De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) schrijft voor dat het middelbaar beroepsonderwijs veel praktischer moet worden. Voor de Beroepsopleidende leerweg dient dan ook 20 tot 60 % van de opleiding in de praktijk plaats te vinden. Op zich een goede opzet, maar er doen zich nogal wat vragen en problemen voor.
Heeft het betreffende percentage betrekking op het aantal studiebelastingsuren, gaat het om het aantal deelcertificaten of het aantal eindtermen, mag een deel van de ‘vrije ruimte’ in die BPV worden gebruikt? enz. Op dit soort vragen moeten de antwoorden (per december 1996) nog gegeven worden, met name door de landelijke organen. Het grootste probleem dat zich aandient is het vinden van voldoende BPV-plaatsen, zowel in kwantitatieve zin als in kwalitatieve zin.
Om ervoor te zorgen dat er toch een zo groot mogelijk aantal goede BPV-plaatsen wordt gevonden is er een BPV-analysemodel ontwikkeld door het PAT in Tilburg. Het model wordt toegepast op de cursisten en op de bedrijven. T.a.v. de cursisten wordt geïnventariseerd welke Elders (eerder) Verkregen Kwalificaties ze hebben verworven. Van het bedrijf wordt geïnventariseerd welke eindtermen ze op een BPV-plaats kunnen vervullen. Het restant van de eindtermen dient het ROC zelf in te vullen. Daarvoor is ook per eindterm weergegeven of dit op een extensieve en intensieve manier moet (kan) worden ingevuld, d.m.v. simulaties, internettoepassingen, multimedia, enz.
Naar functiegerichte certificering
Verslag van een studie naar mogelijkheden en behoeften om met behulp van een certificeringsprogramma functionarissen in de ICT-sector te certificeren.
In de nog korte geschiedenis van de Informatie en CommunicatieTechnologie zijn meerdere rapporten verschenen van het Nederlands Genootschap voor Informatica waarin functie- en taakbeschrijvingen voor functies in de ICT-sector zijn opgenomen. Dit met als belangrijkste doelstelling om meer structuur te brengen in het doolhof van functienamen en daaraan verbonden eisen en opleidingsprofielen. Het bekende rapport ”Taken en functies in de bestuurlijke informatica” dateert van 1993. Dit rapport stelde de taken centraal. Het werd daarom minder als opleidingsleidraad gehanteerd dan het rapport “Functies in de Informatica”, uit 1986.
Het classificeren van functies in de ICT -sector is een hachelijke onderneming. Omtrent functienamen en de eisen die dienen te worden gesteld aan functionarissen bestaat immers geen overeenstemming. Voor personeels- en opleidingsfunctionarissen is dit geen optimale situatie. Veel ondernemingen hanteren een eigen classificatiesysteem, al of niet gekoppeld aan een waarderingssysteem. De ontwikkelingen in het vakgebied gaan bovendien zo snel dat het haast onmogelijk is om steeds weer nieuwe functiebeschrijvingen, c.q. -profielen vast te stellen.
In 1996 heeft EXIN onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en behoeften aan functiegerichte certificering. Dit onderzoek werd mede geïnitieerd door de branche- en beroepsverenigingen, het Ministerie van Economische Zaken en de opleiders in de ICT-sector. De resultaten zijn in november 1996 gepubliceerd en zijn aanleiding om een start te maken met een certificeringsprogramma dat is gericht op enkele functieclusters. Om te voldoen aan kwaliteitsnormen die gelden voor instellingen die personen certificeren is een aanvraag ingediend bij de Raad voor de Accreditatie.
Aan de voorwaarden om tot functiegerichte certificering te komen, lijkt hiermee voldaan. Om tot een geaccepteerd certificeringsprogramma te kunnen komen, dient echter te worden voldaan aan een andere voorwaarde, namelijk het bestaan van een breed draagvlak. De discussie hieromtrent is dan ook nog niet afgerond; met name de meerwaarde van functie( -cluster)gerichte certificering voor ondernemingen dient nog duidelijk te worden bevestigd.
