Hoe weet een opleiding wat het beroepenveld verwacht?

In Nederland wordt de kwaliteit van een hbo-opleiding onder meer beoordeeld op de mate waarin een opleiding voldoet aan de eisen die vanuit het beroepenveld en/of het vakgebied worden gesteld. Opleidingen gaan daar zeer divers mee om. Soms is dat branche bepaald, bijvoorbeeld bij de PABO’s is het een must om een intensieve samenwerking te hebben met basisscholen. Een andere wereld is de ict-branche. Er zijn ict-opleidingen die het contact beperken tot het uitnodigen van vertegenwoordigers uit bedrijven in een beroepenveldcommissie en met hen te vergaderen. Andere opleidingen maken afspraken met bedrijven om in een onderwijsblok actief te participeren, bijvoorbeeld door het aanleveren van casuïstiek, of door het leveren van gastdocenten/deskundigen/adviseurs. Het tweede jaar databasekennis wordt dan “ondersteund” door het databasebedrijf Oracle. Weer andere opleidingen laten hun hoofdfase-onderwijs volledig bepalen door opdrachten van bedrijven. De stand van zaken in 2010, naar aanleiding van de accreditatie van 16 hbo-ict-opleidingen wordt geschetst.


Bijlagen

2011_Frederik_proceedings.pdf

2011_Frederik_handout.pdf

Netwerk Open Hogeschool Informatica

In september 2011 start de Netwerk Open Hogeschool Informatica (NOH-I), een samenwerkingsinitiatief van de Open Universiteit samen met Fontys Hogescholen, Hogeschool Arnhem en Nijmegen, Haagse Hogeschool en Hanze Hogeschool Groningen. In het kader van leven lang leren biedt de NOH-I een hbo bacheloropleiding Informatica. Kenmerken van de opleiding zijn blended leren en modulair studeren. Blended leren betekent een mix van contactonderwijs en onderwijs op afstand (virtuele klas). Modulair betekent dat de student niet meteen hoeft in te schrijven voor de gehele opleiding maar per module de opleiding kan volgen en zo langzaamaan kan uitbreiden tot een volledige hbo-opleiding. De kracht van het hbo wordt gebundeld met de ervaring van de Open Universiteit als aanbieder van afstandsonderwijs.


Bijlagen

Adaptief toetsen – De meerwaarde van computergestuurd toetsen

De wijze van toetsing heeft in Nederland geen gelijke tred gehouden met de beschikbaarheid van computers in het onderwijs. Het leeuwendeel van de toetsen is paper-based en de weinige computertoetsen die er zijn, onderscheiden zich vaak alleen maar in de geautomatiseerde scoring van de traditionele toetsen. Dat is bijzonder jammer, want digitalisering van toetsopgaven en toetsprocedures heeft zoveel meer te bieden. In deze presentatie worden de bijzondere mogelijkheden van digitaal toetsen geïllustreerd aan de hand van een toetspakket dat landelijk grote bekendheid geniet: WISCAT-pabo. Dit pakket genereert volledig automatisch de rekentoetsen die eerstejaars pabo-studenten moeten halen om de opleiding te mogen vervolgen. De specifieke meetproblematiek waarmee de ontwikkelaars van het toetspakket geconfronteerd werden, gaf aanleiding om hier een onconventionele oplossing als adaptieve toetsing toe te passen De bijzondere eigenschappen van deze toetsmethodiek worden uitvoerig besproken. Daarnaast beschrijven we de ervaringen van studenten met deze speciale toets.


Bijlagen

A personal view on Informatics Engineering Education in Spain: our past accomplishments, present threats and future challenges

After having followed university-level informatics education in Spain for the last 30 years, specially the last 10 years, when most of the Bologna-led changes have happened, and as an active participant in the Spanish Informatics Education White Book, the presenter will give his personal view on the issue.
In addition to describing the contextual and historical perspective of the Spanish degrees in Informatics, as well as the accomplishments, he will describe the current situation regarding the transition to Bologna degrees with actual threats, and he will give his opinion about some future challenges and opportunities in the design, deployment and evolution of our informatics degrees in Spanish universities.


