CODI

Per augustus 1998 is Informatica een keuzevak in de tweede fase van havo/vwo. Tegelijkertijd startte de scholing van docenten voor dit vak. Hoewel de inhoud van het vak (voorlopig) is vastgelegd in het examenprogramma roept de invoering van dit vak nogal wat vragen op zoals: hoe zou de inhoud eruit moeten zien, wat zijn de eisen, wat is het niveau, is het voornamelijk een alfa-, beta-, of gammavak, zou informatica een verplicht vak moeten worden? Over deze en aanverwante vragen gaat dit forum waarbij alle actoren, althans zoveel als mogelijk is, acte de présence zullen geven.


Bijlagen

ICT en sekseverschillen in het primair en voortgezet onderwijs

Terwijl over de stand van zaken ten aanzien van sekseverschillen in participatie en prestaties in ICT-gebruik langzamerhand gegevens beschikbaar komen, bestaat er veel minder inzicht in de achtergronden en oorzaken daarvan. Ook maatregelen die erop gericht zijn de participatie en resultaten van meisjes te verbeteren, zijn in Nederland nog nauwelijks uitgeprobeerd en geëvalueerd. Nederland loopt internationaal gezien niet voorop met de invoering van ICT in het onderwijs (Pelgrum & Plomp, 1991). Dat betekent dat het zinvol is om in het buitenland te rade te gaan als men een ongunstige positie van meisjes op dit terrein wil voorkomen.


Bijlagen

Een lesprogramma voor studie- en beroepenoriëntatie via Internet

Het lesprogramma “Studie- en Beroepenoriëntatie via Internet (SBOl)” biedt vo-scholen een hulpmiddel om invulling te geven aan de lessen studie- en beroepenoriëntatie voor de profielen Natuur & Techniek en Natuur & Gezondheid in de Tweede Fase en tegelijkertijd leerlingen ervaring te laten opdoen met het doelgericht inzetten van het medium Internet (ICT). In de workshop kunnen de deelnemers, na een korte inleiding, zelf aan de slag gaan met het lesmateriaal.


Bijlagen

MATHESIS Wiskunde cursussen ondersteund door ICT voor Studiehuis VO en Propedeuse HO

Een multi-user DataBase Management Systeem® op een centrale server ondersteunt de individuele leerwegen van cursisten. Er kan zowel online als offline worden gestudeerd. Van elke cursist wordt een logfile op micro-handelingsniveau bijgehouden, geanalyseerd en teruggekoppeld naar de cursist (online: in real time). Mathesis is een ICT-innovatieproject en wordt mede gefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken (1996 – 2001).


Bijlagen

De invloed van ICT op de docent

AI decennia lang wordt verwacht dat Informatie en Communicatietechnologie (ICT) grote veranderingen in het onderwijs teweeg zal brengen. Uit recent onderzoek blijkt echter dat in de lespraktijk in het voortgezet onderwijs nog steeds weinig gebruik wordt gemaakt van ICT. Zo wordt in de begin 1999 verschenen rapportage van de ICT-Monitor geconcludeerd dat ruim twee derde van de docenten in het voortgezet onderwijs geen gebruik maakt van computers in de les. Bovendien wordt geconstateerd dat het aantal docenten dat computers gebruikt bij het geven van onderwijs, tussen 1992 en 1998 niet is toegenomen. Dit leidt ten aanzien van het voortgezet onderwijs tot de weinig bemoedigende conclusie ‘dat informatie en communicatietechnologie vooralsnog een marginale rol vervult bij de inrichting van onderwijsleerprocessen’ en dat ‘( … ) de meerderheid van de docenten de vernieuwende ontwikkelingen aan zich voorbij laat gaan’ (Ten Brummelhuis, 1999, p.16).


Bijlagen

1999_Smeets_handout.pdf

Informatievaardigheden

De notie informatie en informatieverwerking in het kader van “Ieren leren” staat centraal. Ingegaan wordt op de informatievaardigheidsaspecten zoals onder meer genoemd in de einddoelen voor de vernieuwde 2e Fase van het VO. Ook wordt de taakomgeving waarbinnen informatievaardigheden worden gebruikt, nader in kaart gebracht. Tenslotte komen de praktische handelingsaspecten van informatievaardigheden, met name het verwerven, verwerken en verstrekken van informatie aan bod. Eveneens wordt getracht een aanzet te gegeven voor het didactiseren van informatievaardigheden binnen de vakken.