Met een discussie tijdens NIOC wordt een bijdrage geleverd aan beantwoording van de vraag naar de wenselijkheid en behoefte aan een dergelijk systeem en de mogelijkheden en de wijze waarop het kan worden gehanteerd.
Bijlagen
Opleiding registeraccountants – Invloed gebruik IT op interne en accountantscontrole
Kennis van het gebruik van informatietechnologie in organisaties en de ontwikkelingen in IT zijn voor de accountant van groot belang. De accountant belast met de controle van de jaarrekening heeft heden ten dagen vrijwel altijd te maken met cliënten waar de gegevensverwerking en informatieverzorging langs elektronische weg plaatsvindt. Volgende stappen worden reeds gezet, hetgeen betekent dat de paperless society in aantocht is. Deze ontwikkeling is reeds zichtbaar in het gebruik van Electronic Data Interchange (EDI). Uit strategiediscussies binnen organisaties komt naar voren dat IT-toepassingen de huiskamer zullen bereiken. De accountant zal de geautomatiseerde informatiesystemen moeten beoordelen -op hoofdlijnen- voor wat betreft de betrouwbaarheidsaspecten volledigheid en juistheid en zal vanzelfsprekend de inbedding van deze maatregelen in de gebruikersorganisatie daarin betrekken. Kennis van de beoordeling van geautomatiseerde informatiesystemen dient derhalve bij de accountant voorhanden te zijn. Slechts ingeval sprake is van technisch ingewikkelde toepassingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van bijvoorbeeld online-real time-toepassingen met complexe database management-systemen, is het noodzakelijk dat de accountant de hulp van specialisten, EDP auditors, inroept.
Niettemin ziet de accountant zich voor problemen geplaatst. Ten gevolge van de integratie van verwerkingsstappen en niet in het minst het in programmatuur en bestanden opnemen van rekenregels, beslissingstabellen en andere van belang zijnde variabelen en vaste gegevens vervallen nogal eens de mogelijkheden om de volledigheid en juistheid van de geautomatiseerde gegevensverwerking vast te stellen. De accountant zal derhalve in ieder geval kennis moeten hebben van de wijze waarop controle- en beveiligingsmaatregelen in toepassingsprogrammatuur, afhankelijk van de typologie ervan worden ingebouwd.
Verder zal hij waarnemen dat de authenticatie en autorisatie van gebruikers met betrekking tot het vaststellen van hun bevoegdheden ten aanzien van het gebruik van het geautomatiseerde systeem door de computer worden overgenomen. Waar bevoegdheden met betrekking tot te verrichte handelingen voorheen konden worden afgeleid uit documenten en daarop geplaatste paragrafen ter zake van de afwerking ervan moet nu worden gesteund op een geautomatiseerd toegangscontrolesysteem dat vervolgens bepaalt tot welke handelingen de eindgebruiker bevoegd is. De functie- en taakverdeling binnen organisaties ligt met ingang van heden vast in in het computersysteem opgenomen functie-matrices en passwords. Er heeft een migratie van controlemaatregelen plaatsgevonden van de organisatie en toepassingscontroles naar hogere software-lagen (het besturingssysteem van de computer en het toegangscontrolesysteem. alsmede het database management-systeem) .
Wanneer de accountant zal wensen vast te stellen dat de functie- en taakverdeling op een correcte wijze is verankerd in de organisatie en dat deze gedurende de controleperiode wordt gehandhaafd en nageleefd, zal hij derhalve deze informatie vanuit het geautomatiseerde systeem moeten opvragen.
Het zal duidelijk zijn dat van de accountant niet kan worden verlangd dat hij een zodanige IT -kennis en met name gespecialiseerde kennis op allerhande hardware/software-platformen bezit dat hij bij een variëteit van cliënten deze werkzaamheden kan uitvoeren. Dit mag niet van hem worden verwacht. Het betekent vervolgens dat de IT -kennis en de wijze waarop onderzoek naar de kwaliteit van de getroffen interne controlemaatregelen slechts zal kunnen worden uitgevoerd, wanneer een EDP auditor een integrerend onderdeel vormt van het controleteam. De EDP auditor is in dit geval bij voorkeur een afgestudeerd accountant die zich op de invloed van het gebruik van informatietechnologie op de beheersing van organisaties en op de accountantscontrole heeft gespecialiseerd. Voor diepgaande onderzoeken zal deze altijd een beroep kunnen doen op EDP auditors die op bepaalde hardware/software-platforms zijn gespecificeerd.
