De ontwikkeling van een informatiesysteem met behulp van het huidige NIAM (Natuurlijke-taal Informatie Analyse Methode) levert slechts een halffabricaat op. De oorzaak hiervan moet gezocht worden in de onvolledige specificaties van het Universe of Discourse in het resultaat van een NIAM-analyse. Deze onvolledigheid is een rechtstreeks gevolg van de te geringe uitdrukkingskracht van het bij het NIAM behorende informatiemodel.
Om toch het beoogde informatiesysteem te realiseren dient eerst het halffabricaat te worden getransformeerd naar een executeerbaar informatiemodel bijvoorbeeld het relationele model. Vervolgens moet dat deel van het Universe of Discourse, dat niet formeel in het NIAM-resultaat gespecificeerd kon worden, in het gekozen model worden ondergebracht, in overeenstemming met de transformatie van het halffabricaat. Bij de ontwikkeling van een informatiesysteem met behulp het huidige NIAM is de ontwikkelaar dus gedwongen zich van twee verschillende informatiemodellen te bedienen.
Een bijkomend maar niet minder belangrijk bezwaar van een dergelijke werkwijze is dat het resulterende informatiesysteem moeilijk onderhoudbaar is. Immers veranderingen in het Universe of Discourse zullen slechts moeizaam en niet automatisch in het bestaande informatiesysteem gerealiseerd kunnen worden.
Aan de hand van voorbeelden zal gedemonstreerd worden waarin het NIAM-model voor informatie tekort schiet en hoe de tekorten kunnen worden opgeheven resulterend in een herdefinitie van het NIAM-informatiemodel, e-NIAM genaamd.
Met behulp van een implementatie van het volledige NIAM-model, Epilog genaamd, zal worden getoond dat een NIAM-resultaat in termen van het volledige model een kant en klaar informatiesysteem oplevert. Indien gewenst kan het NIAM-informatiesysteem automatisch getransformeerd worden naar een informatiesysteem in termen van het relationele model.
Het mag duidelijk zijn dat met de vervollediging van het NIAM-model voor informatie een hoge graad van onderhoudbaarheid van informatiesystemen wordt bewerkstelligd. Informatiesysteem worden vergelijkbaar met levende organismen.
De volledige beschrijving en verantwoording van e-NIAM is opgenomen in het september-nummer van het blad “lnformatie”.
Communicatie en Informatie Modellering met DEMO
Het modelleren van een organisatie met behulp van de DEMO (Dynamic Essential Modelling of Organizations) methode staat gelijk aan het in kaart brengen van de essentie van deze organisatie. Binnen deze benadering wordt de organisatie als een communicerend en informatieproducerend netwerk van actoren en transacties beschouwd.
Binnen de DEMO methode worden voor de communicatie- en informatiemodellering een aantal verschillende maar aan elkaar gerelateerde aspectmodellen gebruikt om een organisatie op essentieel niveau weer te geven. De ‘moeder’ van de aspectmodellen is het actiemodel. Dit model bevat de meest gedetailleerde beschrijving van het handelen van de actoren in organisatie. De andere modellen zijn een afgeleide van dit model, maar zijn een belangrijk hulpmiddel voor het opstellen van het actiemodel. Het interactiemodel beschrijft de transactietypen en de actoren. Met het procesmodel wordt de afhankelijkheid tussen de transacties alsmede het verloop van binnen transacties beschreven. Het feitenmodel biedt de complete en precieze beschrijving van alle feittypen die in de organisatie worden gecreëerd en/of gebruikt, alsook van hun onderlinge verbanden. De verbindingen van de actoren met de bronnen van informatie vormen de inhoud van het interstrictiemodel.
(schema – zie bijlage)
In aansluiting op de lezing van Prof. Dietz over de uitgangspunten van de DEMO methode wordt in de workshop aan de hand van verschillende voorbeelden uit recent onderzoek de verschillende modellen en hun representatietechnieken geïllustreerd. De voorbeelden die gebruikt worden zijn afkomstig uit onderzoek bij PTT-Telecom, Politie Rotterdam-Rijnmond alsmede kleinere (profit en non-profit) organisatie.
