Kennismanagement, doodsteek voor opleiders?

Reeds duizenden jaren leiden we mensen op. De methoden en middelen die we hierbij gebruiken zijn weliswaar verbeterd maar het proces is nog steeds antiek. De huidige generatie zal getuige zijn van een ware revolutie hieromtrent. De druk op mensen en organisaties wordt, door de toenemende snelheid van veranderingen, inmiddels zo groot dat het expliciet beheren en besturen van kennis binnen organisaties van strategisch belang wordt. Dit heeft grote gevolgen voor cursusmakers en cursusgevers en voor de wijze waarop ‘kennisoverdracht’ wordt georganiseerd.
De presentatie belicht al deze aspecten, schetst een beeld van de kennismanagementfunctie voor het komend decennium en beschouwt de eerste stappen die grote organisaties op dit moment hieromtrent nemen.


Bijlagen

Bibliotheekinstructie in COO

IT biedt bibliotheken nieuwe uitdagingen. Bestaande diensten kunnen verbeterd worden en nieuwe mogelijkheden om deze uit te bidden ontstaan.
Gebruik van nieuwe technologieën verandert ook de taken van bibliothecarissen. Zij moeten zich oriënteren op nieuwe mogelijkheden, maar tevens bibliotheekgebruikers hierover instrueren.
De sleutelvraag is dan: Hoe kunnen bibliothecarissen in staat gesteld worden individuele en groepen gebruikers precies datgene te instrueren dat zij op een gegeven moment nodig hebben, zonder dat hun reguliere taken daaronder leiden.
Recentelijk heeft Digital Equipment in het Telephassa-project samengewerkt met bibliotheken van
• Katholieke Universiteit Brabant
• Universitat Autonoma de Barcelona
• University of Patras
om teams van bibliothecarissen en medewerkers te begeleiden en te ondersteunen in het ontwikkelen van COO. Hiervoor zijn ontwikkeld en beschikbaar gesteld:
• een huisstijl-pakket, met standaarden, voorbeelden en richtlijnen voor de te ontwikkelen COO-programma’s
• een vierdaagse workshop, waarin betrokkenen leerden projectmatig te werken en alle noodzakelijke stappen te doorlopen om COO-programma’s te ontwikkelen
• consultancy- en coachingsactiviteiten, als vervolg op de workshop
• kwaliteitsklankbord, waar teams hun prototypes ter toetsing aanboden
In de presentatie komen successievelijk aan de orde:
• doelstellingen en opzet van genoemde begeleiding en ondersteuning
• de rol van het huisstijl-pakket
• projectmatig werken in kleine ontwikkelgroepen
• ervaringen met COO-ontwikkeling door niet-deskundigen


Bijlagen

Electronic Classroom voor de AMBI-HA module

AMBI-HA is de afsluitende module van de AMBI-opleiding. Op het examen dienen kandidaten aan te tonen dat zij standpunten ten aanzien van vakproblemen kunnen becommentariëren en zelf formuleren.
Deze presentatie betreft de opleiding van het schriftelijk onderwijsinstituut PBNA voor de AMBI-HA module met gebruik van een Electronic Classroom voor het oefenen in het discussiëren over standpunten.


Bijlagen

1994_Stam_samenvatting.pdf

Object Orientatie leren met C++

Hoewel vaak wordt gezegd dat Object Oriëntatie (OO) eenvoudig is, blijkt dit in de praktijk tegen te vallen. Als daarbij ook nog wordt gekozen voor de programmeertaal C++ lijken de problemen zich op te stapelen. Niettemin begint OO langzaam maar zeker tot de gevestigde methoden voor systeemontwikkeling te behoren. Het is daarom noodzakelijk dat zowel het reguliere onderwijs als het bedrijfsleven OO opnemen in hun opleidingsprogramma’s.
ICT Automatisering B.V. (ICT) en de vakgroep Informatica van de Landbouwuniversiteit Wageningen (LUW) hebben gezamenlijk een cursus OO/C++ ontwikkeld.
Hieronder wordt de didactische opzet van de cursus en de ervaringen die tot op heden zijn opgedaan behandeld.


Bijlagen

1994_VanDerVelden_samenvatting.pdf

Skill Management proces

Met het toenemen van de dienstensector, en de noodzaak tot het leveren van een hoge toegevoegde waarde, worden de skills van iedere medewerker een belangrijker asset dan de klassieke, op de balans genoteerde, activa. Dit inzicht leidt tot het beter in kaart brengen van de bestaande skills, de tekortkomingen in relatie tot de huidige taakstellingen, en de daaruit voortvloeiende opleidingen en ervaringsplaatsingen.
Alhoewel deze acties reeds leiden tot een aanzienlijke verbetering, zijn twee extra stappen noodzakelijk om nu en in de toekomst tot maximale uitnutting van skill (en talent) te komen.


