Object Orientatie leren met C++

Hoewel vaak wordt gezegd dat Object Oriëntatie (OO) eenvoudig is, blijkt dit in de praktijk tegen te vallen. Als daarbij ook nog wordt gekozen voor de programmeertaal C++ lijken de problemen zich op te stapelen. Niettemin begint OO langzaam maar zeker tot de gevestigde methoden voor systeemontwikkeling te behoren. Het is daarom noodzakelijk dat zowel het reguliere onderwijs als het bedrijfsleven OO opnemen in hun opleidingsprogramma’s.
ICT Automatisering B.V. (ICT) en de vakgroep Informatica van de Landbouwuniversiteit Wageningen (LUW) hebben gezamenlijk een cursus OO/C++ ontwikkeld.
Hieronder wordt de didactische opzet van de cursus en de ervaringen die tot op heden zijn opgedaan behandeld.


Bijlagen

1994_VanDerVelden_samenvatting.pdf

Skill Management proces

Met het toenemen van de dienstensector, en de noodzaak tot het leveren van een hoge toegevoegde waarde, worden de skills van iedere medewerker een belangrijker asset dan de klassieke, op de balans genoteerde, activa. Dit inzicht leidt tot het beter in kaart brengen van de bestaande skills, de tekortkomingen in relatie tot de huidige taakstellingen, en de daaruit voortvloeiende opleidingen en ervaringsplaatsingen.
Alhoewel deze acties reeds leiden tot een aanzienlijke verbetering, zijn twee extra stappen noodzakelijk om nu en in de toekomst tot maximale uitnutting van skill (en talent) te komen.


Bijlagen

1994_VanGinneken_samenvatting.pdf

Opleidingen op het gebied van Management & Beheer van IT infrastructuur; de tweede helft van een Siamese tweeling eindelijk belicht

Tot enkele jaren geleden werd informatietechnologie (IT) vooral geassocieerd met systeemontwikkeling. Organisaties besteedden hier (in tijd en geld) de meeste aandacht aan. De applicatieontwikkeling breidde zich uit van ondersteunende administratieve pakketten tot applicaties die de core business van bedrijven konden versterken. Het verkrijgen van ‘competitive edge’ middels geautomatiseerde systemen was een veelgehoorde kreet.
Als gevolg hiervan vind je nu binnen veel IT-afdelingen een kloof tussen de afdeling systeemontwikkeling, de paradepaardjes van IT, en het ‘ketelhuis’: het rekencentrum dat tot taak heeft de machinerie in de lucht te houden.
In aansluiting hierop is in eerste instantie een groot opleidingsaanbod ontwikkeld in systeemontwikkeling. Ontwikkeltalen als COBOL, Pascal, Turbo Pascal, Basic, ontwikkelmethoden als SDM, Fullproof en later Evolutionair ontwikkelen, Prototyping en Object-georiënteerd ontwikkelen. Veel opleidingen werden functiegericht aangeboden: opleiding tot systeemprogrammeur, technisch ontwerper, functioneel ontwerper en informatie-analist.
Gepaard gaande met technologische vernieuwingen op het gebied van hardware en de steeds complexer wordende infrastructuur (als gevolg van decentralisatie, groei netwerken, integratie spraak-data) komen organisaties er meer en meer achter dat het weliswaar belangrijk is als het voortraject van automatisering goed geregeld is (systeemontwikkeling), maar het effect teniet wordt gedaan als de achterkant, het beheer, onvoldoende geregeld is. Kijkend naar de totale automatiseringskosten blijkt dat 30% aan systeemontwikkeling en 70% aan beheer en exploitatie besteed wordt. Reden genoeg om meer aandacht aan beheer te geven en het als ‘vak’ te onderkennen.
Opleidingen
Naar aanleiding van bovenstaande ontwikkelingen is een scala aan opleidingen op het vakgebied ontwikkeld.
– HEAO-BIBA (specifiek beheer specialisatie)
– PC/Netwerk opleidingen gericht de doelgroep van professionals in beheer
– Mainframe systeembeheer opleidingen
– Beheer omscholingstrajecten
– ITIL (specifiek ontwikkelde methodiek voor beheer van IT-infrastructuur)
Maar ook typische sociale vaardigheids opleidingen gericht op IT-beheerders, omdat deze doelgroep specifieke kenmerken heeft. Traditionele rekencentra veranderen doordat zij hun diensten meer en meer ‘klantgericht’ en marktconform dienen aan te bieden als gevolg van verzelfstandiging, decentralisatie en het veranderende krachtenspel van de business unit manager die voortaan meer en meer een eigen IT-budget heeft. Daarin volstaat het niet om alleen technische trainingen en methodiektrainingen te bieden. Er wordt een ander managementstijl en sociaal gedrag van de ‘beheerder’ en exploitatiemanager verwacht. Het rekencentrum wordt geconfronteerd met organisatieverandering. Cultuurverandering
is daarbij een belangrijke pijler voor welslagen.
Vandaar dat bij het beschouwen van opleidingen op het vakgebied beheer slechts sprake kan zijn van een geïntegreerd aanbod van vaktechnische, management en sociale vaardigheids opleidingen.
Op een aantal van de bovenstaande punten zal tijdens de presentatie nader worden ingegaan.


Bijlagen

TIS: van strategisch belang voor de industrie

TIS (Technische InformatieSystemen) – acht modulen – is bestemd voor hen die kennis en inzicht in de product life cycle processen willen verwerven en is primair bedoeld voor nascholing van vaktechnici en toepassers, werkzaam in het primaire proces van industriële bedrijven. Het kunnen toepassen van een integrale ontwerpmethodiek legt de basis voor strategische concepten, zoals configuratiebeheer en concurrent engineering. Ingegaan wordt op de oorspronkelijke doelstelling en ervaring met de realisatie.