Bijlagen
VIA, de gebruikersgerichtheid vormgegeven
In september 1995 startten 33 studenten hun VIA-studie: Vormgeving en Ontwerp van Interactie. In september 1996 volgden 130 studenten in de voetsporen van de pioniers. Zij worden informatici voor wie de gebruiker vertrek- en eindpunt is.
En als die gebruiker het best gediend is met multimediale interactieve interfaces, dan weten zij op dat terrein van wanten. Welke weg volgen zij? En wat is hun eindbestemming?
VIA is een variant op de opleiding Informatica en Informatiekunde van de Sector Informatica aan de Haagse Hogeschool.
De variatie ten opzichte van die opleiding zit ‘m in:
– de inhoud: 40% andere vakken, waaronder vormgeving;
– de werkvormen: onder andere projectonderwijs;
– in de opbouw: de ‘plaats’ van de overeenkomende modulen is deels anders.
Tijdens de lezing worden de volgende vragen beantwoord:
. wat is gebruikersgerichtheid?
. wat is vormgeving?
. wat is interactie?
. wat zijn de didactische gevolgen?
. wat levert VIA dus op aan studenten?
. welke gevolgen voor docenten, ondersteuning, etc.?
. wat is dus anders dan traditioneel?
. welke conclusies kunnen we trekken?
Bij het bespreken van deze vragen zal er aandacht zijn voor aspecten als: docent in de rol van tutor, de bedrijfsmatige invalshoek, menselijke/psychologische aspecten, het programmeer-onderwijs, systeemontwikkeling, Object Oriëntatie, evaluatie-methoden, vormgevingsaspecten, en projectvaardigheden.
Later deze middag vindt er een forumdiscussie plaats die aansluit op deze lezing: Vormgeving en Ontwerp van Interactie – onderwijs en praktijk.
Bovendien is er gelegenheid een expositie van uitwerkingen van 2e jaars VIA-studenten in onze multimediastudio te bezichtigen.
Bijlagen
CMG in het onderwijs bij drie Hogescholen
In hechte samenwerking met de (bedrijfs)informatica afdelingen van een drietal Hogescholen heeft CMG in dit cursusjaar drie onderwijsprojecten uitgevoerd. CMG heeft hierbij een onderwijsmodule in het laatste studiejaar verzorgd op het gebied van moderne Object Oriented 4GL ontwikkelomgevingen. Hierbij werd gebruik gemaakt van Rapid Application Development methoden. Na toetsing kregen de geslaagde studenten het vastgestelde aantal studiepunten.
Het betreft telkens een samenwerking tussen een CMG afdeling en een Hogeschool in dezelfde plaats. De deelnemende instituten zijn de Ichthus Hogeschool voor HEAO in Rotterdam, de Hogeschool van Utrecht en de Amsterdamse Academie. Het laatste Instituut is een samenwerkingsverband van de Hogeschool Holland en de Vrije Universiteit. Hier leidt men studenten op voor een functie in de financiële wereld. De bij het project betrokken CMG sectoren zijn CMG Trade, Transport & Industry in Rotterdam, CMG Telecom in Utrecht en CMG Finance in Amstelveen.
In de presentatie worden de eerste resultaten bekend gemaakt van evaluaties van de pilotprojecten. Tot nu toe zijn de ervaringen van alle deelnemers zeer positief. De deelnemers zijn de studenten en de docenten van de onderwijsinstellingen en de docerende CMG consultants.
CMG is van mening dat de automatiseringsbranche niet kan volstaan met het vanaf de zijlijn roepen dat er één en ander schort aan de aansluiting van het Hoger Onderwijs en de beroepspraktijk. Immers, er zal pas iets veranderen ten goede als beide partijen de handen ineen slaan, zoals nu voor het eerst op deze schaal bij deze onderwijsprojecten is gebeurd.
Bijlagen
Internettoepassingen in het voortgezet onderwijs: ervaringen uit een pilotproject
Er is in Nederland nog betrekkelijk weinig gebruik gemaakt van Internet als onderwijsmiddel in het voortgezet onderwijs. Weinig ervaring met het gebruik van Internet is nog opgedaan in deze sector.
