Taken, Functies, Rollen en Competenties in de Informatica volgens de nieuwe ordening van het NGI

In november 2001 is het nieuwe rapport “Taken, Functies, Rollen en Competenties in de Informatica” van het NGI uitgekomen. Dit rapport is een volledig geactualiseerde versie van het rapport uit 1993 en de vierde in een reeks waarin het NGI een ordening presenteert en een standaard biedt voor taken en functies in de informatica. Vooral de rapporten van 1986 en 1993 zijn als de defacto standaard voor taken en functies in het vakgebied geadopteerd.
In het nieuwe rapport wordt veel aandacht geschonken aan de voor de taakuitoefening benodigde persoonlijke en vaktechnische competenties. Het nieuwe rapport is tot stand gekomen door medewerking van ca. 30 bedrijven. Mede door de uitwerking van kaders voor HR-management, competence management en het opstellen van opleidingscurricula is het nieuwe rapport van grote waarde voor personeelsfunctionarissen, bureaus voor werving en selectie, opleiders, maar ook de informatici zelf.
In de presentatie wordt een overzicht van het nieuwe rapport gepresenteerd. Tevens zal aandacht worden geschonken aan het opstellen van een opleidingscurriculum, mede gebaseerd op de onderkende competenties.


Bijlagen

E-learning, trends in opleiden

De presentatie “E-learning, trends in opleiden” geeft inzicht in de ontwikkelingen op het gebied van opleiden waarbij de rol van de cursist/leerling centraal staat. In de presentatie komen huidige opleidingstechnieken aan bod, zoals het Learning Management System. Na het bijwonen van deze presentatie bent u in staat om een inschatting te maken van de mogelijkheden en gevolgen die de opkomst van e-learning voor uw organisatie met zich mee kan brengen.
In deze presentatie zullen veel voorbeelden en praktijkcases van mislukkingen en successen op het gebied van e-learning aan bod komen.
De volgende onderdelen zullen onder andere behandeld worden:
– E-learning in de praktijk;
– Vraag en aanbod in e-learning;
– E-learning issues;
– E-learning omgeving;
– Trends in e-learning;
– Waarde voor cursist/leerling ten opzichte van organisatie;
– De next steps in e-learning;
– Praktijkvoorbeelden en – cases (met eventueel een korte demo).


Bijlagen

Internet en Computing, traject MOUS

Iedereen wordt tegenwoordig geacht om met computer te kunnen werken, vooral basiskennis over PC’s en softwareprogramma’s zoals van Windows, Microsoft Office, Internet en dergelijke. Ieder zal ook als hem of haar gevraagd wordt geneigd zijn te zeggen dat ze er redelijk mee overweg te kunnen. In het snel ontwikkelende informatiemaatschappij, is het echter van groot belang dat deze vaardigheden goed beheerst worden zodat men behendig informatie kan verkrijgen, bewerken, presenteren en delen. Microsoft heeft om tegemoet te komen aan deze behoefte het Microsoft Office User Specialist programma opgericht als platform voor het didactisch verantwoord aanleren, toetsen en examineren van vaardigheden.


Bijlagen

2002_DeJonge_toelichting.pdf

Statische analyse van vragen en toetsen

Toetsen horen nu eenmaal bij het onderwijs. Wat de kwaliteit van een gesloten toets is weet bijna niemand. Tegen de statistische analyse van vragen en toetsen wordt erg opgezien. Het kost veel tijd om de gegevens te verzamelen en te verwerken en niet iedereen (lees bijna niemand) kan die gegevens op de juiste wijze interpreteren.
Dit probleem is nu voor een groot deel opgelost. Met de statische module van TestVision worden gegevens automatische (verzameld en) verwerkt. Tijdens de presentatie laten wij aan de hand van een demonstratie zien hoe eenvoudig statistische gegevens worden verkregen, hoe ze worden gepresenteerd en hoe makkelijk u daarmee uw vragen en toetsen kunt professionaliseren. Kennis van statistische analyse is niet nodig.

Gratis Private-use versie
EIke deelnemer aan de presentatie ontvangt een formulier waarmee een gratis Private-use versie van TestVision, inclusief statistische module kan worden aangevraagd.


Bijlagen

2002_Molkenboer_toelichting.pdf

2002_Molkenboer_handleiding.pdf

Digitaal toetsen, een kans die voor het grijpen ligt?

