1. Leerdoel
Binnen de informaticabranche wordt steeds meer aandacht besteed aan de communicatieve vaardigheden van automatiseerders. Goede interne en externe communicatie blijkt een belangrijke succesfactor! Het doel van deze minicursus is u te laten ervaren wat de mogelijkheden en kansen zijn van het samenwerken tussen opleider en acteur.
2. Opzet en werkwijze
De cursus is interactief opgezet. Samen met het publiek worden praktijksituaties nagespeeld en geanalyseerd. U maakt kennis met hoe u als opleider een acteur kunt inzetten, hoe u kunt samenwerken met een acteur en wat de toegevoegde waarde is voor uw cursisten.
3. Doelgroep en verwachte voorkennis
Iedereen die te maken heeft met of geïnteresseerd is in het opleiden in communicatieve vaardigheden binnen de informaticabranche.
4. Uit te delen materiaal
Na afloop van de training ontvangt u een hand-out waarin u de volgende informatie terug kunt vinden:
– wanneer het zinvol is een acteur in te zetten;
– aan welke randvoorwaarden voldaan moet worden;
– hoe u een acteur kunt programmeren.
Informatica-onderwijs voor toepassers
De afdeling Educatie van het Nederlands Genootschap voor Informatica (NGI) heeft op zich genomen het project “informatica-onderwijs voor toepassers”. Dit maakt deel uit van het activiteitenprogramma “Het vak in beweging” van de COMmissie BeroepOntwikkeling(COMBO) van het NGI. In dit programma zijn een groot aantal activiteiten voorzien waaronder drie opleidingsprojecten voor “toepassen”, “leiden/organiseren” en “ontwerpen”. Het project ontvangt subsidie van de stichting Bevordering Kwaliteit Informatica Beroepsopleidingen (BKIB).
Onder “toepasser” wordt verstaan iedereen die een rol speelt in de toepassende organisatie. Naast uitvoerders dus ook de leidinggevenden en de ondersteuners/adviseurs. De toepassers spelen twee verschillende rollen: die van “gebruiker” van IT en die van “in stand houder” van de IT-organisatie.
Het project dient als produkt op te leveren “Uitgangspunten voor de informatica-opleiding van toepassers”. De toepassers-informatica bestaat uit de kennis die de toepasser/gebruiker nodig heeft om zijn eigen specifieke werkzaamheden IT-ondersteund uit te voeren, dan wel bij de organisatie daarvan door anderen de geëigende rol te spelen. Toepassers-informatica is branche-/functiespecifiek en is geen kennis op zich, maar vormt een geïntegreerd onderdeel van de kennis over de primaire activiteiten.
Gepresenteerd wordt een methode om deze kennis te definiëren. Als voorbeeld is voor twee (pilot) branches (het bancaire bedrijf en het elektrotechnisch installatiebedrijf) inmiddels een start gemaakt.
Deze presentatie geeft informatie over het verloop van het project en presenteert de voorlopige resultaten.
Bijlagen
Informaticascholing: met het oog op de toekomst
Steeds snellere veranderingen in beleid, ondernemingen stellen totaal andere eisen aan de organisatie van de informatieverzorging en de benodigde vaardigheden.
Rondom IT bestaat een aantal hardnekkige misverstanden die een grote rol spelen bij het inrichten van het informatica-onderwijs. Deze zijn o.a. de techniek doet het (oftewel IT is produktiefactor), de PC maakt het makkelijker, we leven in een informatiemaatschappij e.d.
Het zijn paradoxen die tot verkeerde conclusies leiden over de toekomst van het informatica-onderwijs. Dit staat niet aan het einde maar juist aan het begin.