In het project “Nederland en de Elektronische Snelweg”, een project van PTT-Telecom en het Bureau Externe Betrekkingen en Voorlichting van de Universiteit Twente, zijn diverse praktische ervaringen opgedaan. In dit project hebben gedurende twee jaar twee scholen voortgezet onderwijs over een ISDN-Internetaansluiting kunnen beschikken. Doel van het project was om de belangstelling van leerlingen voor telematica-techniek te stimuleren. Voor de docenten bood het een kans de toepassingsmogelijkheden van Internet te verkennen. Dit onder begeleiding van studenten van de Faculteit Toegepaste Onderwijskunde van de Universiteit Twente.
In deze lezing wordt ingegaan op de samenwerking met de docenten, de lesproducten die ontwikkeld zijn voor diverse vakken en de ervaringen met leerlingen die hebben gewerkt met Internet in de klas. Internettoepassingen zijn onder andere ontwikkeld voor de vakken Economie I, Duits, Engels, Maatschappijleer, Biologie, Scheikunde en andere vakken. Gebleken is onder andere dat het gebruik van Internet in de klas diverse positieve effecten had op leerlingen.
Uit de pilotfasen bleek dat er zeker mogelijkheden zijn voor gebruik van Internet in de klas. De effecten op leerlingen lijken positief. De toekomstige “Elektronische snelweg” lijkt een bruikbaar instrument om op verschillende plaatsen en op verschillende wijzen ingezet te worden in de school. Niet ter vervanging van de docent, maar als deel van de werkwijze van docent. De sleutel tot deze ontwikkeling lijkt echter de docent zelf die ‘maatwerk’ moet gaan leveren in het vormgeven van didactische werkwijzen met een nieuw medium. Dit vraagt om een stukje nieuwe professionalisering in de vorm van bijscholing, het leggen van contacten met anderen (experts, collega’s), initiatiefnemend en anticiperend op de komende veranderingen in de onderwijswereld.
Bijlagen
Minimal Instruction in de praktijk
Minimal Instruction is een techniek voor het verhogen van de kwaliteit van leerprocessen. De kern van de methode is dat je de kwaliteit van leermiddelen kunt verhogen door die te ontdoen van overtollige informatie. De ‘uitvinder’ hiervan is John M. Carroll. In opdracht van IBM deed hij onderzoek naar de bruikbaarheid van handleidingen. Hij ontdekte dat door het weglaten van informatie leerprocessen konden worden bekort terwijl het leerrendement steeg. Carroll doet nog steeds onderzoek naar het verbeteren van handleidingen op deze manier.
Henk Wildschut is directeur van Wildschut Opleidingen & Automatisering. Zijn bedrijf organiseert cursussen in software voor kantoorautomatisering, met name Microsoft Office. Hij past de methode al jaren toe in het lesmateriaal en in de manier van doceren. Hoe gaat dat in de praktijk? Wat zijn de bevindingen? Hoe doe je dat? Wat is het verschil tussen Minimal Instruction bij handleidingen en bij cursussen?
Samen met RaboFacet (het automatiseringsbedrijf van de Rabobank) heeft hij een bruikbaarheidsonderzoek gedaan. Daarin heeft hij twee proefpersonen laten werken met een minimale handleiding en een geminimaliseerde interface van Microsoft Word. Twee andere proefpersonen werkten met een gewoon cursusboek en de gewone interface. De test is opgenomen op video. In de lezing krijgt u een stukje daarvan te zien.
Bijlagen
Internet/Intranet voor opleiding en scholing
Internet
Het wereldwijde informatie- en communicatienet Internet in combinatie met opleiding en scholing, kan dat wel. Het antwoord daarop is niet eenduidig ja of nee is. Dat komt naar voren uit een recent Amerikaans onderzoek naar de scholing van rekruten. Uit dit onderzoek blijkt dat zwakke studenten met multimedia en internet nog langzamer vooruit komen, dan zonder deze ICT-hulpmiddelen. Snelle studenten daarentegen kwamen des te sneller vooruit. Opmerkelijk is, dat in beide gevallen de daadwerkelijke aanwezigheid van een docent doorslaggevend voor de prestaties was.