Als men praat over integratie van ICT in onderwijs biedt digitaal toetsen een goede kans op succes. Het waarom wordt duidelijk als men de meerwaarde van digitaal toetsen onderzoekt. Digitaal toetsen kan rendement opleveren in termen van kwaliteitsverbetering en/of taakverandering. In de presentatie worden voorbeelden gegeven hoe die meerwaarde bereikt zou kunnen worden.
De keuze van een programma, waarmee men digitaal kan toetsen, is sterk afhankelijk van de ontwikkelingsfase, waarin de onderwijsinstelling zich bevindt, en de specifieke wensen of zelfs eisen, die men aan de programmatuur stelt. De keuzemogelijkheid in programmatuur varieert van vrij basale toetsprogrammatuur, een toetsmodule in een elektronische leeromgeving tot een toetsservicesysteem. Aan de hand van voorbeelden van verschillende programma’s bijvoorbeeld Hot Potatoes als voorbeelden van een basaal toetsprogramma, de toetsmodule van Blackboard als voorbeeld van een toetsmodule in een elektronische leeromgeving, Question Mark Perception als toetsservicesysteem, wordt een poging gedaan te verduidelijken, waar men dan voor kiest.


Bijlagen

2002_VanKaam_2_handout.pdf

Gebruikersvriendelijke CBT-ontwikkeltools

Mede door de toenemende gebruikersvriendelijkheid van ontwikkelomgevingen zullen er in de toekomst steeds meer tools ter beschikking komen, die de opleider in staat stellen op eenvoudige wijze zelf interactieve en multimediale presentaties en/of leerpakketten samen te stellen. De vraag is echter of de opleider van deze nieuwe mogelijkheden gebruik maakt of dat hij/zij definitief kiest voor een scheiding van taken d.w.z. de opleider levert de leerstofinhouden aan en de ontwikkelbureaus verpakken het materiaal in digitale vorm?
De ervaring heeft geleerd dat de introductie van met name de Tutoriele courseware moeizamer is verlopen dan de meeste ontwikkelaars hadden gehoopt. Daarentegen lijken de programma’s waar het accent meer ligt op oefenen makkelijker ingang gekregen te hebben in zowel onderwijs als bedrijfsopleidingen.
Een tutorial bepaalt in hoge mate de invulling van een vakcurriculum en wordt al gauw door de opleider als te sturend ervaren. Terwijl bij de oefenprogramma’s de opleider de regie volledig in eigen handen kan houden. De conclusie lijkt daarom gerechtvaardigd dat opleiders wel bereid zijn om met interactieve media aan de slag te gaan, maar zeker niet hun vat op de kern van het onderwijsleerproces willen verliezen.
Voor de rol van de opleider zijn nog drie andere ontwikkelingen van belang:
1. De inhouden en leervormen van opleidingen worden meer en meer vastgelegd. Kwaliteitsbewaking gaat hierbij een steeds grotere rol spelen.
2. Enerzijds komen juist de gemodulariseerde opleidingen tegemoet aan de eis van kwaliteit borgen, anderzijds leent een goed gedocumenteerde opleiding zich voor vormen van extensivering. Dit hele proces van standaardisatie en extensivering stimuleert de introductie van nieuwe onderwijstechnologieën.
3. Hoewel de opbouw van de hardware-infrastructuur telkenmale achterloopt op de mogelijkheden om de computer effectief in te zetten bij het leren groeien we zeker naar een bezetting toe, die de implementatie van multimediale leerpakketten mogelijk gaat maken.
Voor wat betreft de verhouding tussen de producent van cursussen en kennisoverdracht, de opleider en de distributeur van kennis, de onderwijsinstelling, zal in de komende jaren het zwaartepunt verlegd worden naar de distributiefunctie.
Op welke manier kan bedrijven inspelen op een ontwikkeling in zowel de onderwijs als de bedrijfsopleidingenmarkt, die tendeert naar een situatie waarin vrijwel alle opleidingsverantwoordelijkheden voldoende kennis en vaardigheden in huis hebben om de nieuwe media actief en zelfstandig te implementeren in hun eigen opleidingsomgeving. De producenten en distributeurs van ontwikkeltools kunnen bijvoorbeeld inspelen op de wensen van een doelgroep, die behoefte heeft aan een pakket waarmee snel en gemakkelijk eenvoudige leerpakket of toetsprogramma’s geproduceerd kunnen, zonder de mogelijkheid af te sluiten om complexere functionaliteit aan te brengen.
Er zijn de laatste jaren echter vooral ontwikkelomgevingen op de markt gebracht, die zich of richten of op de programmeur of op de gebruiker. Er bestaat echter in toenemende mate behoefte aan ontwikkelomgevingen die voldoen aan de eisen van gebruikersvriendelijkheid van de opleider enerzijds en de programmeertechnische eisen van de ontwikkelaar anderzijds.