De accountant zal niet slechts naar de kwaliteit van het toegangscontrolesysteem, dat de functie- en taakverdeling ondersteunt een onderzoek moeten instellen, doch evenzeer naar andere aspecten, die kunnen worden gerekend tot de GenerallT Controls. In dit verband valt te denken aan de organisatie van de IT-functie, de functie- en taakverdeling daarbinnen, de test-, acceptatie- en overdrachtsprocedure, alsmede het beheer van programmabibliotheken en bestanden en dergelijke. Ten slotte is het voor de gebruiker van belang te weten dat de door hem geteste en geaccepteerde programmatuur te allen tijde ongewijzigd operationeel blijft, terwijl de accountant vanzelfsprekend op dergelijke maatregelen zal moeten kunnen steunen in het kader van de accountantscontrole.
Aan de Rijksuniversiteit Groningen is op 1 september 1990 een nieuwe leerstoel ingesteld, te weten betrouwbaarheidsaspecten geautomatiseerde informatiesystemen. De leerstoel behelst het geven van onderwijs en het doen van onderzoek op de navolgende gebieden:
– de invloed van het gebruik van informatietechnologie op de beheersing van organisaties (interne controle en beveiliging);
– de invloed van het gebruik van informatietechnologie op de accountantscontrole;
– het gebruik van de computer door de accountant.
De hoogleraren, verantwoordelijk voor de leerstoelen administratieve organisatie respectievelijk controleleer, hebben vastgesteld dat de invloed van het gebruik van informatietechnologie van dien omvang en betekenis is, dat een gespecialiseerd hoogleraar deze gebieden tot zijn verantwoordelijkheid diende te rekenen.
Bijlagen
Multimedia bij kennisoverdracht: wel of niet multimedia, aanpak, kosten, een checklist
Het belang van multimedia
Informatie wordt op steeds meer verschillende manieren overgedragen. Kenden we vroeger alleen gesproken tekst, geschreven tekst, radio en televisie, tegenwoordig wordt informatie ook overgedragen via informatiezuilen, CD-I- en CD-ROM. Het nieuwe hiervan is dat verschillende media (tekst, beeld, video, geluid) door een computersysteem worden geïntegreerd en dat interactiviteit mogelijk is.
Organisaties gaan tegenwoordig steeds meer multimediaal denken. Media worden vaak gezien als de oplossing voor een probleem. Media zijn echter slechts hulpmiddelen om informatie over te dragen. Het plaatsen van een catalogus op een CD-ROM of een CD-I levert op zich geen beter product op dan een catalogus op papier.
Wanneer zijn multimedia toepasbaar?
Multimedia kunnen zinvol worden toegepast bij:
– informatie-overdracht (POl: point of information);
– verkoop (POS: point of sales);
– opleiding (POE: point of education).
Multimedia zijn alleen zinvol als ze een toegevoegde waarde hebben ten opzichte van de gebruikelijke media. Deze toegevoegde waarde kan liggen in:
– het snel toegang krijgen tot die informatie waar de gebruiker op dat moment behoefte aan heeft;
– de combinatie van tekst, beeld, video en geluid die meerdere zintuigen prikkelt, waardoor de informatie-overdracht beter is dan bij het gebruik van één medium;
– de interactie, waardoor de gebruiker actief participeert in het leerproces;
– de attractiviteit, waardoor de aandacht langer wordt vastgehouden;
– een verlaging van de kosten (dit speelt met name bij grote opleidingsprojecten, grote oplagen van gedrukte media of een grote geografische spreiding).