De inzet van nieuwe technologie kan, onder bepaalde omstandigheden, een besparing opleveren in opleidings- en studiekosten. Juist in situaties waarin vaardigheden getraind moeten worden. Internet of een intranet kunnen een schat bieden aan goede foto’s en videomateriaal. Het gebruik van goed illustratiemateriaal bevordert begrip en inzicht, waardoor de studieduur vaak korter kan. Uit eigen ervaring met bedrijfsopleidingen waarvoor Stoas multimediamateriaal heeft gemaakt, blijkt dat opdrachtgevers een efficiëntiewinst van 25% kunnen behalen.
Intranet
Intranet is niets meer dan een afgeschermd stuk van het Internet; een technologische ontwikkeling. Het zijn de extra mogelijkheden die door die technologische ontwikkeling ontstaan, die een overweging tot ontwikkeling van een intranet volledig rechtvaardigen. Een intranet kan als onderdeel van het eigen, bestaande netwerk functioneren, maar ook op delen van het Internet. U kunt in principe al beginnen met een intranet als de Internetsoftware beschikbaar is. In principe, want het maken van afspraken over de indeling van de schijfruimte en het bepalen wie toegang krijgt tot welke delen is lastig en moet u niet onderschatten. Nog een stap verder is de installatie van een intranetserverprogramma waarmee meerdere gebruikers documenten tegelijkertijd kunnen benaderen.
Functies van een intranet
De extra mogelijkheden zetten ‘de deuren pas echt ver open’. Het begint er al aardig op te lijken dat zeer veel mogelijk is. En dat zonder extreme kosten. Een van de grootste voordelen voor bedrijfsopleidingen via een intranet is wel het feit dat deskundigen alle informatie centraal kunnen beheren. Dit maakt het beheren van licenties, updates maar ook het bewaken van inhoud en huisstijl zeer eenvoudig en voor de gebruikers betrouwbaar.
Inleiding met demonstratie
De inleiding “internet en intranet voor opleiding en scholing’ gaat uitgebreid in op zowel de opleidingsinhoudelijke als ook de opleidingsorganisatorische zaken waarbij internet/intranet een rol kan spelen. Toetsen op afstand, tutorials, courseware zijn een paar van de onderwerpen die met voorbeelden ondersteund aan de orde zullen komen.
Bijlagen
LOl Campus op internet: een case history
Op 27 maart 1996 startte de LOI met twee nieuwe initiatieven voor het afstandsonderwijs, de LOI Hogeschool en LOI Campus; de LOI Hogeschool op het internet. Beide vormen een nieuwe variant van een serie HBO-opleidingen in het kader van de Wet Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek. Naast elkaar bestaan nu een traditionele (postale) versie en een digitale (internet) versie van negen HBO-studies: HEAO-BE, HEAO-CE, Marketing, Management, Informatica, Bedrijfsadministratie, Laborant Klinische Neurofysiologie, Accountancy en Vertaler Engels. Inmiddels kunnen all informatica-opleidingen, enkele tientallen op HBO- en MBO-niveau, via LOI Campus gevolgd worden. Voor studenten is er een vrije keuze. Beschikken ze over een PC, een modem en een abonnement bij een access provider op het internet, dan kunnen ze zonder extra kosten hun opleiding digitaal laten verlopen.
De studie via het internet biedt een meerwaarde. Het contact student-docent verloopt sneller dan in de traditionele situatie, er is student-studentcontact mogelijk, en op het internet is zeer veel informatie beschikbaar die voor een gerichte vakstudie interessant is. Bovendien kunnen studenten te allen tijde actuele informatie ophalen over mondelinge lessen en examens, zijn er literatuuradviezen beschikbaar, kunnen ze boeken bestellen en in een geautomatiseerde administratie op het net hun studievorderingen naslaan. Alles onafhankelijk van plaats en tijd. LOI Campus is altijd open, 24 uur per dag, 7 dagen per week, en van over de gehele wereld bereikbaar.