Bijlagen

Een kwaliteitsbril voor het toetsen van opleidingen

Hoe krijgt een bedrijf zekerheid over de kwaliteit van opleidingen? Een kwaliteitssysteem voor het toetsen van de kwaliteit, en dus de effectiviteit van opleidingen kan uitsluitsel geven. Het kwaliteitssysteem biedt feitelijk geen nieuwe elementen dan reeds lang in ‘opleidingsland’ worden gehanteerd. Wel worden deze elementen geïntegreerd tot een geheel.


Bijlagen

1994_OpDeCoul_samenvatting.pdf

Toetsen stimuleren opleidingsprestaties

Het integreren van de toetsing van prestaties van cursisten zowel in de ontwerp- als realisatiefase van een opleiding levert voor alle betrokkenen voordelen op. Dat wordt alom beleden,niet gepraktiseerd.
In deze presentatie worden enkele voorbeelden uit de praktijk gegeven waarbij door de expliciete verwevenheid van de toetsing in het programma de prestatie van cursisten wordt bevorderd en in de verschillende stadia van de opleiding controleerbaar wordt gemaakt.


Bijlagen

De sleutel tot Terabyte Databases: Massive Parallel Processing (MPP)

Op universiteiten en hogescholen wordt tijdens de studie op zeer kleine schaal gewerkt met DBMS’en en de benodigde hardware/software. Er ligt vaak een accent op individueel computergebruik ten behoeve van studie en/of onderzoek. Dit heeft tot gevolg dat weinig kennis en ervaring wordt opgedaan met betrekking tot het beheer, performance, concurrent gebruik van grote databases. Er is dan ook weinig kennis aanwezig over wat er zich in het bedrijfsleven (administratieve systemen steunend op zeer grote databases die vele honderden Gigabytes dan wel Terabytes bevatten), afspeelt aan beheers- en/of performance problematiek.
In het begin van 1994 werd, op een universitair congres over databases onder andere gesproken over performance van (binnen de universiteiten veel toegepaste) relationele systemen, waarbij de volgende uitspraak naar voren kwam: “In een JOIN over 5 tabellen met in elke tabel enkele tienduizenden rijen, werd toch wel de grens van performance voor een RDBMS bereikt”. Gelukkig kon dit ter plekke worden tegengesproken. Met behulp van MPP en het Teradata RDBMS wordt voornoemde JOIN met vele honderden miljoenen rijen uitgevoerd bijvoorbeeld bij een winkelketen, om de actuele verkopen te confronteren met de verkopen uit het verleden.
Bij het vernoemen van dergelijke praktijkgevallen heeft men soms het gevoel als een ‘marsmannetje’ met een futuristisch verhaal te worden aangestaard. Voornoemde MPP systemen worden al meer dan tien jaar succesvol in de bedrijven toegepast.
Het zal duidelijk zijn dat een betere integratie met de operationele werkelijkheid in de bedrijven, ten aanzien van het beheer en implementatie van grote databasesystemen, tijdens de studie zal moeten doordringen om zo de afgestudeerde meer werkelijkheidszin te geven waardoor zijn waarde voor het bedrijfsleven toeneemt.
In de presentatie wordt de architectuur van hardware/software uiteengezet die noodzakelijk is om ADHOC queries op Terabyte databases te kunnen beantwoorden.


Bijlagen

Opleidingsprogramma’s als instrument bij beroepsontwikkeling

De wijze waarop IT-diensten in de markt worden verleend gaat in de komende jaren ingrijpend veranderen. De grenzen tussen de interne systeemhuizen en de externe softwarebureaus verdwijnen. Informatiesystemen en de IT-infrastructuur worden onder architectuur gerealiseerd, waarbij de softwarecomponenten, net als de hardware en systeemsoftware, worden ingekocht of in opdracht door softwarefabrieken opgeleverd. Professionalisering van het vak leidt ertoe, dat specialisatie ontstaat. Naast de beroepsgroep van software constructeurs die de componenten doelmatig en van hoge kwaliteit opleveren, krijgt het beroep van de informatiesysteem ingenieur vorm. De NGGO is een platform dat zich specifiek op deze doelgroep richt en dat door middel van seminars, lezingen, werkgroepen en publikaties de professionalisering stimuleert.
Opleidingsprogramma’s zijn, mits goed ingezet, een uitstekend instrument bij het vormgeven van nieuwe functies en nieuwe IT-dienstverlening.
In de presentatie wordt dit aan de hand van voorbeelden geïllustreerd. Daarnaast is het nodig ervaren IT-professionals die leiding gaan geven aan de vernieuwing van het vak door middel van een zwaar programma op post-doctoraal niveau bij te scholen. Tenslotte wordt ingegaan op de veranderde eisen die worden gesteld aan de informatiesysteem ingenieurs en de implicaties die die heeft voor het reguliere onderwijs.


Bijlagen