Het HBO-I en het samenwerkingsverband ICT-onderwijs & bedrijfsleven

Binnen enkele jaren worden aanzienlijke tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verwacht, ICT’ers zijn nodig om het noodzakelijke innovatievermogen te realiseren, met de toepassing van ICT in economie en maatschappij. Meer jongeren moeten worden gestimuleerd om te kiezen voor hun toekomst met ICT, een toekomst die uitdagend en perspectiefvol is. Om dat te bereiken zal het imago dat jongeren, hun ouders en decanen van ICT hebben, moeten worden verbeterd.
Het ICT-onderwijs werkt al jaren aan een hogere aantrekkelijkheid van de opleidingen, en het ICT-bedrijfsleven ontplooit verschillende activiteiten om jongeren te interesseren voor een toekomst met ICT.
Nu is een volgende stap gezet met de oprichting van een strategisch samenwerkingsverband. (www.HBO-I.nl). Het is voor het eerst dat een zo brede coalitie is gevormd om dit probleem aan te pakken. De doelstelling ligt bij het vergroten van de instroom en het verminderen van de uitval uit het onderwijs, het verbeteren van de doorstroom en een versterking van de aansluiting van het ICT-onderwijs op het ICT-bedrijfsleven.
Alleen door samenwerking kan Nederland de ambitie waarmaken te behoren tot de top vijf kenniseconomieën van de wereld. In deze samenwerking wordt een dringend beroep gedaan op het HBO-I, als invloedrijke en deskundige partner. Dat vraagt veel van ons.
In de presentatie wordt toegelicht hoe en waarom dit samenwerkingsverband ontstaan is. Wat is de visie van het HBO-I op dit samenwerkingsverband en hoe gaat het HBO-I bijdragen om de ambities van dit samenwerkingsverband waar te maken.


Bijlagen

2011_Jansen_1_handout.pdf

Bedrijfsleven en onderwijs: “een paar apart”

Er is veel behoefte aan afgestudeerde professionals die snel inzetbaar zijn in de ICT. In Nederland zijn de bedrijven aan de aanbodzijde van ICT verenigd in ICT~Office en aan de vraagzijde (gebruik van ICT voor de business) in het CIO Platform. Vooral op het gebied van het aanbod van opleidingen en om ervoor te zorgen dat de studenten de keuze maken voor ICT, is er een gezamenlijk belang van deze twee verenigingen. Samen werken meer dan zestig procent van de ICT’ers bij de aangesloten organisaties van deze twee verenigingen. In de presentatie zal helder worden gemaakt waarom samenwerken essentieel is en wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen de aanbod- en vraagzijde van ICT. Kortom: Een inspirerende bijdrage waarin we aangeven dat we graag samen met het onderwijs de kwaliteit van ICT-opleidingen willen verbeteren en hoe we hierin samen kunnen acteren. Een mooi voorbeeld geven de verenigingen zelf al door hun strategische samenwerking met(relevante organisaties in) het ICT-onderwijs.
Bijzonderheden:
Het is de eerste keer is dat zowel de vraagzijde van ICT (CIO Platform Nederland) als aanbodzijde (ICT~Office) als partijen aanwezig zijn, die overheid en bedrijfsleven vertegenwoordigen.
Bart en Foppe gaan in hun plenaire bijdrage het belang van deze samenwerking voor alle partijen adresseren. Het is een duo-presentatie die energie zal losmaken bij de aanwezigen omdat het bedrijfsleven en overheid vaak de “afnemer” is van de opgeleiden.


