Organisatie van computertoepassingen in het voortgezet onderwijs

De Nederlandse overheid heeft in 1984 het startsein gegeven voor het zogenaamde NIVO-project (Nieuwe Informatietechnologie Voorgezet Onderwijs). Dit project had verschillende doelen. Een van die doelen was het verstrekken van apparatuur aan de deelnemende scholen. De scholen voor het voortgezet onderwijs werden vrij plotseling geconfronteerd met een hoeveelheid computers die binnen de vakken gebruikt konden worden. In de praktijk gaf en geeft dit aanleiding tot grote organisatorische problemen. Wanneer en door wie worden bijvoorbeeld supplies aangeschaft voor de verkregen computers? Op deze en nog vele andere vragen heeft de huidige onderwijsorganisatie geen afdoend antwoord.


Bijlagen

1992_Ris_congresmap.pdf

Gebruiksmogelijkheden van COO in de praktijk van het voortgezet onderwijs op tien vooroplopende scholen

Vanaf de tachtiger jaren worden scholen in het VO gestimuleerd om de computer te gaan gebruiken. Hierbij zijn scholen gaan variëren in deze ontwikkeling, waarbij vooroplopende scholen naast minder actieve scholen onderscheiden kunnen worden. In deze jaren is ook een uiteenlopende verzameling educatieve software ontwikkeld. In een onderzoek van de Universiteit van Twente komt onder meer naar voren dat slechts weinig leerkrachten deze pakketten bij de lessen in hun vak gebruiken. Ook wordt in het onderwijs regelmatig de klacht gehoord dat goede educatieve software ontbreekt.


Bijlagen

1992_Timmer_congresmap.pdf

Informatiekunde is overal

Het doel van het leergebied informatiekunde in de basisvorming is dat leerlingen zich oriënteren in de wereld van de informatisering, zowel in het vak informatiekunde als in andere vakken.
PRINT (Project Invoering Nieuwe Technologieën) heeft aan de SLO gevraagd een boekje samen te stellen dat aan docenten informatiekunde een beeld geeft van de mogelijkheden die er momenteel zijn voor het vak informatiekunde en voor andere vakken.


Bijlagen

1992_VanWeering_congresmap.pdf

Universele Informatiekunde voor het voortgezet onderwijs

Universele Informatiekunde is een nieuwe aanpak van informatiekunde en informatica die volledig gebaseerd is op beginselen. De benadering gaat uit van het zorgvuldig gebruik van gewone mensentaal. Het eerste en meest belangrijke beginsel zegt dat verwoordbare informatie vele verschijningsvormen kan hebben, maar dat al deze vormen teruggebracht kunnen worden tot elementaire zinnen uit de natuurlijke taal. Met behulp van dit ene beginsel kunnen nagenoeg alle toepassingen van informatica en informatiekunde op eenzelfde manier worden beschreven. Zo kunnen bijvoorbeeld alle toepassingen die het doen met talen als C, PASCAL, SOL, SIMULA, enz. beschreven worden. Maar ook kan op een exacte en tevens begrijpelijke wijze uitgelegd worden wat men kan doen met b.v. CASE-tools of kennissystemen. Of met ontwikkelingsmethoden als Yourdon, ISAC, SDM, enzovoorts.


Bijlagen

1992_DeVos_congresmap.pdf

Informatiekunde: een aantrekkelijk vak voor meisjes en jongens?

Al voordat de computer op grote schaal in het onderwijs werd ingevoerd, is er gewaarschuwd voor het gevaar dat niet alle leerlingen daar evenveel van zouden profiteren. In de Verenigde Staten klonken al in het begin van de jaren tachtig geluiden dat meisjes ondervertegenwoordigd waren in het computeronderwijs en slechtere prestaties behaalden. Ook in Nederland zijn meisjes in informatica-opleidingen ondervertegenwoordigd.
Het vak informatiekunde in het voortgezet onderwijs, waarin leerlingen voor het eerst geconfronteerd worden met de computer als onderwijsinhoud, is in dit verband een belangrijke ‘sluis’; wat hier gebeurt, bepaalt voor een groot deel of leerlingen enthousiast worden of afhaken.
In Nederland is zowel vanuit het beleid als vanuit de praktijk gereageerd op de verwachte problematiek. Door een quoteringsregeling bij de nascholing van docenten, aparte vrouwencursussen, ontwikkeling van lesmateriaal enzovoort heeft men geprobeerd informatica en informatiekunde ook aantrekkelijk te maken voor meisjes en vrouwen. Bovendien kan verwacht worden dat de voor informatiekunde in de basisvorming geformuleerde kerndoelen, waarbij het vak een ‘brede’ invulling krijgt, meisjes meer aanspreken dan het op de computer gerichte vak, waar de meeste Amerikaanse gegevens betrekking op hebben.
Maar het probleem is hiermee nog niet opgelost of voorkomen. Ondanks de voorzorgsmaatregelen blijkt er bijvoorbeeld sprake te zijn van ondervertegenwoordiging van vrouwelijke docenten informatiekunde. Over eventuele verschillen in de resultaten van leerlingen bij informatiekunde en hun vervolgkeuzen is nog niets bekend.


