Een model voor samenwerkend leren via Internet

Hoge capaciteit internetverbindingen strekken zich nu uit tot in de woningen van studenten. Dit gegeven is in het afstandsonderwijs de katalysator voor de ontwikkeling van allerlei additionele onderwijsmodellen naast de traditionele modellen voor reguliere schriftelijke onderwijs. Deze ontwikkeling beperkt zich niet tot het afstandsonderwijs. Ook in het reguliere onderwijs neemt het ‘off campus studeren’ hand over hand toe. Het blijkt echter dat het aanbieden van Internetdiensten alleen zoals e-mail, discussiegroepen, webpagina’s onvoldoende is om vormen van actief leren mogelijk te maken. Het blijkt zelfs dat kennis hoe dan wél een onderwijsomgeving op Internet moet worden geconstrueerd, nagenoeg ontbreekt. In deze bijdrage beschrijven we een exploratieve aanpak voor de constructie van een dergelijke onderwijsomgeving. Uitgangspunten daarvoor zijn samenwerkend leren op basis van constructivistische principes. Het exploratieve element zit in de tegenstelling die bestaat tussen structurering van het onderwijsproces en samenwerkingsverbanden, en het ontstaan van zelfsturende en zelflerende teams. In de bijdrage beschrijven we een jaar ervaring met deze aanpak en aanbevelingen voor verdere ontwikkeling.


Bijlagen

2004_Baas_ea_proceedings.pdf

Inzicht in wat ons verbindt – Onderwijs door netwerken

Technologische ontwikkelingen en nieuwe onderwijsvormen leiden ertoe dat studenten steeds meer via elektronische media en in groepen taken uitvoeren. Toepassingen die gericht zijn op samenwerking in netwerken, kunnen als een bedreiging gezien worden omdat wezenlijke interacties zich buiten het zicht van begeleiders en beoordelaars af gaan spelen en voor studenten het overzicht verloren gaat. Het inzichtelijk maken van het netwerk dat zich opbouwt, kan helpen dit probleem op te lossen. In dit artikel presenteren wij nieuwe mogelijkheden van feedback uit het onderwijsproces door het inzichtelijk maken van deze netwerken. Kennis van de bijzondere aard van netwerken kan daarbij helpen; een groot deel van dit artikel besteedt hieraan aandacht.


Bijlagen

2007_Mofers_proceedings.pdf

Skilltraining achter de pc (van “schijnbaar onzinnig” naar “blijkbaar efficient”)

De Interactieve Website Projectvaardigheden (IPW) is een hulpmiddel bij het aanleren van diverse vaardigheden (http://www.cs.utwente.nl/~oosterhu/oictweb/oictnieuw). Voor studenten is de IPW een hulpmiddel om het functioneren in projectonderwijs te optimaliseren.
De Interactieve Website Projectvaardigheden kenmerkt zich als een leermiddel dat bij uitstek gebruik maakt van de interactieve mogelijkheden van het internet. Zo zijn er interactieve vragenlijsten voor studenten om na te gaan op welk niveau zij bepaalde vaardigheden beheersen. Ook kunnen studenten deze vragenlijsten invullen om na afloop van een project na te gaan of hun competenties zijn verbeterd. Verder zijn er videoclips die ingebed zijn in cases en oefeningen. Op deze manier kunnen studenten situaties met een hoog realiteitsgehalte bekijken, analyseren en beoordelen. Bovendien kunnen ze hun antwoorden vergelijken met antwoorden van medestudenten en daarover discussiëren. De Interactieve Website Projectvaardigheden is een leermiddel ter ondersteuning van projectonderwijs.


Bijlagen

2002_Oosterhuis_handout.pdf

2002_Oosterhuis_paper.pdf

Anatomy of Computer Systems – Experiences with a new introductory informatics course

Is it possible to convey, in no more than five days, some useful understanding of ICT and to elucidate what informatics has to do with all this?
A compact course in five days explores the phenomena of ICT top-down, from the level of Internet applications to the realisation of hardware by logical circuits, and illustrates the role of the science informatics with speaking examples. The course aims at insight in possibilities, limitations, and fundamental principles rather than at technical skills.
Goals and architecture of the course are established; a summary of its contents is given; the teaching method is sketched; and the experiences made when it first was given are summarised. The reactions of the participants can be found in an appendix.