Bijlagen

1994_VanGinneken_samenvatting.pdf

Opleidingen op het gebied van Management & Beheer van IT infrastructuur; de tweede helft van een Siamese tweeling eindelijk belicht

Tot enkele jaren geleden werd informatietechnologie (IT) vooral geassocieerd met systeemontwikkeling. Organisaties besteedden hier (in tijd en geld) de meeste aandacht aan. De applicatieontwikkeling breidde zich uit van ondersteunende administratieve pakketten tot applicaties die de core business van bedrijven konden versterken. Het verkrijgen van ‘competitive edge’ middels geautomatiseerde systemen was een veelgehoorde kreet.
Als gevolg hiervan vind je nu binnen veel IT-afdelingen een kloof tussen de afdeling systeemontwikkeling, de paradepaardjes van IT, en het ‘ketelhuis’: het rekencentrum dat tot taak heeft de machinerie in de lucht te houden.
In aansluiting hierop is in eerste instantie een groot opleidingsaanbod ontwikkeld in systeemontwikkeling. Ontwikkeltalen als COBOL, Pascal, Turbo Pascal, Basic, ontwikkelmethoden als SDM, Fullproof en later Evolutionair ontwikkelen, Prototyping en Object-georiënteerd ontwikkelen. Veel opleidingen werden functiegericht aangeboden: opleiding tot systeemprogrammeur, technisch ontwerper, functioneel ontwerper en informatie-analist.
Gepaard gaande met technologische vernieuwingen op het gebied van hardware en de steeds complexer wordende infrastructuur (als gevolg van decentralisatie, groei netwerken, integratie spraak-data) komen organisaties er meer en meer achter dat het weliswaar belangrijk is als het voortraject van automatisering goed geregeld is (systeemontwikkeling), maar het effect teniet wordt gedaan als de achterkant, het beheer, onvoldoende geregeld is. Kijkend naar de totale automatiseringskosten blijkt dat 30% aan systeemontwikkeling en 70% aan beheer en exploitatie besteed wordt. Reden genoeg om meer aandacht aan beheer te geven en het als ‘vak’ te onderkennen.
Opleidingen
Naar aanleiding van bovenstaande ontwikkelingen is een scala aan opleidingen op het vakgebied ontwikkeld.
– HEAO-BIBA (specifiek beheer specialisatie)
– PC/Netwerk opleidingen gericht de doelgroep van professionals in beheer
– Mainframe systeembeheer opleidingen
– Beheer omscholingstrajecten
– ITIL (specifiek ontwikkelde methodiek voor beheer van IT-infrastructuur)
Maar ook typische sociale vaardigheids opleidingen gericht op IT-beheerders, omdat deze doelgroep specifieke kenmerken heeft. Traditionele rekencentra veranderen doordat zij hun diensten meer en meer ‘klantgericht’ en marktconform dienen aan te bieden als gevolg van verzelfstandiging, decentralisatie en het veranderende krachtenspel van de business unit manager die voortaan meer en meer een eigen IT-budget heeft. Daarin volstaat het niet om alleen technische trainingen en methodiektrainingen te bieden. Er wordt een ander managementstijl en sociaal gedrag van de ‘beheerder’ en exploitatiemanager verwacht. Het rekencentrum wordt geconfronteerd met organisatieverandering. Cultuurverandering
is daarbij een belangrijke pijler voor welslagen.
Vandaar dat bij het beschouwen van opleidingen op het vakgebied beheer slechts sprake kan zijn van een geïntegreerd aanbod van vaktechnische, management en sociale vaardigheids opleidingen.
Op een aantal van de bovenstaande punten zal tijdens de presentatie nader worden ingegaan.


Bijlagen

TIS: van strategisch belang voor de industrie

TIS (Technische InformatieSystemen) – acht modulen – is bestemd voor hen die kennis en inzicht in de product life cycle processen willen verwerven en is primair bedoeld voor nascholing van vaktechnici en toepassers, werkzaam in het primaire proces van industriële bedrijven. Het kunnen toepassen van een integrale ontwerpmethodiek legt de basis voor strategische concepten, zoals configuratiebeheer en concurrent engineering. Ingegaan wordt op de oorspronkelijke doelstelling en ervaring met de realisatie.