Bijlagen

1992_Volman_congresmap.pdf

Factoren die van invloed zijn op het al dan niet overwegen van een studie informatica door VWO-meisjes

De studierichting informatica binnen de technische wetenschappen, is nog een relatief jonge studierichting. Een studierichting die van oorsprong niet verbonden is aan duidelijke sexe-specifieke en traditionele opvattingen en beelden, zoals veelal wel het geval is met de meeste andere technische en natuurwetenschappelijke studierichtingen. Behalve de toelatingseisen (wiskunde B en natuurkunde), zouden er voor VWO-meisjes dan ook feitelijk geen belemmeringen hoeven te bestaan (en mogen bestaan) om deze studierichting te gaan volgen.
Desalniettemin blijkt het aandeel meisjes bij studierichtingen informatica niet boven het percentage meisjes bij technische studierichtingen in het algemeen uit te komen en lijkt het percentage eerder af dan toe te nemen (deze tendens treedt ook op bij de meeste technische studierichtingen), met name wat betreft het percentage meisjes bij de studierichting informatica aan de technische universiteiten.
De confrontatie met het teruglopende aandeel meisjes was voor de Faculteit Informatica van de Universiteit Twente aanleiding om actie te ondernemen. De commissie Verhoging Instroom Studentes Informatica Enschede (VISIE) is ingesteld met als doelstelling onderzoek te doen naar de oorzaken van de geringe instroom van meisjes bij de Faculteit Informatica aan de Universiteit Twente om, op basis daarvan, maatregelen te formuleren om de instroom van meisjes te verhogen. In het kader van deze doelstelling heeft de commissie het OCTO opdracht gegeven een empirisch, exploratief onderzoek uit te voeren naar factoren die het studiekeuze-proces van meisjes ten aanzien van een studie informatica beïnvloeden. Dit onderzoek heeft in 1991 plaatsgevonden.


Bijlagen

1992_Vlas_ea_congresmap.pdf

Affiche: ‘Informatiekunde is overal!’

De affiche ‘Informatiekunde is overal!’ geeft een visueel beeld van het leergebied informatiekunde in de basisvorming. Het leergebied strekt zich uit over het aparte vak informatiekunde, informatiekunde in de andere vakken (ook informatisering genoemd) en informatiekunde in projectvorm aan het eind van de basisvorming.
De affiche wordt met een daarbij behorende brochure verspreid naar alle scholen voor het voortgezet onderwijs en is een PRINT/VO uitgave.


Bijlagen

1992_VanWeering_ea_congresmap.pdf

Zomerschool Informatica zet scheef beeld recht

Het aantal meisjes dat deelneemt aan de studie Informatica aan de Universiteit Twente is bijzonder laag. Om meer meisjes te stimuleren om te kiezen voor een studie Informatica wil de faculteit der Informatica van de Universiteit Twente specifieke maatregelen nemen. Deze maatregelen dienen vooral gericht te zijn op het recht zetten van het huidige beeld van Informatica bij middelbare scholieren. Dit beeld is weinig realistisch, zoals uit een in juni 1991 uitgevoerd onderzoek onder 5-VWO-meisjes bleek. Een zomerschool informatica voor meisjes, gehouden in augustus 1991, is een voor dit doel geschikt middel gebleken.


Bijlagen

1992_Wognum_ea_congresmap.pdf

Didactiek van het onderwijs in gegevensbanken in het Informatica Middenbouw Project

In het Informatica Middenbouw Project is lesmateriaal ontwikkeld voor een vak informatica in de vierde klas van het VO. Gegevensbanken zijn daarin het belangrijkste onderwerp. Er is getracht een didactiek te ontwikkelen waarin een weg geboden wordt van eenvoudige kaartenbakken naar informatiesystemen. Probleem oplossen staat daarbij centraal.


Bijlagen

1990_Bergervoet_congresbundel.pdf