Fasering van multimedia-projecten
1 . Inventariseren situatie:
– bepalen van en inleven in de doelgroep
– bepalen doelen multimediaal systeem
– definiëren eisen en wensen met betrekking tot multimediaal systeem
– vaststellen infrastructurele mogelijkheden
– in kaart brengen randvoorwaarden
– bestuderen bestaande informatie
– bespreken inventarisatie situatie met de opdrachtgever
2. Vaststellen inhoud, oplossingsrichting en vormgeving bepalen inhoud multimediaal systeem:
– bepalen methode van kennisoverdracht
– ontwikkelen didactisch concept
– suggesties doen voor vormgeving
– bespreken inhoud, oplossingsrichting en vormgeving met de opdrachtgever
3. Ontwikkelen inhoud, vormgeving en structuur:
– schrijven teksten, maken afbeeldingen, opnemen audio, maken video
– realiseren vormgeving
– maken structuur multimediaal systeem
– bespreken inhoud, vormgeving en structuur met de opdrachtgever
4. Samenvoegen van alle onderdelen tot één systeem:
– realiseren multimediaal systeem met behulp van auteurs- of programmeertaal
– testen multimediaal systeem door Teelen
– uitvoeren acceptatietest door de opdrachtgever
– aanpassen multimediaal systeem naar aanleiding van acceptatietest
– maken master CD-ROM/CD-I
5. Implementeren multimediaal systeem
– overdragen multimediaal systeem
– dupliceren multimediaal systeem
– distribueren multimediaal systeem
– installeren multimediaal systeem
Betrokken disciplines
Bij het ontwikkelen van een multimediaal systeem zijn de volgende disciplines van belang:
– inhoudelijk deskundigen;
– media deskundigen;
– onderwijskundigen;
– vormgevers;
– systeemontwikkelaars.
Kosten
Als vuistregel voor het vaststellen van de kosten van de ontwikkeling van een multimediasysteem geldt de volgende vuistregel. Per uur kennisoverdracht bedragen de ontwikkelkosten fl 40.000,00 tot fl 75.000,00. Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van video. De kosten worden sterk bepaald door de omvang van de ontwikkeling en de didactische complexiteit.
Tijdens de presentatie krijgt u zicht op de mogelijkheden van multimedia bij kennisoverdracht, op de aanpak van projecten, op de kosten en ontvangt u een handige checklist.
Bijlagen
Realisme in een virtuele wereld
De rol die informatie- en communicatietechnologie (ICT) speelt in de samenleving en in het bijzonder in bedrijven is veranderd. In het verleden was ICT een hulpmiddel; we zullen beargumenteren dat ICT dat niet meer is. We zullen de rol van ICT op een heel andere manier beschrijven. Dat leidt tot een opvallend nieuw vakgebied: Ruimtelijke Ordening in de Digitale Wereld.
Waarom ICT geen hulpmiddel is
Wat maakt een bedrijf tot een bedrijf? Welke kenmerken van een bedrijf kunnen worden verwijderd zonder dat de fundamentele eigenschap dat het een bedrijf is verloren gaat? Het is duidelijk dat het verwijderen van hulpmiddelen een bedrijf niet wezenlijk schaadt. Ze zijn vervangbaar. In theorie kunnen we vervoer door de lucht uit de samenleving verwijderen; in werkelijkheid zou dit de samenleving fundamenteel veranderen. En volstrekt vergelijkbaar is de rol van ICT in de samenleving. Een verwijdering van ICT zou de samenleving niet slechts beïnvloeden maar fundamenteel veranderen. Deze vergelijking neemt iets weg van de verbazing over het feit dat de op de beurskoers gebaseerde waarde van Baan, leverancier van Baan software, hoger is dan die van de KLM.
De onderschatting van de ICT revolutie
De realiteit van ICT dringt snel door in de dagelijkse werkelijkheid. Opvallend is het streven om deze ontwikkelingen te beschouwen als een nieuw onderdeel van de wereld zoals we die kennen en niet als een revolutie. Het wordt niet als een revolutie ervaren, omdat de gevolgen maar voor een klein deel invloed hebben op de tastbare wereld. Die verandert niet wezenlijk wanneer men brood betaalt met 3 bits in plaats van met 6 gram nikkel of 1 gram papier.
