ROBOTICA: Integratie van Informatiekunde in Techniek

Het vakgebied informatiekunde zal zich in het voortgezet onderwijs voor een groot deel afspelen in andere vakken. Het project ‘Informatiekunde in Techniek’ beoogt de ontwikkeling van lesmateriaal op het terrein van meten, regelen en sturen dat gebruikt zal worden in het vak techniek. In dit artikel wordt verslag gedaan van de ontwikkeling van de lessenreeks en van de ervaringen die ermee zijn opgedaan in de experimenteerscholen.


Bijlagen

1990_Jansen_congresbundel.pdf

Een integrerende benadering van de informatica in het voortgezet onderwijs en in het hoger onderwijs

Onderwijs in de informatica heeft voordeel bij een betere samenhang met de andere exacte vakken. In het VWO is dit mogelijk door integratie in de vakken wiskunde (wiskundige functies en functionele programma’s) en natuurkunde; in het WO door voor de informatica de systeemtheorie als uitgangspunt te nemen, en omwille van de methodiek zowel aan natuurkunde als aan wiskunde een belangrijke plaats toe te kennen.


Bijlagen

1990_Boute_congresbundel.pdf

Naar een longitudinaal informatiekunde/informatica curriculum voor het voortgezet onderwijs

Tien jaren adviezen, beleid en ontwikkelingswerk hebben een grote hoeveelheid materialen informatiekunde en informatica binnen het voortgezet onderwijs opgeleverd.Een probleem bij voortgaande ontwikkeling van materialen en het opstellen van een longitudinaal curriculum is de onduidelijkheid met betrekking tot de invoering van informatiekunde en informatica.


Bijlagen

1990_Hartsuijker_congresbundel.pdf

Space hé! Hinderpalen bij klankcomputers

Om profijt te trekken van het ondersteunende vermogen van een computer is het in de eerste plaats noodzakelijk dat leerlingen zich hier toegang toe kunnen verschaffen. De manier waarop leerlingen omgaan met een computer is onder meer afhankelijk van het beeld of model dat zij van deze voorziening hebben. Binnen het muziekonderwijs is onderzocht of leerlingen modellen kunnen ontwikkelen die hen in staat stellen zich ‘muzikaal’ te gedragen. Gebleken is dat een aantal belemmeringen deze ontwikkeling in de weg stond. De meeste belemmeringen konden vertaald worden naar interface-problemen. Op grond van dit onderzoek wordt een aantal richtlijnen geformuleerd voor het ontwerp van verbeterde interfaces. Aan de hand van enkele voorbeelden van bestaande interfaces voor muzieksystemen, wordt een imaginaire interface geschetst die aan de gestelde richtlijnen zou kunnen voldoen.


Bijlagen

1990_DeJong_1_congresbundel.pdf

Afsluitingstoetsen voor informatiekunde in de basisvorming

In het kader van de Basisvorming zullen afsluitingstoetsen moeten worden ontwikkeld voor het vak informatiekunde. Daarbij doet zich een aantal problemen voor, onder andere door de globale formulering van de kerndoelen en de relatieve nieuwheid van het vakgebied. Daarnaast moeten oplossingen worden gezocht voor het toetsen van praktische vaardigheden in het omgaan met toepassingen van informatietechnologie.


Bijlagen

1990_Schouten_congresbundel.pdf

Informatiekunde in het voortgezet onderwijs: resultaten van een survey

Een van de doelstellingen uit het Informatica Stimuleringsplan (INSP) is leerlingen vertrouwd maken met informatietechnologie. Om dit te bereiken is bij de meeste scholen voor voortgezet onderwijs in een van de eerste drie leerjaren het niet officiële vak informatiekunde ingevoerd. Op basis van een in 1989 uitgevoerde survey wordt in deze bijdrage de stand van zaken rond de invoering van informatiekunde als vak in de eerste fase van het voortgezet onderwijs beschreven.


Bijlagen

1990_TenBrummelhuis_ea_congresbundel.pdf

Proefstation West-Nederland: integratie van computers in het voortgezet onderwijs

Proefstation West-Nederland (PWN) is een onderzoeksproject waarin docenten van een school voor algemeen voortgezet onderwijs en onderzoekers gezamenlijk werken aan computertoepassingen in onderwijs en schoolmanagement. De computer wordt in twaalf secties vooral ingezet als oefenhulpmiddel, als instrument voor de leerlingen (rekenen, tekenen, tekstverwerking) en als simulator. Leerlingen werken meer probleemgericht, zelfstandiger, gemotiveerder en aandachtiger. Docenten richten zich meer op het aanbieden van problemen, het geven van specifieke uitleg, het begeleiden en het bewust (er) reflecteren op de lesinhoud. Met dit alles lijkt de bedrijvige school van de toekomst dichterbij te komen.


Bijlagen

1990_Beishuizen_congresbundel.pdf