Bijlagen
Naar een methodologie voor open leeromgevingen
In de presentatie zullen enkele recente ontwikkelingen in het onderwijs worden besproken die alle duiden op het opener worden van de omgeving waarin leerlingen werken. Onder open verstaan wij een omgeving die de leerling de mogelijkheid biedt zelf leerdoelen vast te stellen, zelf de daarbij behorende leerroute te definiëren en zelf te bepalen waar en wanneer hij of zij tijd aan leeractiviteiten besteed. Om tegemoet te komen aan de grotere inbreng die de leerling in een dergelijke open leeromgeving zal hebben, zal het design van zulke omgevingen het gezichtspunt van de leerling in het ontwerp moeten betrekken. In ons model van een open leeromgeving onderkennen wij naast de leerling zes functies
waarmee de leerling direct te maken heeft: ’tutor’, ‘monitor’, medeleerlingen, leermateriaal, informatiebronnen en gereedschap.
De tutor vormt de pure onderwijsfunctie. De monitor biedt de leerling de mogelijkheid inzicht te verwerven in de voortgang van het leerproces. De medeleerlingen functie geeft leerlingen de mogelijkheid samen te werken met anderen. Het leermateriaal bevat de te bestuderen stof. De informatiebronnen geven toegang tot extra informatie buiten de eigenlijke leerstof. De gereedschap functie tot slot geeft algemeen gereedschap, zoals een rekenmachine, of tekstverwerkingsprogramma, dat de leerling kan gebruiken tijdens het leren. Deze zes functies vervullen verschillende rollen in het leerproces. Het zijn abstracte rollen, de functie van bijvoorbeeld medeleerling kan door een echte medeleerling worden
vervuld, maar ook als computerprogramma worden gerealiseerd.
We beschrijven kort welke activiteiten de leerling zou moeten kunnen uitvoeren in interactie met de verschillende functies.
We bespreken vervolgens hoe kan worden nagegaan of de leerling problemen kan ondervinden bij het uitvoeren van activiteiten. Door steeds uit te gaan van wat de leerling doet en beoogt te bereiken met een activiteit houden we het gezichtspunt van de leerling centraal. Het inventariseren van mogelijke problemen geeft verdere sturing aan het ontwerpproces. Welke activiteiten vinden leerlingen in een bepaalde situatie moeilijk om uit te voeren en wat voor ondersteuning kan vanuit de omgeving worden geboden om problemen te ondervangen?
Een van de problemen waar we op in zullen gaan, ligt in het feit dat leerlingen vaak of geen gebruik maken van de functies die worden geboden, of niet op een effectieve manier omgaan met de aanwezige functies. Het is dan ook onvoldoende om de leerling toegang te bieden tot functies zonder de leerling te stimuleren en te helpen bij het effectief gebruik van zulke functies. Tot besluit vatten we de stappen die een ontwerper van een open leeromgeving zou moeten nemen samen in de vorm van een aantal concrete richtlijnen.
Bijlagen
Enkele observaties over informatisering in de overheid en het bedrijfsleven
Informatisering veronderstelt dat de relatie tussen de techniek (automatisering) en de organisatie bij het ontwikkelen van informatiesystemen een essentiële rol speelt. Zowel in bedrijfsleven als overheid blijft het echter vaak bij lippendienst, zowel door het management als door de informaticus.
Wat zijn de belangrijkste oorzaken hiervoor en welke ‘lessen’ kunnen we trekken. Daarbij wordt met name ingegaan op de computer als communicatiemachine, het grote project, samenwerken in de formele en informele organisatie, gebruikersvriendelijkheid en de kosten/baten.
Bijlagen
Informatietechnologie en bouwkunde
Informatietechnologie biedt ook in de bouw enorme mogelijkheden. Informatiesystemen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor het tekenen, modelleren, doorrekenen en presenteren van ontwerpvoorstellen. Het gebruik van deze mogelijkheden vraagt echter om grote inspanningen. Zowel met betrekking tot tijd als kosten. Om deze toepassingen produktief te kunnen laten zijn, is op de eerste plaats inzicht nodig in de mogelijkheden van Informatietechnologie. Daarnaast is inzicht nodig in de werkwijze en de organisatie bij het gebruik van deze technologie.