Het lesmateriaal wordt niet via het internet verzonden. Simpelweg omdat we niet geloven dat grote hoeveelheden leerstof gemakkelijk via het beeldscherm kunnen worden overgedragen. Ook zijn er nog teveel vragen over copyrights en veilige betaalsystemen bij het op deze wijze toegankelijk maken van de leerstof.
Is LOI Campus een succes? Wij vinden van wel. De verwachtingen die wij hadden rond het aantal deelnemers aan deze opleidingen zijn verre overtroffen. De omzetprognoses, gebaseerd op een periode van drie jaar, zijn al na een jaar gehaald. Dat succes geldt ook voor de digitale versie. 35 % kiest voor een studie via LOI Campus. Veel hoger dan verwacht.
Over de studieresultaten kan op dit moment nog niets worden gezegd, daarvoor is de introductie nog te vers. De eerstejaars zijn zo langzamerhand aan hun eerste examens toe. De satisfactie onder de clientèle is groot. Een kleine enquête onder gebruikers leverde als reactie op dat 97 % een volgende studie liefst ook langs deze digitale weg zou volgen.
De toekomst ziet er wat LOI Campus betreft positief uit. Op het initiële succes zal worden voortgebouwd. Het aantal functionaliteiten zal geleidelijk aan verder worden uitgebouwd. Te denken valt aan de toevoeging van elektronische spreekuren, elektronische seminars, het gebruiken van gedigitaliseerde audio en video, het bieden van een mogelijkheid om via Campus tentamens en proefexamens af te leggen, en het creëren van “discussiegroepen” waarin per cursus over relevante zaken door docenten en studenten kan worden gediscussieerd. Alles, met uitzondering van de spreekuren, onafhankelijk van tijd en plaats. De snelheid waarmee deze functionaliteiten zullen worden geïntroduceerd wordt gedicteerd door de beschikbaarheid van gebruiksvriendelijke software en het ontstaan van voldoende bandbreedte.
Bijlagen
Demonstratie van het nieuwste toetsontwikkelsysteem ‘Toets’sys’
Opleiden binnen een kennisgerichte organisatie
Opleiden is niet meer weg te denken uit het arbeidsproces. Maar opleiden alleen voldoet niet meer. Het management wil weten hoe medewerkers kennis tot zich nemen en deze toepassen op de werkplek. Er is sprake van een verschuiving van productgerichte naar kennisgerichte organisaties. Mede door deze verschuiving neemt de belangstelling voor het toetsen van de kennis van medewerkers toe. Het toetsen van kennis zal steeds meer voorafgaand aan een opleiding en tijdens het werk plaatsvinden.
Het multimediale toetsontwikkelsysteem ‘Toets’sys’
Teelen speelt op deze ontwikkelingen in met het toetsontwikkelsysteem ‘Toets’sys’. ‘Toets’sys’ is een systeem waarmee opleidingskundigen leerdoelen kunnen formuleren en vragen en toetsen kunnen construeren, afnemen en statistisch analyseren. ‘Toets’sys, heeft een grafische user interface. De toegankelijkheid van het systeem voor de gebruiker staat hierbij centraal. Met behulp van ‘Toets’sys’ is het mogelijk om run-time toetsen samen te stellen, die na afname door het systeem worden verwerkt.
Specifieke mogelijkheden van ‘Toets’sys’
De specifieke mogelijkheden van ‘Toets’sys’ zijn:
– ‘Toets’sys’ is beschikbaar voor Windows 3.x en Windows 95. In ‘Toets’sys’ is het mogelijk om audio, video, grafieken/tabellen en afbeeldingen te integreren in een toets.
– U heeft bij het samenstellen van een toets de keuze uit negen verschillende soorten gesloten vragen. De vragen zijn verdeeld over de volgende categorieën: ‘Multiple choice-vragen’, ‘Rangschikvragen’, ‘Match-vragen’ , ‘Juist/onjuist-vragen’ en ‘Invulvragen’.