Door middel van informatie- en communicatietechnologie ontstaat overal, in hoog tempo en in verschillende omvangen een digitaal evenbeeld van delen van de tastbare wereld. Een “evenbeeld” en geen “afspiegeling”, want het digitale evenbeeld is niet reproduceerbaar uit de tastbare wereld. Net zo min als de tastbare wereld te reproduceren is uit alle digitale informatie die er over bestaat. De echte revolutie vindt plaats in deze tweede wereld waar de maatschappij uit bestaat, de digitale wereld. Men moet in de digitale wereld “zijn” om de veranderingen als een revolutie te ervaren. Waarbij de digitale wereld met nadruk niet mag worden geïdentificeerd met “surfen op het Internet” .
Veel bedrijven -en zeker alle grote- bestaan al in de twee werelden. De medewerkers besteden meer tijd in de digitale dan in de tastbare kant van het bedrijf. Dat is eenvoudig aan te tonen door de digitale helft stil te leggen.
Ruimtelijke Ordening in de Digitale Wereld (R)
De digitale wereld is reëel en bestaat permanent. Net zo min als de maatschappij kan worden gestopt om er verbeteringen in door te voeren, laat de digitale wereld zich stoppen. Technologische vernieuwingen volgen elkaar snel op, maar de integratie in een bestaande digitale wereld heeft alle eigenschappen van veranderingen in de tastbare wereld. Daarom zijn de beslissingen die worden genomen over de inrichting van de digitale wereld zo belangrijk. Ze zijn niet anders dan de beslissingen die worden genomen in de maatschappij die we kennen, en dus in gevolgen niet minder verstrekkend. Er is behoefte aan een visie omtrent die inrichting en aan kennis en ervaring. Dat vakgebied, de inrichting van de digitale wereld, is sinds 1991 het werkterrein van de VMX Groep.
(R) “Ruimtelijke Ordening in de Digitale Wereld” is een gedeponeerd handelsmerk van de VMX Groep B.V.
Bijlagen
Omscholing naar Informatie- en Communicatie Technologie (ICT) Functies
Wij moeten ons realiseren dat Informatie en Communicatie Technologie zal uitgroeien tot een van de grootste bedrijfstakken binnen de westerse economieën. Wil Nederland internationaal als diensten land serieus genomen worden zal er op korte termijn aandacht moeten uitgaan naar huidige en toekomstige aanbod van potentiële werknemers. Als de voorspelling uitkomt dat in de komende jaren de gemiddelde werkgelegenheidsgroei circa 10 % gaat belopen zullen wij met de voorziening in de behoefte van geschoold personeel gigantisch in de problemen komen. Het aanbod van automatiseringsdeskundigen is op dit moment vrijwel nihil. In de oplossing van het gebrek aan aanbod heeft het reguliere onderwijs maar een klein aandeel aangezien het aantal schoolverlaters met een informatica studie klein is. De oplossing zal voor het grootste gedeelte moeten komen uit omscholingsprogramma’s vanuit de overheid of de sector zelf. Hiervoor zijn de afgelopen jaren al vele initiatieven ondernomen. Dit heeft o.a. geresulteerd in een schaarste aan (de in de sector geliefde) Beta’s. Zijn hiervan alle de mogelijkheden uitgeput? Onze praktijk heeft uitgewezen dat dit niet het geval is, we moeten het probleem alleen anders benaderen!!!!!!!!
De omscholing
Aangezien het reguliere onderwijs niet in de bestaande behoefte kan voorzien ligt vooralsnog omscholing voor de hand. De investeringen in omscholingsactiviteiten liggen op dit moment beduidend hoger dan die in het reguliere informatica onderwijs. Een groot voordeel van omscholing is dat deze specifieke functie gericht en veelal actueler kan worden ingericht.
Om omscholing een succes te laten worden zijn de volgende aandachtspunten van belang:
Kennis van de actuele vraag en aanbod
– De vraag van de markt ligt bij de bedrijven. Een goede samenwerking daarmee is van ontzaglijk belang.
– Inzicht, gevoel, ervaring en een goed netwerk is belangrijk bij de analyse van het aanbod, gegevens hieromtrent zijn schaars.
Een goede wervings- en selectie methode
– Het is de kunst om zo veel mogelijk mensen te bereiken die in intentie na scholing voor een functie in de automatisering in aanmerking komen.
