Computerfreak of computervrees. Sekseverschillen in het informatiekunde- onderwijs

Sinds het begin van de jaren tachtig wordt gewezen op de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen op het gebied van informatietechnologie. Gewoonlijk wordt deze toegeschreven aan het mannelijk imago van de computer en de negatieve computerattituden van vrouwen en meisjes (Sutton, 1991; Ten Dam, Urlings & Volman, 1991; Janssen Reinen & Plomp, 1992). Ook het onderwijs speelt echter een rol bij het ontstaan van sekseverschillen.
In deze lezing wordt deze rol besproken, aan de hand van de resultaten van een onderzoek bij het vak informatiekunde in de eerste fase voortgezet onderwijs (Volman, 1994).


Bijlagen

1994_Volman_samenvatting.pdf

Formele methoden in software-ontwikkeling en de consequenties voor het onderwijs

Onder “formele methoden” worden talen en technieken verstaan, gebaseerd op de discrete wiskunde, die gebruikt kunnen worden bij de analyse, het ontwerp en de implementatie van (software) systemen. Herhaaldelijk worden er vraagtekens geplaatst bij de toepasbaarheid van formele methoden in de ontwikkeling van software-systemen in de Industrie. De kwestie is echter niet of formele methoden in de praktijk bruikbaar zijn of niet. Ze worden namelijk al gebruikt, denk maar aan programmeertalen, generatoren, enz. Waar het om gaat is of formele methoden inzetbaar zijn in een vroeger stadium van het ontwikkelproces dan de uiteindelijke implementatie en wat voor zin dat heeft.


Bijlagen

1994_VanAmstel_samenvatting.pdf

Globalisering, informatietechnologie en onderwijs

De maatschappij, vooral de informatiemaatschappij, kenmerkt zich door een ‘afnemende voorspelbaarheid’. Toch is het voor het onderwijs in de informatica dringend nodig een blik in de toekomst te werpen.
In deze presentatie wordt een toekomstbeeld geschetst; een toekomst evenwel die wel erg nabij is. Uitgangspunt is de globalisering, de rol van de informatietechnologie en de consequenties voor het onderwijs. Behandeld worden, de ‘bedrijfsvoering’, de ‘organisatie’, de ‘bemensing’ en de ‘opleiding’. Centrale thema: ‘IT-toepassing’ is het doel, ‘IT op zich’ is het middel.


Bijlagen

1994_Schinkel_samenvatting.pdf

Een verantwoorde keuze van nieuwe media

Opleiders worden bij de keuze van een medium overstelpt met informatie over steeds weer nieuwe vormen van Computer Ondersteund Onderwijs (COO) voor Multimedia PC en CD-i, die nog geavanceerder lijken, dan de vorige. Maar wat leert een cursist nu van een computersimulatie of van een interactief multimedia-programma? En gaat dat beter en sneller dan een boek? En waarom?
In de presentatie worden een aantal handreikingen bij de keuze van nieuwe media gegeven.


Bijlagen

1994_Rikhof-VanEyck_samenvatting.pdf

Integrale bedrijfsvoering en informatie management: referentiekaders noodzakelijk

Het inzichtelijk, bespreekbaar, meetbaar en daarmee beheersbaar maken van de bedrijfsvoering is voor veel organisaties de uitdaging voor de komende jaren. Professionaliteit leidt tot succes. Bij het leveren van een bijdrage aan het professionaliseren van de bedrijfsvoering wordt binnen CMG Management Consultancy gebruik gemaakt van referentiekaders waaronder het Elementair bedrijfsvoeringsmodel van Mantz en Mantz-Thijssen.


Bijlagen

1994_Mantz_samenvatting.pdf

Kwaliteitsverbetering door netwerken

De kwaliteit van een opleiding is een optelsom van diverse factoren. De persoonlijke kwaliteiten (=professionaliteit) van de opleider / docent / trainer zijn een belangrijk element hierbinnen.
In deze bijdrage zal worden aangegeven hoe deze individuele professionaliteit in positieve zin wordt geoptimaliseerd door met initiatief te participeren in een of meerdere professionele netwerken.


