De persoonlijke leeromgeving, ZuydRobotics, is een bron binnen de Hogeschool Zuyd van waaruit verschillende topics geraakt worden middels allerlei projecten. De topics zijn: Inspiratie voor de huidige studenten, Educatie voor de huidige studenten, Promotie naar o.a. MBO’s, middelbare scholen en basisscholen, Subsidie die gegeven kan worden uit overheidssteun, Coöperatie intern tussen opleidingen en faculteiten maar ook extern tussen andere onderwijsinstellingen en bedrijfsleven en Innovatie die bereikt wordt doordat we proberen om de grenzen (rondom Robotica) te verleggen.
In een voordracht presenteren we dit initiatief van en door studenten. In een workshop met congrescode 7C (8 april 13.30 – 14.20 uur) geven we een demonstratie met een aantal Lego Mindstorm NXT Robots.
Augmented reality voor gebruik bij toerisme
Augmented reality is een term die al sinds begin jaren negentig bestaat. Deze term is voortgekomen uit virtual reality: augmented reality vult de realiteit aan, terwijl bij virtual reality de realiteit compleet wordt vervangen.
Er zijn sinds kort brillen beschikbaar waar normaal doorheen gekeken kan worden, terwijl tegelijkertijd ook de virtuele objecten gezien kunnen worden die op deze manier de realiteit aanvullen. Er is een prototype dat een toepassing van augmented reality demonstreert in stedelijk gebied, met als doelgroep: toeristen. Met het prototype kan een toerist navigeren naar interessante punten, en eenmaal aangekomen ook informatie ontvangen over deze objecten.
Bijlagen
Informatica Open Educational Resources
Kennisuitwisseling en -overdracht hebben de laatste jaren grote veranderingen ondergaan. Individuen zijn niet meer de ‘bezitters’ van kennis; veelal wordt kennis binnen communities gedeeld en ontwikkeld. Docenten en leerboeken zijn niet meer de enige bronnen van onderwijs. Leren vindt plaats in interactie tussen docent en student, tussen onderwijssituatie en praktijk of onderzoeksinstituut. Daarbij komt dat door de recente ICT-ontwikkeling het kosteloos verspreiden van content erg eenvoudig is geworden en dat wereldwijd samenwerken aan documenten en leermaterialen goed mogelijk is. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot het ontstaan van Open Educational Resources (OER), vrij beschikbare online onderwijsmaterialen, waar velen aan kunnen bijdragen en waarvan velen kunnen profiteren. In dit artikel geven we een overzicht van de geschiedenis, de huidige ontwikkelingen, de mogelijke toekomst en kansen en risico’s.
Bijlagen
Kids in Control as creative designers
‘Kids in Control’: een inspirerend onderzoek naar talenten en leren van leerlingen uit de bovenbouw van het basisonderwijs. De ervaringen en opbrengsten van een pilotstudie waarin leerlingen met professionele ontwerpsoftware simulaties bouwen van fabricageprocessen.
Het onderzoek belicht de bruikbaarheid en inzet van professionele simulatie ontwerpsoftware als cognitieve tool. De volgende fase van het onderzoek, uitgevoerd door het Lectoraat Science- en Techniekeducatie in het primair onderwijs, komt eveneens in beeld.
Bijlagen
Kansen voor het e-book in het hoger onderwijs
De komende jaren komen allerlei varianten van e-booklezers (dat wil zeggen apparaten die geoptimaliseerd zijn voor het lezen van teksten zoals kranten of boeken) op de markt. Deze apparaten gaan voor een deel traditionele boeken en andere papieren documenten vervangen. Onderwijsorganisaties zullen beleid moeten ontwikkelen over de manier waarop zij van de mogelijkheden van dit medium gebruik maken in hun onderwijsprocessen.
Bijlagen
Leren over en met ICT
In het regulier onderwijs is Informatica een relatief jong vak. Dat heeft naast een paar nadelen vooral heel veel voordelen. Weinig “canon” en weinig heimwee naar de goede oude tijd. Dat schept mogelijkheden. En verplichtingen.
Op het gebied van Leven Lang Leren nam het vak ooit een voortrekkersrol in. Met name toen al het onderwijs nog in het niet reguliere circuit plaats vond. Die voortrekkersrol is nu minder zichtbaar. Dat moet veranderen. En nu het gebruik van ICT in onderwijsleerprocessen gemeengoed begint te worden zou het toch wel een uitdaging zijn om juist bij Informatica onderwijs af en toe eens de toon te zetten.
Leren over en met ICT zou wat mij betreft de trotse slogan van het NIOC kunnen zijn.
Bijlagen
Management Informatie Systemen en het gedrag van mensen
Bij het ontwerpen en invoeren van informatiesystemen wordt veelal keurig volgens de boekjes een top-down aanpak gekozen. Wat zijn de doelstellingen van de onderneming? Hoe vertaalt zich dat naar de functionele specificaties en aan welke eisen moet het systeem voldoen. Bovendien eist de afdeling financiën een gedegen business case zodat de kosten wel terugverdiend worden. Maar wat doen informatiesystemen met het gedrag van mensen? Iedereen die sociale wetenschappen heeft gestudeerd kent het Hawthorne effect: alleen al het meten zelf heeft al invloed op hoe mensen zich gedragen. Maar passen we dit ook toe in de ‘harde’ wereld van de informatica? Nauwelijks.