Bijlagen

2011_Vogd_ea_handout.pdf

Digitale openheid in alle onderwijs, ook in Informatica

Met de komst van Internet is de kiem gelegd voor digitale openheid van allerlei bronnen, of het nu gaat om software (open source), wetenschappelijke publicaties (open access), creatief werk (open content) of leermaterialen (open educational resources). Wat betreft OER is een wereldbeweging op gang gekomen met MIT die vanaf 2001 al haar cursusmaterialen vrij (gratis) online toegankelijk heeft gemaakt. Momenteel zijn er bijna 200 instellingen voor hoger onderwijs uit de hele wereld lid van het OpenCourseWare Consortium. Nederland zit als land, na een eerste project van de OU in 2006, in de OER-voorhoede met het vijfjarige Wikiwijs Programma, dat beoogt om in alle onderwijssectoren OER leidend te laten worden. Ook in de Verenigde Staten is inmiddels een nationaal programma opgezet voor community colleges van aanzienlijke omvang en waar alle leermaterialen OER zullen zijn.
Wat betekent dit voor het onderwijs, voor de docenten en voor de studenten en de leerlingen? Wat zijn de belangrijkste kansen en bedreigingen, de pluspunten en de knelpunten? Hoe zit het met de verantwoordelijkheid van instellingen en de overheid om de digitale openheid ook duurzaam te maken? Aan de hand van casuïstiek, zoveel mogelijk betrokken op informatica-onderwijs, wordt het speelveld geïllustreerd en geëxploreerd. Dit betreft het OpenER-project, de Spinozareeks, de Free Technology Academy en OpenU van de OU, het OpenCourseWare project van de TU Delft, de Netwerk Open Hogeschool voor Informatica (OU en diverse hogescholen), VO-Content in het voortgezet onderwijs, de Groene Kennis Coöperatie, de SURF Special Interest Group en natuurlijk Wikiwijs. De presentatie eindigt met een schets van mogelijke toekomstscenario’s in (inter)nationaal perspectief.


Bijlagen

2011_Mulder_handout.pdf

Leren over en met ICT

In het regulier onderwijs is Informatica een relatief jong vak. Dat heeft naast een paar nadelen vooral heel veel voordelen. Weinig “canon” en weinig heimwee naar de goede oude tijd. Dat schept mogelijkheden. En verplichtingen.
Op het gebied van Leven Lang Leren nam het vak ooit een voortrekkersrol in. Met name toen al het onderwijs nog in het niet reguliere circuit plaats vond. Die voortrekkersrol is nu minder zichtbaar. Dat moet veranderen. En nu het gebruik van ICT in onderwijsleerprocessen gemeengoed begint te worden zou het toch wel een uitdaging zijn om juist bij Informatica onderwijs af en toe eens de toon te zetten.
Leren over en met ICT zou wat mij betreft de trotse slogan van het NIOC kunnen zijn.


Bijlagen

Management Informatie Systemen en het gedrag van mensen

Bij het ontwerpen en invoeren van informatiesystemen wordt veelal keurig volgens de boekjes een top-down aanpak gekozen. Wat zijn de doelstellingen van de onderneming? Hoe vertaalt zich dat naar de functionele specificaties en aan welke eisen moet het systeem voldoen. Bovendien eist de afdeling financiën een gedegen business case zodat de kosten wel terugverdiend worden. Maar wat doen informatiesystemen met het gedrag van mensen? Iedereen die sociale wetenschappen heeft gestudeerd kent het Hawthorne effect: alleen al het meten zelf heeft al invloed op hoe mensen zich gedragen. Maar passen we dit ook toe in de ‘harde’ wereld van de informatica? Nauwelijks.
In zijn bekende provocatieve stijl betoogt Frank Buytendijk een andere aanpak, die meer is gericht op het begrijpen en grijpbaar maken van cultuur en organisatiewaarden. En dan blijkt die ‘softe’ wereld opeens tot veel concretere en hardere resultaten te leiden…


Bijlagen

Serious Games? Spelend Leren!

Serieus spelen! Is dit geen ‘ Contradictio in Terminis’? Hoe kan spelen nu serieus zijn en toch spelen blijven? En spelen op zichzelf is toch al leren? Spelend Leren dus!
In mijn verhaal wil ik u meenemen naar de wereld waarvoor wij jongeren opleiden. Daarbij dienen we terdege rekening te houden met de wereld waarin zij nu dagelijks leven. Daarmee wordt heel duidelijk voor welke uitdagingen we staan in het onderwijs. En waarom ‘Games’ een vanzelfsprekende rol hebben in het nieuwe onderwijs. Welke ‘hidden features’ hebben games waardoor jongeren zich bijkans ‘doodspelen’ maar hun huiswerk niet eens bekijken? En misschien ligt het iets genuanceerder… vinden wij… Maar ik schrijf dit en typ het daarna, u leest dit en komt wellicht luisteren naar een plenaire presentatie. Dat doen (onze) kinderen eigenlijk (liever) niet meer… voor zover wij daar ooit echt aan gewend zijn geraakt…