Bijlagen

1994_Troost_samenvatting.pdf

Beroepenwedstrijden voor topkwaliteit en imago

Kwaliteit moet goed worden omschreven en dient het doel te zijn van onze beroepsopleidingen, maar kwaliteit moet ook blijken. In de opleiding wordt kwaliteit getoond bij proefwerken en examens, en in toenemende mate ook bij wedstrijden. In tegenstelling tot examens zijn wedstrijden niet gericht op het ‘juist voldoende’ niveau, maar op de hoogst mogelijke prestaties. Wedstrijden zijn daardoor een uitdaging voor de deelnemers, maar niet alleen voor hen. Ook de daarbij betrokken deskundigen worden uitgedaagd; tot overleg over kwaliteitsniveaus, -eisen en -normen en overleg over vergelijkbaarheid en bruikbaarheid van kwalificaties in opleiding en bedrijf, nationaal en internationaal. In tegenstelling tot examens vinden beroepenwedstrijden doorgaans niet in beslotenheid plaats en vervullen zij daardoor een unieke functie bij het verbeteren van het imago van het beroep en de beroepsopleiding.
In Nederland worden op ruime schaal beroepenwedstrijden georganiseerd. De stichting Beroepenwedstrijden Nederland (sBN) bevordert dit en coördineert de deelname aan de mondiale ‘International Youth Skill Olympics’ van de International Vocational Training Organisation (IVTO).
In oktober 1995 vinden deze ‘Olympics’ plaats in Lyon (35 landen, 500 jonge deelnemers, 45 beroepen). Ruim 400 experts zijn ter plaatse voor de jurering en overleg over de opgaven, die vooraf in alle landen door speciale teams van specialisten zijn opgesteld aan de hand van nauwgezette criteria.
Op initiatief van Nederland zal in Lyon voor het eerst een ‘Telematics Olympics’ worden gehouden. In samenwerking met de Vereniging BVE zijn in Nederland en de andere deelnemende landen de voorbereidingen in volle gang; met voorselecties in opleidingen en bedrijven, regionale competities en nationale kampioenschappen.


Bijlagen

1994_Beuk_samenvatting.pdf

Teleleren: dichterbij dan u denkt

Tijdens de presentatie zal onder andere een antwoord worden gegeven op de volgende vragen:
• wat is teleleren
• welke vormen van teleleren zijn er
• wat zijn de mogelijke voordelen van teleleren
• welke algemene voorbeelden zijn er van teleleren
• wat kan teleleren betekenen binnen informatica-opleidingen
• hoe implementeer je teleleren binnen opleidingsorganisaties
• wat zijn de actuele ontwikkelingen op het gebied van teleleren
Tot slot van de presentatie zal worden ingegaan op de titel van de presentatie. Afstandsonderwijs wordt vaak geassocieerd met een grote afstand (zowel in letterlijke als figuurlijke betekenis) tussen docent en student en studenten onderling. Door middel van teleleren komen de betrokkenen dichter bij elkaar. Dit geeft een gunstig effect op de opleidingseffectiviteit. Verder zal worden betoogd dat de voordelen van teleleren, zoals de toename van de flexibiliteit en het rendement van opleidingen, de afname van de opleidingskosten en de afname van het woon-werkverkeer, nog steeds verder in betekenis toenemen. In combinatie met het feit dat de benodigde communicatie- en informatietechnologische infrastructuur in principe beschikbaar en betaalbaar is, is de verwachting (o.a. gebaseerd op ervaringen van de Stichting Teleleren) dat op korte termijn een toenemend aantal opleidingsorganisaties hun contactonderwijs en/of afstandsonderwijs zullen gaan combineren met vormen van teleleren.


Bijlagen

Multimedia ontwikkeltools (dhz-sessie)

De bouwstenen van een multimediatoepassing kunnen bestaan uit o.a. tekst, graphics, gedigitaliseerde beelden, animaties, gedigitaliseerde geluiden en videobeelden. Om deze bouwstenen interactief beschikbaar te maken zijn ontwikkeltools in de vorm van presentatieprogramma’s en/of auteurssystemen nodig waarmee de bouwstenen gepresenteerd kunnen worden, de gevolgen van de interacties van de gebruiker bepaald en beoordeeld kunnen worden.
Deze ontwikkeltools worden grofweg onderscheiden in tools voor:
• lineaire multimedia presentaties
• interactieve multimedia presentaties
• auteurssystemen
Bij het kiezen van multimedia ontwikkeltools moet er natuurlijk op gelet worden dat de met deze tools gemaakte produkten op de binnen uw organisatie beschikbare platforms c.q. het gekozen platform gebruikt kunnen worden. Enkele produkten bieden de mogelijkheid om d.m.v. conversie van en/of naar de Macintosh te converteren. Deze mogelijkheden worden beknopt bij de betreffende tools aangegeven.
In een doe-het-zelf sessie krijgen de deelnemers de gelegenheid om met enkele van de in de presentatie besproken tools te werken. De deelnemers aan deze doe-het-zelf sessie worden geacht de presentatie gezien te hebben.


Bijlagen

Automatisering van opleidingen

Nieuwe leermiddelen als CD-i, CD-ROM en de multimedia PC vervangen de traditionele leervormen in hoog tempo. Het ‘Just-in-Time leren’ kent voordelen, maar zeker ook consequenties voor opleiders en cursisten.
In deze presentatie wordt aangegeven waar en wanneer de nieuwe leermedia op een effectieve manier inzetbaar zijn. Per leerbehoefte wordt aangegeven welk medium het meest geschikt is en welke rol de opleider hierin vervult.


Bijlagen