Bijlagen

Afstuderen bij Working Tomorrow, Innovatief, leuk, leerzaam en zinvol

Working Tomorrow is een uniek afstudeerprogramma binnen Logica om de haalbaarheid en mogelijkheden van innovatieve oplossingen te onderzoeken. ICT speelt daarin de hoofdrol. Bij de afstudeeropdrachten verkent de student de mogelijkheden van ICT en/of de business om de wereld van morgen te realiseren. De opdrachten doen een beroep op al de talenten van de student: analytisch vermogen, communicatieve vaardigheden, creativiteit en resultaatgerichtheid. De student ontwikkelt prototypes en demonstratieprogramma’s om nieuwe technologieën te toetsen.
Logica heeft met haar afstudeerprogramma Working Tomorrow het afstuderen een nieuwe dimensie gegeven. Door studenten zelf te laten kiezen welke innovatieve opdracht het best bij hen past krijg je gemotiveerde studenten, die staan te popelen om te beginnen met hun afstudeer stage. De studenten worden niet weg gestopt in een afgelegen hoekje, maar zitten midden op de werkvloer bij elkaar als onderdeel van het bedrijf. Toegang tot alle informatie en alle medewerkers. Zij krijgen begeleiding door professionele medewerkers die vele jaren ervaring hebben. Honderden studenten zijn de afgelopen jaren bij Working Tomorrow afgestudeerd, met een zeer goed cijfer.
Deze lezing gaat in op het hoe en waarom van Working Tomorrow. Daarnaast zal worden ingegaan op de beren die Working Tomorrow tegenkomt tijdens de afstudeer stage, wat kan er mis gaan, wat kan er worden verbeterd. Met meer dan 650 studenten die binnen Working Tomorrow zijn afgestudeerd in de afgelopen jaren heeft Logica inmiddels veel ervaring opgebouwd.


Bijlagen

Dat zoeken we op!

In het bekende TV-programma “Twee voor Twaalf” moeten 2 kandidaten 12 vragen beantwoorden. De ene persoon is de feitenkenner, de andere persoon mag antwoorden in een encyclopedie opzoeken indien de eerste het niet weet. Op het moment dat het opzoeken begint gaat een klok lopen om strafpunten te berekenen. Door deze opzet wordt de feitenkenner geportretteerd als de slimmerik en de opzoeker als zijn hulpje die strafpunten krijgt voor het opzoeken. “Twee voor Twaalf” lijkt op het hedendaagse reguliere onderwijs. Het is sterk feitengestuurd, terwijl het bedrijfsleven in deze almaar veranderde wereld juist professionele opzoekers nodig heeft. Het besef dat de feitenkenner op korte termijn misschien voordeel haalt, maar al op middellange termijn links en rechts wordt ingehaald, lijkt nog niet te zijn doorgedrongen.
Filosoof en informaticus Paul Jansen zal tijdens deze presentatie uitleggen wat opzoekers zijn, waarom we ze zo hard nodig hebben en wat er aan het onderwijs veranderd kan worden om hiervoor te zorgen. Dit zal hij doen aan de hand van voorbeelden en anekdotes uit het lager, middelbaar en hoger onderwijs en natuurlijk vanuit zijn rol als algemeen directeur van software bedrijf TIOBE.