Bijlagen

Toetsen van kwaliteit

Tijdens deze presentatie wordt de wereld van normering van kwaliteit in beeld gebracht en een aanzet gegeven om eventueel op eigen initiatief criteria vast te stellen. Aansluitend wordt de rol van toetsing en effectmeting belicht vanuit de opvatting dat de kwaliteit van opleidingen een positieve impuls krijgt door toepassing van toetsing, tijdens en na de opleiding.
Bij het toetsen van de kwaliteit van opleidingen worden verschillende methoden gebruikt. In de literatuur wordt veel aandacht geschonken aan diverse certificeringssystemen, meestal gebaseerd op de ISO-normen. De criteria die een rol spelen bij een aantal normerende systemen zeggen in de regel meer over de procedures waaraan al of niet wordt voldaan, dan over de inhoudelijke kwaliteit. Voor degenen die zich bezighouden met de selectie van opleidingsinstituten, bieden de genoemde normeringssystemen en de diverse informatiebronnen met behulp waarvan men zogenaamde kwalitatief goede instituten zou kunnen selecteren, te weinig garantie. Een methode waarmee men zelf tot toetsing van kwaliteit kan overgaan, zou een concreet hulpmiddel kunnen zijn.
Dezelfde methode kan worden gehanteerd door opleiders die de kwaliteit van hun opleidingen op basis van toetsing willen meten. Uitbesteding van een dergelijke toetsing aan een exteme organisatie geeft vanzelfsprekend het meest objectieve beeld en kan leiden tot certificering. Indien effectmeting impliciet deel uitmaakt van een dergelijke methode, kunnen we spreken van daadwerkelijke toetsing van kwaliteit.
Aan toetsing en effectmeting tijdens en na het leerproces kan ook een rol worden toebedacht bij het verhogen van de kwaliteit Het management vraagt steeds nadrukkelijker om efficiente opleidingen met een hoog rendement. Indien de eindtermen van een opleiding duidelijk en eenduidig zijn geformuleerd is het mogelijk om tot concrete toetsing over te gaan. Ditzelfde geldt voor eventuele effectmeting bij eindtermen waarbij het niet enkel gaat om kennis en inzicht maar ook om vaardigheden. Het inschakelen van een onafhankelijke professionele organisatie voor het verzorgen van deze toetsing levert meer garantie op ten aanzien van het beoogde effect.
Onafhankelijke toetsing, aan de hand van de juiste eindtermen, geeft meer garantie ten aanzien van het effect, van het rendement en dus ook van de kwaliteit van de opleiding.


Bijlagen

Ontwikkelingen computergestuurd toetsen

De techniek biedt goede mogelijkheden om computergestuurde toetsen op ieder gewenst moment op iedere gewenste lokatie te gebruiken. EXIN heeft sinds enkele jaren een computergestuurde infrastructuur. De ervaringen zijn bijzonder goed, ook al vragen de technische, inhoudelijke en logistieke eisen van computergestuurd toetsen steeds opnieuw veel inspanning en creativiteit van medewerkers.
Over de opgedane ervaringen wordt gerapporteerd, een demo zal worden verzorgd door J.J.M. Pillaerds Bc., Multimedia Software Engineer van Philips Interactive Media Centre N.V., en verwachtingen over de naaste toekomst zullen worden besproken. Hierbij zal het accent worden gelegd op leren en toetsen met CD-i. Door het interactieve karakter van cursussen op CD-i, kan op een natuurlijke manier een verdergaande integratie plaatsvinden van het proces van leren en de evaluatie van dat proces in de vorm van toetsen. Aan de hand van concrete CD-i titels zal een demonstratie gegeven worden. Op basis van de kenmerken van CD-i zal aangegeven worden voor welke toepassingsbereiken dit platform zich leent.


Bijlagen