Bijlagen

1994_Troost_samenvatting.pdf

Functioneel programmeren in het inleidend informatica-onderwijs aan de Universiteit Twente

Aan de Universiteit Twente wordt Functioneel Programmeren geïntroduceerd in het eerste trimester van het eerste jaar voor studenten in de opleidingen Informatica (INF) en BedrijfsInformatieTechnologie (BIT) van de faculteit Informatica. Als voorkennis wordt verondersteld een standaard VWO-pakket maar geen verdere programmeerervaring. Doelstelling van het vak is het leren ontwerpen van algoritmen voor de oplossing van praktische problemen en het aantonen dat de oplossing voldoet aan de specificatie. De programmeertaal in het vak is Miranda. Belangrijke kenmerken van het programmeren in deze functionele programmeertaal zijn:
. er zijn hogere orde functies: functies als argument en als functieresultaat
. de substitutie-eigenschap geldt zoals in de wiskunde
. er is een luie evaluatie strategie: expressies worden pas berekend wanneer de resultaten nodig zijn
. de taal heeft een type-systeem met polymorfe typen: het type van functies wordt afgeleid en (eventueel) vergeleken met het type dat door de programmeur is opgegeven
. er is een bibliotheek met een aantal krachtige standaard functies
. de syntax is eenvoudig: een grote expressieve kracht wordt gecombineerd met een grote leesbaarheid
. er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van recursie
. abstracte data typen zijn eenvoudig te definiëren.
Het vak Functioneel Programmeren wordt in het tweede trimester gevolgd door Imperatief Programmeren, waarbij Modula-2 als programmeertaal is gekozen. Procedurele abstractie en data-abstractie worden uitstekend ondersteund in deze taal. Expliciet komt aan de orde het verschil met functioneel programmeren dat waarde-georiënteerd is, terwijl bij imperatief programmeren de geheugentoestand centraal staat met de toestandsveranderingen. Miranda expressies worden in pre- en postcondities gebruikt voor de specificatie van procedures in Modula-2. In het derde trimester worden (alleen voor studenten in de opleiding Informatica) in het vak Programmeertechnieken een aantal algoritmen behandeld, zoals back tracking en graaf-algoritmen, in zowel de functionele als imperatieve programmeertaal.
De typische verschillen van beide benaderingen worden expliciet gemaakt. In het eerste trimester van het tweede studiejaar worden in het vak Software Engineering opnieuw beide formalismen gebruikt voor het hele traject van de ontwikkeling van software. Miranda programma’s worden gebruikt als executeerbare specificatie van de software en voor het maken van prototypes. Uiteindelijk worden Modula-2 programma’s geschreven met een sterk modulair karakter, waarbij veelvuldig gebruik wordt gemaakt van abstracte data typen die in het prototype reeds zijn gedefinieerd. Voor beide soorten programma’s worden testen uitgevoerd: unit tests en integratietests. De vakken zijn onderwijskundig uitvoerig geëvalueerd. De aanpak blijkt succesvol *). Eveneens is er onderzoek uitgevoerd naar de verschillen tussen het programmeren in een functionele en imperatieve programmeertaal. Op sommige punten blijken er verschillen te zijn in de resultaten voor studenten Informatica en BedrijfsInformatieTechnologie.

*)
Joosten, S.M.M. (Ed.), K.G. van den Berg, G.F. van der Hoeven (1993), Teaching Functional Programming to First-Year Students, Journal of Functional Programming, 3(1), 49 – 65.


Bijlagen

Beroepenwedstrijden voor topkwaliteit en imago

Kwaliteit moet goed worden omschreven en dient het doel te zijn van onze beroepsopleidingen, maar kwaliteit moet ook blijken. In de opleiding wordt kwaliteit getoond bij proefwerken en examens, en in toenemende mate ook bij wedstrijden. In tegenstelling tot examens zijn wedstrijden niet gericht op het ‘juist voldoende’ niveau, maar op de hoogst mogelijke prestaties. Wedstrijden zijn daardoor een uitdaging voor de deelnemers, maar niet alleen voor hen. Ook de daarbij betrokken deskundigen worden uitgedaagd; tot overleg over kwaliteitsniveaus, -eisen en -normen en overleg over vergelijkbaarheid en bruikbaarheid van kwalificaties in opleiding en bedrijf, nationaal en internationaal. In tegenstelling tot examens vinden beroepenwedstrijden doorgaans niet in beslotenheid plaats en vervullen zij daardoor een unieke functie bij het verbeteren van het imago van het beroep en de beroepsopleiding.
In Nederland worden op ruime schaal beroepenwedstrijden georganiseerd. De stichting Beroepenwedstrijden Nederland (sBN) bevordert dit en coördineert de deelname aan de mondiale ‘International Youth Skill Olympics’ van de International Vocational Training Organisation (IVTO).
In oktober 1995 vinden deze ‘Olympics’ plaats in Lyon (35 landen, 500 jonge deelnemers, 45 beroepen). Ruim 400 experts zijn ter plaatse voor de jurering en overleg over de opgaven, die vooraf in alle landen door speciale teams van specialisten zijn opgesteld aan de hand van nauwgezette criteria.
Op initiatief van Nederland zal in Lyon voor het eerst een ‘Telematics Olympics’ worden gehouden. In samenwerking met de Vereniging BVE zijn in Nederland en de andere deelnemende landen de voorbereidingen in volle gang; met voorselecties in opleidingen en bedrijven, regionale competities en nationale kampioenschappen.


Bijlagen

1994_Beuk_samenvatting.pdf