– De selectie is bedoeld om, voor de start van de opleiding, te beoordelen of iemand geschikt is voor een functie die hij of zij in de toekomst moet gaan uitoefenen. Selectie op motivatie, interesse, capaciteiten en (sociale-)vaardigheden en niet op schoolkennis.
De opleiding, functie gericht
Voor een serieuze kwalitatief goede omscholing mag men zeker een jaar uittrekken. Een HBO-er van welke studierichting dan ook kunnen wij binnen 110 dagen theorie en 100 dagen praktijk brengen tot het HBO-niveau informatica. Essentieel bij opleiden is kunnen analyseren, redeneren, argumenteren en conclusies trekken en natuurlijk materie kennis.
Coaching gedurende de opleiding
Wezenlijk voor het behalen van resultaten en het realiseren van doelen zijn de bekwaamheden en de inzet van individuele mens. Aandacht voor het toekomstig functioneren van de cursisten vanaf het selectiegesprek tot en met de eerste periode van de betekening levert goed inpasbare mensen op.
Een goede introductie op de werkplek
Een goede afstemming van vraag en aanbod beperkt zich niet tot beoordeling en afstemming van kwaliteiten. Kennis van en ervaring met, andere functie gerelateerde aspecten, maken de bemiddeling effectief.
Course Care, Organisatie & Opleidingen is een organisatie-adviesbureau op het gebied van arbeidsmarktvraagstukken, werving & selectie en scholing. Course Care heeft jarenlange ervaring met scholings- en werkgelegenheids-projecten vooral op het gebied van automatisering en Nieuwe Media. Tevens ontwikkelt Course Care programma’s rond Nieuwe Media en loopbaanbegeleiding. Directeur: J.W.C. Maas: 071-5412489
Bijlagen
Overleven in een stortvloed van gegevens: een onderschatte onderwijsvraag?
De onstuitbaar doorgaande ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie heeft in de afgelopen decennia een duidelijk spoor getrokken in het leven van iedereen. Er is sprake van steeds veelzijdiger en beter functionerende hulpmiddelen voor het verzamelen, verwerken en bewaren van schier oneindige hoeveelheden gegevens. Het goed leren toepassen van die hulpmiddelen is geen sinecure gebleken. Tot de dag van vandaag is er geen min of meer stabiel onderwijsaanbod. Niemand verwacht dat die situatie snel zal wijzigen.
Volgens velen is de ontwikkeling die gaande is vergelijkbaar met de veranderingen ten tijde van de industriële revolutie. Informatie is macht en zij die over de meeste informatie beschikken zijn de machtigsten. Iedereen moet zo goed mogelijk zijn best doen om de techniek de baas te worden. Als je dat verwaarloosd, dan loop je een reëel gevaar dat je niet mee kunt komen in de maatschappij.
De grootste uitdaging die ontstaat is de uitdaging om in het steeds onoverzienbaarder aanbod van gegevens je weg te blijven vinden. Dat is om te beginnen een selectie-probleem: wat is wel en wat is niet relevant, wat is wel en wat is niet informatief voor jou in jouw situatie? Maar ook als je dat scherp hebt, blijft het zaak om behoedzaam te blijven: wat is eigenlijk de waarde van wat je nu weet, beschik je daarmee over vaststaande feiten of over een visie die nimmer is getoetst en dus best onjuist kan blijken.
Vanwege de enorme hoeveelheden gegevens waarover ieder van ons permanent kan beschikken, is het omgaan met gegevens meer en meer een overlevingsvraag voor mensen aan het worden. Er zijn verschillende strategieën om in dat overleven succesvol te zijn. Opmerkelijk is dat over dergelijke strategieën zelden of nooit wordt gesproken. In het onderwijs is het geen apart vak. De vraag is of dat zo kan blijven. Hebben we niet al te veel vertrouwen in onszelf en in anderen als we denken dat iedereen wel zo zijn eigen strategie vindt om effectief en efficiënt zijn of haar weg te zoeken in de steeds grotere stortvloed van gegevens die hij of zij dagelijks ontmoet? Is het geen duidelijke taak van het onderwijs om juist ook daarvoor handvaten te bieden? Zijn de handvaten die tot op heden worden geboden niet volstrekt onvoldoende?