– Bij het construeren van de vragen biedt ‘Toets’sys’ de mogelijkheid om feedback bij de vragen te formuleren en de vragen te ordenen naar moeilijkheidsgraad.
– Voor het toekennen van beoordelingsregels aan een toets zijn bestaande regels voor het vaststellen van scoring en cesuur opgenomen.
– Een toets wordt samengesteld aan de hand van de door u geconstrueerde vragen. De vragen worden toegewezen aan één of meer leereenheden, waardoor het overzicht bewaard blijft. De leereenheden kunnen bijvoorbeeld de leerdoelen zijn die bij een opleiding zijn geformuleerd.
De demonstratie laat u de mogelijkheden van ‘Toets’sys’ zien.
Bijlagen
ITIL, de beheermethodiek
Beheer en exploitatie van informatietechnologie (IT) is een betrekkelijk jong vakgebied. Binnen de reguliere informatica opleidingen is hier pas recent meer aandacht voor gekomen. Dit heeft tot gevolg gehad dat de methodiek ontwikkeling in dit vakgebied grotendeels buiten de universitaire wereld tot stand is gekomen. In Nederland en tal van andere landen heeft zich met name ITIL als de facto standaard voor IT beheer ontwikkeld.
ITIL staat voor Information Technology Infrastructure Library. Het is ook letterlijk een bibliotheek van ruim veertig boekjes, die uitgegeven zijn door een Britse overheidsorganisatie, de CCTA (Central Computing and Telecommunications Agency). Met het uitgeven van deze boekjes had de CCTA als doel een basis te leggen voor verbeteringen in de effectiviteit en efficiency van de IT-dienstverlening en het beheer van de IT-infrastructuur binnen organisaties. Op het moment dat dit project medio jaren tachtig gestalte kreeg was daar geen samenhangende leidraad of methodiek met duidelijke richtlijnen voor beschikbaar. Dat deze opzet in een grote behoefte voorzag blijkt wel uit het feit dat ruim tien jaar later in Nederland er weinig automatiseringsorganisaties of -afdelingen te vinden zijn, die niet op enigerlei wijze met ITIL aan de slag zijn gegaan.
De rode draad van ITIL is de vraag welke beheerprocessen dienen in een organisatie ingericht te worden teneinde de IT -dienstverlening op een efficiënte en effectieve wijze te laten functioneren. Per boekje wordt één beheerproces uitgewerkt. De beschrijving van de zogenaamde tactische en operationele beheerprocessen vormt het hart van de bibliotheek. De operationele processen, die beschreven worden zijn achtereenvolgens: configuratiebeheer, helpdesk, probleembeheer, wijzigingsbeheer en programmatuur beheer. En op tactisch niveau worden beschreven: dienstenniveaubeheer, capaciteitsbeheer, beschikbaarheidsbeheer, calamiteitenbeheer en financieel beheer. In ieder boekje worden de activiteiten en de daarbij behorende rollen van het betreffende proces benoemd, worden richtlijnen gegeven hoe het proces het beste ingevoerd kan worden en waar op gelet moet worden na invoering.
Na de introductie van ITIL in Nederland begin jaren negentig door Pink Elephant is in samenwerking met het EXIN en andere (opleidings)organisaties een opleidings- en examenstructuur tot stand gekomen. De basis wordt gevormd door het zogenaamde ITIL Essentials examen, dat als doel heeft om te toetsen of de kandidaat voldoende kennis heeft van de begrippen en de de onderlinge samenhang daarvan. Hier gaat een tweedaagse cursus aan vooraf. Op basis van het ITIL Essentials examen kan in twee richtingen verder gegaan worden:
1. de ITIL Practitioner opleidingen met als doel om een praktische verdieping te krijgen in één van de acht bovengenoemde processen (programmatuurbeheer en calamiteitenbeheer worden nog niet geëxamineerd); ook dit zijn tweedaagse cursussen, waarin het accent ligt op het zich eigen maken van vaardigheden;
2. de ITIL Service Manager opleiding; op basis van een tweetal cursussen van ieder een week met een zogenaamde incourse assessment en een door het EXIN afgenomen examen kan men zo gecertificeerd ITIL Service Manager worden.