Bijlagen

Met verlichte geest – over visuele herkenning van objecten

De voordracht gaat over het herkennen van objecten aan de hand van beelden. We beginnen bij de mens. Als u uw ogen opendoet treedt een lichtstraal uw hoofd binnen. Met dit lichtstralen komt de informatie mee waaraan u allerlei objecten herkend in de wereld. Pythagoras en de oude Grieken waren daar niet zonder meer van overtuigd. Ze streden om het hardst of het licht het oog in ging of dat het er uit kwam. Het conflict duurde tot in de 10e eeuw toen Al Hazen uit Irak het dispuut besliste: licht gaat het hoofd in.
Terug naar het heden, lichtstralen ontstaan in de lichtbron, kaatsen een paar keer en verdwijnen dan het oog in. En niet zomaar, op de tocht naar binnen neemt de lichtbundel enige eigenschappen over van de objecten waarop het kaatst. Het oog zou niets van de wereld herkennen, niks van de wereld kunnen herkennen, als niet sommige eigenschappen invariant of onveranderlijk zijn. Om een object te herkennen moeten er eigenschappen zijn die voor u waarneembaar en invariant zijn. Gras is groen, gestreept en chaotisch geordend. Het kan een beetje gelig groen worden, of bruinig groen, maar dan tenminste gestreept chaotisch. Overdraagbare waarnemingen zijn dus gebaseerd op invarianten. Dat geldt ook voor kennis. Kennis ligt vast in uitspraken die altijd waar zijn. De taal heeft zo in de loop van de tijd veel begrippen vastgelegd.
Een zo’n begrip is een boot. Maar het is helemaal niet eenvoudig om het uiterlijk van een boot in woorden te omschrijven. Wat maakt nou een boot tot een boot? Hoe kunt u die herkennen? En zou een computer dat ooit kunnen?
En dat is de kern van de lezing: wat is er nodig om objecten door middel van digitale beeldbewerking te herkennen? Welke vorderingen zijn daarmee gemaakt in de laatste jaren? Wat is er nodig om een computer goed te laten zien? Hoe goed kan een computer dat vergeleken bij een mens?


Bijlagen

Transformatie

Als het gaat om onderwijs weten en kunnen we ontzettend veel. Vooral door de ICT ligt een nieuwe wereld voor ons open. Onderwijsland zou een paradijs kunnen zijn. De praktijk is anders. Het onderwijs kraakt en piept aan alle kanten. Dat is ook niet verwonderlijk. Het onderwijs is ontworpen, gegroeid en tot een nationaal systeem gemaakt in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. Afbouw van de standenstaat, individualisering, ontkerkelijking, migratie, globalisering en niet in het minst de nieuwe media veranderden de mensen en de samenleving. Het was duidelijk: het onderwijs moest aangepast worden. Het signaal werd echter verkeerd begrepen. Het gebouw werd in door velen verafschuwde onderwijsvernieuwingen gemoderniseerd, maar het bleef een oud gebouw met vreemde trappen, te hoge plafonds en vooral een door betonrot aangetast fundament.
Sommigen roepen dat de macht weer naar de docenten moet. Die lopen echter bij bosjes weg, er komen te weinig nieuwe en zij die blijven, slepen zich sacherijnig naar het einde of verliezen zich in een romantisch beeld van leraar zijn dat kwantitatief en kwalitatief slechts beperkt kan bestaan.
We praten intussen over leerplicht. Feitelijk is het de plicht om onderwijs te volgen, om in een gebouw dat zijn beste tijd heeft gehad te bewijzen dat je beter bent dan anderen. Het wordt tijd het systeem te transformeren tot iets anders.
Er zal zowel landelijk als per instelling aan de hand van een realistisch programma van eisen een ontwerp gemaakt moeten worden van de beoogde toekomst. Er zal een strategie ontwikkeld moeten worden om gebruik makend van de mogelijkheden van de ICT dat ontwerp te realiseren. Ontwerp zowel als strategie zullen voortdurende bijstelling nodig hebben. Het werken daaraan en het werken in de nieuwe orde zal voor deskundige werknemers het plezier in het werk terug brengen. Noem ze als dat helpt desnoods “docent” of “leraar”.


Bijlagen

2009_DeWolf_paper.pdf