Bijlagen
Business Process Redisign – Van hype tot het managementinstrument voor de 21e eeuw
1. BPR – historisch perspectief
Ontwikkelingen in de organisatiekunde, in de systeemontwikkeling, in de technologie en in de maatschappij leiden gezamenlijk tot een nieuwe benadering van organisatie-ontwikkeling.
2. BPR – wat kan het bieden en wat niet
BPR biedt belangrijke verbeteringsmogelijkheden; het is niet de “golden bullet” waarmee alle problemen kunnen worden opgelost.
3. BPR – hoe doe je het
Schets van een methode die in vijf stappen tot het invoeren van herontworpen processen leidt.
4. BPR – hoe leer je het
Schets van een opleidingstraject voor uitvoerders en begeleiders van herontwerpprojecten.
Bijlagen
Leerlingen op de elektronische snelweg: ICT en basiscompetenties
Informatievaardigheden en de vaardigheden om zinvol en doeltreffend om te gaan met de mogelijkheden van ICT worden steeds belangrijker om te kunnen functioneren in de zich ontwikkelende informatiemaatschappij. Competentie op dit terrein maakt dan ook deel uit van de vernieuwde kerndoelen voor basisonderwijs en basisvorming en vormt een belangrijk onderdeel van het onderwijsbeleid voor de komende jaren. In deze bijdrage zal nader op ICT-competenties worden ingegaan. Dat in het licht van de plannen om te komen tot een Europees Rijbewijs voor de elektronische snelweg.
Uitgangspunt is daarbij dat, wil men als burger kunnen deelnemen aan de zich ontwikkelende informatiesamenleving, je instaat moet zijn ICT te gebruiken. Het kan gaan om het gebruik van email, telebankieren, informatie uit allerlei bestanden opvragen, maar in de bovenbouw van HAVO/VWO ook om meer complexere zaken als kennis van de auteursrechtelijke aspecten van digitale informatie.
Men gebruikt in dit verband de metafoor van een rijbewijs. Ter voorbereiding leggen leerlingen in de basisschool een digitaal verkeersexamen af waarbij ze kennismaken met de informatieve en communicatieve functie van netwerken binnen een beschermde omgeving. Ze leren om te gaan met de hoofdcomponenten van de PC: de printer, het toetsenbord, het diskettestation etc. en ze leren basisapplicaties (tekstverwerkers, een tekenprogramma, ) te gebruiken binnen een simpele grafische gebruikersinterface. Maar ze kunnen ook e-mails versturen en werken binnen een hypertekst omgeving.
Het gewone ‘echte’ rijbewijs kunnen de leerlingen halen tijdens de basisvorming. Daarbij is uitgangspunt dat elke leerling na de BAVO kan deelnemen aan digitaal maatschappelijk verkeer(thuis, in werk of vervolgopleiding). Steeds meer overheidsinformatie komt via Internet beschikbaar, ook reisinformatie, thuisbankieren, recreatieve info en teleleren moeten tot de mogelijkheden gaan behoren. Leerlingen moeten daarom op conceptueel niveau iets af weten van onderdelen en samenhang van netwerken. Net zo goed als je iets van op ‘niet-technisch’ niveau iets van een automotor moet afweten: waar dient de rem voor, de koppeling, de versnelling, benzine, etc.). Verder moet men bepaalde handelingen kunnen verrichten met bepaalde mailprogramma’s. Zoals doorsturen van post, met een adresboek werken, en bestanden aan berichten kunnen vastknopen (attachment). Naast de communicatieve functie is er de informatieve functie van ICT-gebruik. Voor het vinden van informatie moet je instaat zijn bepaalde zoektechnieken te hanteren. On- en offline met de belangrijkste functies van browsers (bijv. Netscape, MS-Explorer) kunnen werken. Ook het gebruik van multimediale tools bij het presenteren van informatie behoort deel uit te maken van het elektronische rijbewijs. In Finland bestaat er inmiddels zo’n examen en is het een succes. Oorspronkelijk was het bedoeld voor langdurig werklozen, maar onder druk van ouders en leerlingen nemen nu ook scholen deel aan het examen. Voor de tweede fase VO kan men spreken van een groot rijbewijs, dat moet voorbereiden voor het gebruik van ICT in het hoger onderwijs. Daarbij moet ook aandacht worden besteed aan het gebruik van multimedia bij het presenteren van informatie en kan ingegaan worden op zaken als bestandformats (ASCII, bitmap, pixel of vector georiënteerdheid) .