Bijlagen

De wedstrijden binnen de Nederlandse Informatica Olympiade

Het organiseren van wedstrijden en toernooien binnen voortgezet en hoger onderwijs is een weinig gedocumenteerde werkvorm. Toch is onderlinge competitie soms de duidelijkste manier om er achter te komen wie een probleemsituatie het beste heeft geanalyseerd. Bekend voorbeeld zijn de toernooien die gewijd zijn aan het herhaalde dilemma van de gevangene (zie Hoffstadter, Metamagische thema’s, uitgave Contact). In het basisonderwijs zijn er sterke aanwijzingen dat de zogenaamde 24-game (met rekenflippo’s) de rekenvaardigheid van deelnemers aanzienlijk deed verbeteren.


Bijlagen

Internettoepassingen in het voortgezet onderwijs: ervaringen uit een pilotproject

Er is in Nederland nog betrekkelijk weinig gebruik gemaakt van Internet als onderwijsmiddel in het voortgezet onderwijs. Weinig ervaring met het gebruik van Internet is nog opgedaan in deze sector.
In het project “Nederland en de Elektronische Snelweg”, een project van PTT-Telecom en het Bureau Externe Betrekkingen en Voorlichting van de Universiteit Twente, zijn diverse praktische ervaringen opgedaan. In dit project hebben gedurende twee jaar twee scholen voortgezet onderwijs over een ISDN-Internetaansluiting kunnen beschikken. Doel van het project was om de belangstelling van leerlingen voor telematica-techniek te stimuleren. Voor de docenten bood het een kans de toepassingsmogelijkheden van Internet te verkennen. Dit onder begeleiding van studenten van de Faculteit Toegepaste Onderwijskunde van de Universiteit Twente.
In deze lezing wordt ingegaan op de samenwerking met de docenten, de lesproducten die ontwikkeld zijn voor diverse vakken en de ervaringen met leerlingen die hebben gewerkt met Internet in de klas. Internettoepassingen zijn onder andere ontwikkeld voor de vakken Economie I, Duits, Engels, Maatschappijleer, Biologie, Scheikunde en andere vakken. Gebleken is onder andere dat het gebruik van Internet in de klas diverse positieve effecten had op leerlingen.
Uit de pilotfasen bleek dat er zeker mogelijkheden zijn voor gebruik van Internet in de klas. De effecten op leerlingen lijken positief. De toekomstige “Elektronische snelweg” lijkt een bruikbaar instrument om op verschillende plaatsen en op verschillende wijzen ingezet te worden in de school. Niet ter vervanging van de docent, maar als deel van de werkwijze van docent. De sleutel tot deze ontwikkeling lijkt echter de docent zelf die ‘maatwerk’ moet gaan leveren in het vormgeven van didactische werkwijzen met een nieuw medium. Dit vraagt om een stukje nieuwe professionalisering in de vorm van bijscholing, het leggen van contacten met anderen (experts, collega’s), initiatiefnemend en anticiperend op de komende veranderingen in de onderwijswereld.


Bijlagen

Didactische intelligentie in multimediaprogramma’s

Voorbeeld Rekenen-wiskunde
Een goede docent is expert op twee gebieden. Hij weet niet alleen wat hij moet doceren, maar hij weet ook nog hoe hij moet doceren en hoe hij het leerproces bij de leerling kan begeleiden. Een ervaren docent anticipeert op fouten die vaak optreden, gaat na hoe fouten zijn ontstaan en geeft andere instructie, andere oplossingsstrategieën of andere opgaven. De meeste interactieve multimediaprogramma’s nemen slechts enkele onderwijzende functies van de docent over. De docent moet vaak de begeleidende functies bij het leerproces vervullen. Een “intelligent” multimediaprogramma kan net als een goede docent zelfstandig reageren op sterk verschillend leerlinggedrag. Het bevat niet alleen de kennis van een vakgebied, maar neemt ook begeleidende functies van de docent over.
Bij implementatie van multimediaprogramma’s in individuele opleidingstrajecten blijkt een groot struikelblok te zijn, dat docenten niet weten welke begeleiding bij een leerproces met interactieve multimedia nodig is. Zeker wanneer multimediaprogramma’s gebruikt worden in innovatietrajecten, waarbij het niet alleen gaat om nieuwe media, maar ook om het bevorderen van zelfstandig leren. De vraag rijst dan in hoeverre multimedia programma’s nog meer de begeleidende rol bij het leerproces van de docent kunnen overnemen.
Rekenen-wiskunde Interactief
CINOP heeft het afgelopen jaar ervaring opgedaan met het ontwerpen van een didactisch geavanceerd multimedia programma voor rekenen-wiskunde, genaamd Count on me. Deze serie wordt gemaakt in opdracht van ROC’s met medefinanciering van FIMMBO, ClNOP, Philips Media. Malmberg gaat de serie naar verwachting uitgeven. De Engine die hiervoor gebruikt wordt is een door Philips Research ontwikkelde intelligente tutor met de naam REAL-i. Deze tutor begeleidt en volgt de cursist op basis van prestaties. Door de mogelijkheid tot een audiovisuele presentatiewijze ontstaat er een natuurlijke dialoog met de cursist. De cursist krijgt adviezen en kan deze opvolgen, maar hij/zij kan ook zelf een andere leerweg kiezen.
De eerste Cd gaat over Procenten. Een testversie van de eerste Cd is gereed. Er zullen totaal 10 modulen ontwikkeld worden, bedoeld voor remediërend rekenen-wiskunde onderwijs, niveau 3 en 4 in het MBO of VO. Bijzonder in deze serie is dat de innovatie van de wiskunde didactiek geïntegreerd wordt met technologische innovaties. Het Freudenthalinstituut heeft de didactische innovatieve inbreng in dit project.
De tutor is domeinonafhankelijk en kan het hart vormen van een interactief multimediaprogramma voor elk ander leerstofdomein. Bovendien is de tutor platformonafhankelijk.