In zijn bekende provocatieve stijl betoogt Frank Buytendijk een andere aanpak, die meer is gericht op het begrijpen en grijpbaar maken van cultuur en organisatiewaarden. En dan blijkt die ‘softe’ wereld opeens tot veel concretere en hardere resultaten te leiden…
Bijlagen
Serious Games? Spelend Leren!
Serieus spelen! Is dit geen ‘ Contradictio in Terminis’? Hoe kan spelen nu serieus zijn en toch spelen blijven? En spelen op zichzelf is toch al leren? Spelend Leren dus!
In mijn verhaal wil ik u meenemen naar de wereld waarvoor wij jongeren opleiden. Daarbij dienen we terdege rekening te houden met de wereld waarin zij nu dagelijks leven. Daarmee wordt heel duidelijk voor welke uitdagingen we staan in het onderwijs. En waarom ‘Games’ een vanzelfsprekende rol hebben in het nieuwe onderwijs. Welke ‘hidden features’ hebben games waardoor jongeren zich bijkans ‘doodspelen’ maar hun huiswerk niet eens bekijken? En misschien ligt het iets genuanceerder… vinden wij… Maar ik schrijf dit en typ het daarna, u leest dit en komt wellicht luisteren naar een plenaire presentatie. Dat doen (onze) kinderen eigenlijk (liever) niet meer… voor zover wij daar ooit echt aan gewend zijn geraakt…
Bijlagen
Met verlichte geest – over visuele herkenning van objecten
De voordracht gaat over het herkennen van objecten aan de hand van beelden. We beginnen bij de mens. Als u uw ogen opendoet treedt een lichtstraal uw hoofd binnen. Met dit lichtstralen komt de informatie mee waaraan u allerlei objecten herkend in de wereld. Pythagoras en de oude Grieken waren daar niet zonder meer van overtuigd. Ze streden om het hardst of het licht het oog in ging of dat het er uit kwam. Het conflict duurde tot in de 10e eeuw toen Al Hazen uit Irak het dispuut besliste: licht gaat het hoofd in.
Terug naar het heden, lichtstralen ontstaan in de lichtbron, kaatsen een paar keer en verdwijnen dan het oog in. En niet zomaar, op de tocht naar binnen neemt de lichtbundel enige eigenschappen over van de objecten waarop het kaatst. Het oog zou niets van de wereld herkennen, niks van de wereld kunnen herkennen, als niet sommige eigenschappen invariant of onveranderlijk zijn. Om een object te herkennen moeten er eigenschappen zijn die voor u waarneembaar en invariant zijn. Gras is groen, gestreept en chaotisch geordend. Het kan een beetje gelig groen worden, of bruinig groen, maar dan tenminste gestreept chaotisch. Overdraagbare waarnemingen zijn dus gebaseerd op invarianten. Dat geldt ook voor kennis. Kennis ligt vast in uitspraken die altijd waar zijn. De taal heeft zo in de loop van de tijd veel begrippen vastgelegd.
Een zo’n begrip is een boot. Maar het is helemaal niet eenvoudig om het uiterlijk van een boot in woorden te omschrijven. Wat maakt nou een boot tot een boot? Hoe kunt u die herkennen? En zou een computer dat ooit kunnen?
En dat is de kern van de lezing: wat is er nodig om objecten door middel van digitale beeldbewerking te herkennen? Welke vorderingen zijn daarmee gemaakt in de laatste jaren? Wat is er nodig om een computer goed te laten zien? Hoe goed kan een computer dat vergeleken bij een mens?
Bijlagen
Transformatie
Als het gaat om onderwijs weten en kunnen we ontzettend veel. Vooral door de ICT ligt een nieuwe wereld voor ons open. Onderwijsland zou een paradijs kunnen zijn. De praktijk is anders. Het onderwijs kraakt en piept aan alle kanten. Dat is ook niet verwonderlijk. Het onderwijs is ontworpen, gegroeid en tot een nationaal systeem gemaakt in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. Afbouw van de standenstaat, individualisering, ontkerkelijking, migratie, globalisering en niet in het minst de nieuwe media veranderden de mensen en de samenleving. Het was duidelijk: het onderwijs moest aangepast worden. Het signaal werd echter verkeerd begrepen. Het gebouw werd in door velen verafschuwde onderwijsvernieuwingen gemoderniseerd, maar het bleef een oud gebouw met vreemde trappen, te hoge plafonds en vooral een door betonrot aangetast fundament.
Sommigen roepen dat de macht weer naar de docenten moet. Die lopen echter bij bosjes weg, er komen te weinig nieuwe en zij die blijven, slepen zich sacherijnig naar het einde of verliezen zich in een romantisch beeld van leraar zijn dat kwantitatief en kwalitatief slechts beperkt kan bestaan.
We praten intussen over leerplicht. Feitelijk is het de plicht om onderwijs te volgen, om in een gebouw dat zijn beste tijd heeft gehad te bewijzen dat je beter bent dan anderen. Het wordt tijd het systeem te transformeren tot iets anders.
Er zal zowel landelijk als per instelling aan de hand van een realistisch programma van eisen een ontwerp gemaakt moeten worden van de beoogde toekomst. Er zal een strategie ontwikkeld moeten worden om gebruik makend van de mogelijkheden van de ICT dat ontwerp te realiseren. Ontwerp zowel als strategie zullen voortdurende bijstelling nodig hebben. Het werken daaraan en het werken in de nieuwe orde zal voor deskundige werknemers het plezier in het werk terug brengen. Noem ze als dat helpt desnoods “docent” of “leraar”.