Bijlagen
Post-HBO drs-opleiding MIT: innovatie door samenwerking WO-HBO
Inleiding
Medio ’94 groeide het idee om in een samenwerking van universiteiten en hogescholen een kostendekkende post-HBO-opleiding aan te bieden onder de naam Management, Informatie en Technologie (MIT). Deze opleiding zou tegemoet moeten komen aan de groeiende marktvraag naar beheersing van een mix van informatica en bedrijfskunde.
Kern
Recente ontwikkelingen in de beroepspraktijk, waar de toepassing van informatie- en communicatietechnologie (ICT) cruciaal is geworden in allerlei (bedrijfs)processen en producten, hebben mede ten grondslag gelegen aan het ontwerp van de MIT -opleiding. Doel van de opleiding is om met succes binnen de eigen organisatie ICT -gebruik en -toepassingen te kunnen plannen, ontwerpen, invoeren en uitbouwen, met als uitgangspunt een multidisciplinaire benadering. De doelgroep wordt gevormd door afgestudeerde HBO-informatici (uit HTO of HEAO) mét werkervaring. De MIT- opleiding lijkt tegemoet te komen aan een combinatie van wensen van enerzijds individuele werknemers en anderzijds werkgevers, zoals:
– een fors programma van inhoudelijke ‘upgrading’ vanuit verschillende disciplines
– een afstudeerproject, waarin gezocht wordt naar een integratie van het geleerde met de eigen beroepspraktijk
– een deeltijdopzet waarbij de cursist ook persoonlijk tijd investeert maar met als duidelijke meerwaarde de drs-titel
– kwaliteit gegarandeerd door een innovatieve bundeling van specifieke deskundigheden en faciliteiten van de Open Universiteit, een hogeschool in een bepaalde regio en een zusteruniversiteit in dezelfde regio
– een landelijk protiel met beperkte lokale inkleuring
– de mogelijkheid om de opleiding ‘in company’ te volgen.
De MIT-opleiding kost ‘all in’ fl. 29500,- en is zwaar: de totale omvang is 72 studiepunten, dat is circa 2900 uur studielast met een nominaal traject van 2.5 jaar in deeltijd. De opleiding bestaat voor driekwart uit cursussen met theorie- en practicumcomponenten, waarna de afsluiting volgt met het afstudeerproject. Van het cursorische gedeelte ligt circa tweederde vast met een waaier aan OU-cursussen: de onderwerpen variëren van objectoriëntatie tot software management en informatie-economie. De rest wordt besteed aan geselecteerde ‘up to date’ vakken van de nabij gelegen zusteruniversiteit (met eventueel een aandeel van de hogeschool) en een keuzepakket van OU-cursussen: we treffen hier onderwerpen aan als multimedia, industriële automatisering, groepsbesluitvorming, exploitatie en beheer, client/server technologie en workflow management.
Afsluiting
September 1995 startte een eerste groep in Den Haag en inmiddels draait de MIT-opleiding niet alleen daar (OU/Haagse Hogeschool m.m.v. TU Delft) maar ook in Eindhoven (OU/Hogeschool Fontys m.m.v. TU Eindhoven), en gaat MIT binnenkort starten in Zwolle (OU/Hogeschool Windesheim m.m.v. Univ. Twente) en zeer waarschijnlijk in Amsterdam (OU/Hogeschool Holland m.m.v. VU Amsterdam). De ervaringen zijn tot nog toe bemoedigend.
Het MIT-model biedt ons inziens ook in andere situaties een nieuw perspectief, zoals bijvoorbeeld bij informatica-scholingsprogramma’s voor werkloze academici en HBO’ers of bij nieuwe ‘hybride’ initiële informatica-opleidingen waarbij studeren en werken hand-in-hand gaan.