Bijlagen

Leerlingen op de elektronische snelweg: ICT en basiscompetenties

Informatievaardigheden en de vaardigheden om zinvol en doeltreffend om te gaan met de mogelijkheden van ICT worden steeds belangrijker om te kunnen functioneren in de zich ontwikkelende informatiemaatschappij. Competentie op dit terrein maakt dan ook deel uit van de vernieuwde kerndoelen voor basisonderwijs en basisvorming en vormt een belangrijk onderdeel van het onderwijsbeleid voor de komende jaren. In deze bijdrage zal nader op ICT-competenties worden ingegaan. Dat in het licht van de plannen om te komen tot een Europees Rijbewijs voor de elektronische snelweg.
Uitgangspunt is daarbij dat, wil men als burger kunnen deelnemen aan de zich ontwikkelende informatiesamenleving, je instaat moet zijn ICT te gebruiken. Het kan gaan om het gebruik van email, telebankieren, informatie uit allerlei bestanden opvragen, maar in de bovenbouw van HAVO/VWO ook om meer complexere zaken als kennis van de auteursrechtelijke aspecten van digitale informatie.
Men gebruikt in dit verband de metafoor van een rijbewijs. Ter voorbereiding leggen leerlingen in de basisschool een digitaal verkeersexamen af waarbij ze kennismaken met de informatieve en communicatieve functie van netwerken binnen een beschermde omgeving. Ze leren om te gaan met de hoofdcomponenten van de PC: de printer, het toetsenbord, het diskettestation etc. en ze leren basisapplicaties (tekstverwerkers, een tekenprogramma, ) te gebruiken binnen een simpele grafische gebruikersinterface. Maar ze kunnen ook e-mails versturen en werken binnen een hypertekst omgeving.
Het gewone ‘echte’ rijbewijs kunnen de leerlingen halen tijdens de basisvorming. Daarbij is uitgangspunt dat elke leerling na de BAVO kan deelnemen aan digitaal maatschappelijk verkeer(thuis, in werk of vervolgopleiding). Steeds meer overheidsinformatie komt via Internet beschikbaar, ook reisinformatie, thuisbankieren, recreatieve info en teleleren moeten tot de mogelijkheden gaan behoren. Leerlingen moeten daarom op conceptueel niveau iets af weten van onderdelen en samenhang van netwerken. Net zo goed als je iets van op ‘niet-technisch’ niveau iets van een automotor moet afweten: waar dient de rem voor, de koppeling, de versnelling, benzine, etc.). Verder moet men bepaalde handelingen kunnen verrichten met bepaalde mailprogramma’s. Zoals doorsturen van post, met een adresboek werken, en bestanden aan berichten kunnen vastknopen (attachment). Naast de communicatieve functie is er de informatieve functie van ICT-gebruik. Voor het vinden van informatie moet je instaat zijn bepaalde zoektechnieken te hanteren. On- en offline met de belangrijkste functies van browsers (bijv. Netscape, MS-Explorer) kunnen werken. Ook het gebruik van multimediale tools bij het presenteren van informatie behoort deel uit te maken van het elektronische rijbewijs. In Finland bestaat er inmiddels zo’n examen en is het een succes. Oorspronkelijk was het bedoeld voor langdurig werklozen, maar onder druk van ouders en leerlingen nemen nu ook scholen deel aan het examen. Voor de tweede fase VO kan men spreken van een groot rijbewijs, dat moet voorbereiden voor het gebruik van ICT in het hoger onderwijs. Daarbij moet ook aandacht worden besteed aan het gebruik van multimedia bij het presenteren van informatie en kan ingegaan worden op zaken als bestandformats (ASCII, bitmap, pixel of vector georiënteerdheid) .


Bijlagen