheid samen te werken met anderen. Het leermateriaal bevat de te bestuderen stof. De informatiebronnen geven toegang tot extra informatie buiten de eigenlijke leerstof. De gereedschap functie tot slot geeft algemeen gereedschap, zoals een rekenmachine, of tekstverwerkingsprogramma, dat de leerling kan gebruiken tijdens het leren. Deze zes functies vervullen verschillende rollen in het leerproces. Het zijn abstracte rollen, de functie van bijvoorbeeld medeleerling kan door een echte medeleerling worden
vervuld, maar ook als computerprogramma worden gerealiseerd.
We beschrijven kort welke activiteiten de leerling zou moeten kunnen uitvoeren in interactie met de verschillende functies.
We bespreken vervolgens hoe kan worden nagegaan of de leerling problemen kan ondervinden bij het uitvoeren van activiteiten. Door steeds uit te gaan van wat de leerling doet en beoogt te bereiken met een activiteit houden we het gezichtspunt van de leerling centraal. Het inventariseren van mogelijke problemen geeft verdere sturing aan het ontwerpproces. Welke activiteiten vinden leerlingen in een bepaalde situatie moeilijk om uit te voeren en wat voor ondersteuning kan vanuit de omgeving worden geboden om problemen te ondervangen?
Een van de problemen waar we op in zullen gaan, ligt in het feit dat leerlingen vaak of geen gebruik maken van de functies die worden geboden, of niet op een effectieve manier omgaan met de aanwezige functies. Het is dan ook onvoldoende om de leerling toegang te bieden tot functies zonder de leerling te stimuleren en te helpen bij het effectief gebruik van zulke functies. Tot besluit vatten we de stappen die een ontwerper van een open leeromgeving zou moeten nemen samen in de vorm van een aantal concrete richtlijnen.
Bijlagen
Enkele observaties over informatisering in de overheid en het bedrijfsleven
Informatisering veronderstelt dat de relatie tussen de techniek (automatisering) en de organisatie bij het ontwikkelen van informatiesystemen een essentiële rol speelt. Zowel in bedrijfsleven als overheid blijft het echter vaak bij lippendienst, zowel door het management als door de informaticus.
Wat zijn de belangrijkste oorzaken hiervoor en welke ‘lessen’ kunnen we trekken. Daarbij wordt met name ingegaan op de computer als communicatiemachine, het grote project, samenwerken in de formele en informele organisatie, gebruikersvriendelijkheid en de kosten/baten.
Bijlagen
Informatietechnologie en bouwkunde
Informatietechnologie biedt ook in de bouw enorme mogelijkheden. Informatiesystemen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor het tekenen, modelleren, doorrekenen en presenteren van ontwerpvoorstellen. Het gebruik van deze mogelijkheden vraagt echter om grote inspanningen. Zowel met betrekking tot tijd als kosten. Om deze toepassingen produktief te kunnen laten zijn, is op de eerste plaats inzicht nodig in de mogelijkheden van Informatietechnologie. Daarnaast is inzicht nodig in de werkwijze en de organisatie bij het gebruik van deze technologie.
Instituut Calibre biedt daarvoor een universitaire onderwijsreeks aan binnen de Bouwkunde faculteit in Eindhoven. Daarnaast worden cursussen aangeboden aan afgestudeerde bouwkundigen in de vorm van inhaal- of bijscholingscursussen.