Instituut Calibre biedt daarvoor een universitaire onderwijsreeks aan binnen de Bouwkunde faculteit in Eindhoven. Daarnaast worden cursussen aangeboden aan afgestudeerde bouwkundigen in de vorm van inhaal- of bijscholingscursussen.
Bijlagen
Demonstratie Electronic Classroom
Demonstratie hoe het systeem Electronic Classroom werkt.
Er wordt gedemonstreerd hoe cursisten via het systeem hun opdrachten krijgen, hoe de uitwerkingen door de groep bediscussieerd worden, de rol van de docent, etc.
Bijlagen
Kennismanagement, doodsteek voor opleiders?
Reeds duizenden jaren leiden we mensen op. De methoden en middelen die we hierbij gebruiken zijn weliswaar verbeterd maar het proces is nog steeds antiek. De huidige generatie zal getuige zijn van een ware revolutie hieromtrent. De druk op mensen en organisaties wordt, door de toenemende snelheid van veranderingen, inmiddels zo groot dat het expliciet beheren en besturen van kennis binnen organisaties van strategisch belang wordt. Dit heeft grote gevolgen voor cursusmakers en cursusgevers en voor de wijze waarop ‘kennisoverdracht’ wordt georganiseerd.
De presentatie belicht al deze aspecten, schetst een beeld van de kennismanagementfunctie voor het komend decennium en beschouwt de eerste stappen die grote organisaties op dit moment hieromtrent nemen.
Bijlagen
Bibliotheekinstructie in COO
IT biedt bibliotheken nieuwe uitdagingen. Bestaande diensten kunnen verbeterd worden en nieuwe mogelijkheden om deze uit te bidden ontstaan.
Gebruik van nieuwe technologieën verandert ook de taken van bibliothecarissen. Zij moeten zich oriënteren op nieuwe mogelijkheden, maar tevens bibliotheekgebruikers hierover instrueren.
De sleutelvraag is dan: Hoe kunnen bibliothecarissen in staat gesteld worden individuele en groepen gebruikers precies datgene te instrueren dat zij op een gegeven moment nodig hebben, zonder dat hun reguliere taken daaronder leiden.
Recentelijk heeft Digital Equipment in het Telephassa-project samengewerkt met bibliotheken van
• Katholieke Universiteit Brabant
• Universitat Autonoma de Barcelona
• University of Patras
om teams van bibliothecarissen en medewerkers te begeleiden en te ondersteunen in het ontwikkelen van COO. Hiervoor zijn ontwikkeld en beschikbaar gesteld:
• een huisstijl-pakket, met standaarden, voorbeelden en richtlijnen voor de te ontwikkelen COO-programma’s
• een vierdaagse workshop, waarin betrokkenen leerden projectmatig te werken en alle noodzakelijke stappen te doorlopen om COO-programma’s te ontwikkelen
• consultancy- en coachingsactiviteiten, als vervolg op de workshop
• kwaliteitsklankbord, waar teams hun prototypes ter toetsing aanboden
In de presentatie komen successievelijk aan de orde:
• doelstellingen en opzet van genoemde begeleiding en ondersteuning
• de rol van het huisstijl-pakket
• projectmatig werken in kleine ontwikkelgroepen
• ervaringen met COO-ontwikkeling door niet-deskundigen
Bijlagen
Electronic Classroom voor de AMBI-HA module
AMBI-HA is de afsluitende module van de AMBI-opleiding. Op het examen dienen kandidaten aan te tonen dat zij standpunten ten aanzien van vakproblemen kunnen becommentariëren en zelf formuleren.
Deze presentatie betreft de opleiding van het schriftelijk onderwijsinstituut PBNA voor de AMBI-HA module met gebruik van een Electronic Classroom voor het oefenen in het discussiëren over standpunten.