Bijlagen

2011_Jansen_2_handout.pdf

Informatica in het Voortgezet Onderwijs in de gevarenzone

Een peiling onder docenten informatica, door de Vereniging i&i afgenomen in juni en juli van het jaar 2010, geeft voldoende aanleiding om eens met elkaar te bespreken wat we kunnen doen om te voorkomen dat het vak informatica binnen niet al te lange tijd van de VO-vakkenlijst zal verdwijnen. Maar naast deze peiling worden er telkens meer signalen opgevangen die reflectie op het vak noodzakelijk maken. Er is een aantal redenen te noemen:
. de status van het vak informatica lijkt niet al te hoog;
. het ontbreken van een centraal examen wordt nu als een gemis ervaren;
. de vervanging van docenten die uit het vak stappen (pensioen, vut, andere school, te weinig leerlingen enz.), vindt inadequaat plaats;
. her en der overwegen directies het vak af te schaffen om allerlei redenen;
. zicht voor leerlingen en soms leraren op wat je met het vak kunt gaan doen, ontbreekt.
De Vereniging wil als vertegenwoordiger de facto van de docenten informatica in de bovenbouw van het Havo en Vwo wijzen op het belang van een herziening van het vak informatica in brede zin. Zeker op drie vlakken dient volgens de Vereniging een herziening plaats te vinden: positioneel,inhoudelijk en kwalitatief.
De Vereniging heeft haar instemming betuigd met een notitie die namens een aantal hoogleraren naar de KNAW is gestuurd. In deze notitie wordt aandacht gevraagd voor de knelpunten in het vak informatica, mede met het oog op de door de overheid zo uitdrukkelijk geformuleerde en gewenste kenniseconomie. Een verkennend onderzoek, met daarop volgend de instelling van een vernieuwingscommissie, zou kunnen helpen de impasse te doorbreken In deze bijeenkomst zullen we trachten de problemen goed in kaart te brengen.


Bijlagen

De toekomst van informatica in het voortgezet onderwijs

Informatica is de wetenschap en het vakgebied – dan overigens meestal ict genoemd – dat zich, globaal geformuleerd, bezig houdt met de concepten die aan de computer ten grondslag liggen. In Nederland is informatica een keuzevak in de bovenbouw van havo en vwo, dat wil zeggen dat die scholen het vak niet hoeven aan te bieden. Voor het profiel natuur & techniek van die bovenbouw is het een profielkeuzevak. Dat geeft nauwelijks meer status, want nog steeds hoeven scholen het niet aan te bieden. Informatica wordt afgesloten met een schoolexamen, dus geen centraal examen. In mijn visie is dit een volstrekt verkeerde positie, zeker gezien het belang van ict in onze kennis- en informatiesamenleving. Het feit dat ict zich blijft ontwikkelen, alsook dat ict onze samenleving beïnvloedt, vereist dat iedereen kennis heeft van de basale informatische concepten en principes. Ik bepleit dan ook een positie voor informatica vergelijkbaar met de vakken Nederlands, Engels en wiskunde, niet beperkt tot de bovenbouw van havo en vwo, maar een doorlopende leerlijn die zo vroeg mogelijk begint.


Bijlagen

Mens-machine Interactie in de praktijk

Smartphones (zoals iPhone en Android) zijn hot, vooral door de ruime beschikbaarheid van apps. Het ontwikkelen apps, kleine applicaties voor mobiele toestellen, heeft een grote vlucht genomen. Hét kenmerk van een goede app is een eenvoudige en intuïtieve gebruikersinterface die de gebruiker in staat stelt om zijn doel zo snel mogelijk te bereiken. Het ontwerpen en ontwikkelen van een app is een goede introductie op mens-machine interactie.
In een pilotproject hebben VWO 6 leerlingen van het St. Bonifatiuscollege in Utrecht apps ontwikkeld in JavaScript. Hierbij is gebruik gemaakt van het ontwikkelplatform Titanium van Appcelerator (www.appcelerator.com), een populaire tool voor het platformonafhankelijk ontwikkelen van apps. Leerlingen hebben gewerkt aan het ontwikkelen van een app voor Android telefoons. In deze presentatie zullen a) de mogelijkheden en onmogelijkheden van het ontwikkelen van apps met leerlingen worden toegelicht, b) zal kort Titanium worden gedemonstreerd en c) zullen de bevindingen van het pilotproject onder de loep worden genomen.


Bijlagen