Bijlagen

1999_Wupper_paper.pdf

Ontwerpen Leren door Completeren

Het leren en onderwijzen van ontwerpactiviteiten neemt een belangrijke plaats in binnen het informatica-onderwijs. Veelal ligt in dit onderwijs, naast de presentatie van theoretische concepten, het accent op het zelfstandig oplossen van ontwerpproblemen. Deze presentatie gaat in op een alternatieve aanpak, waarbij lerenden al snel worden geconfronteerd met bestaande ontwerpen die zij moeten bestuderen, uittesten, completeren en uitbreiden. Pas in een relatief laat stadium worden ontwerpproblemen zelfstandig opgelost. In verschillende ontwerpdomeinen zijn goede resultaten bereikt met deze Completion Strategy – een trainingsstrategie waarbij niet het zelfstandig ontwerpen van complete systemen centraal staat, maar juist het aanvullen en uitbreiden van bestaande, goed gestructureerde maar onvolledige systemen.
De presentatie zal verslag doen van bevindingen bij het gebruik van de Completion Strategy bij inleidend programmeeronderwijs, het leren besturen van computergestuurde draai- en freesmachines (CNC-programmeren), en object-georiënteerd leren ontwerpen. Daarnaast zal een korte demonstratie verzorgd worden van CASCO (Completion ASsignment COnstructor). Dit is een experimentele computerondersteund onderwijssysteem voor inleidend programmeeronderwijs dat gebruikmaakt van de Completion Strategy. CASCO is in staat om dynamisch nieuwe programmeeropdrachten te genereren die zijn afgestemd op de individuele behoeften van een lerende.


Bijlagen

De toekomst van informatietechnologie

De ontwikkelingen in de informatietechnologie worden beheerst door twee trends. De eerste is dat het domein waarop informatietechnologie wordt toegepast, zich uitbreidt. De tweede is een zich wijzigende verhouding tussen marktpartijen.
Van data tot kennis
In plaats van het ene woord informatie te gebruiken, is het zinnig onderscheid te maken tussen data, informatie, ervaring en kennis. Vier begrippen, die in zekere zin in elkaars verlengde liggen. De basis wordt gevormd door gegevens. Gegevens worden soms gebruikt bij het nemen van een beslissing. dan noem ik het informatie. Beslissen leidt tot het opdoen van ervaring en de evaluatie daarvan leidt tot kennis. In de afgelopen decennia is de ontwikkeling van de informatietechnologie langs dit tritsje gegaan. In den beginne waren er de transactieverwerkende systemen: registratie van gegevens voortkomend uit transacties. Later werden die gegevensbanken met wisselend succes toegankelijk gemaakt voor beslissers om er informatie uit te putten. In de loop van de tachtiger jaren kwamen er ontwerpen voor decision support systemen die waren gericht op veelzijdige ondersteuning van beslissers. vergelijkbaar met het hebben van veel ervaring. Als laatste ontstonden expertsystemen en (ruimer) kennissystemen waarin, zoals de naam al aangeeft, kennis wordt opgenomen. Het klassieke begrip informatietechnologie wordt geacht al deze toepassingen te dekken; het is duidelijk dat er soms sprake is van terminologische overschatting (transactieverwerkende “informatie”systemen) en soms van onderschatting (intelligente “informatie”systemen). We moeten onderscheid maken tussen verschillende soorten technologieën: data-, informatie- en kennistechnologie. Momenteel is datatechnologie grotendeels geautomatiseerd: het ontwerpen en implementeren van databanken wordt rijkelijk ondersteund met workbenches en CASE-tools. Het ontwerpen van informatiesystemen is wat betreft de informatieanalyse deels handwerk, maar de rest van het traject is vergelijkbaar met het ontwerpen van een databank. Bij decision support systemen is er sprake van grootschalig gebruik van standaardprogramma’s, zoals spreadsheets, databankpakketten en presentatieprogramma’s, waarin de gebruiker gedeeltelijk zijn eigen weg vindt, zij het met regelmatige ondersteuning van een helpdesk. Kennissystemen tenslotte zijn, vooral door de aard ervan, maatwerk dat grotendeels handmatig door de kennistechnoloog moet worden uitgevoerd.
Van push naar pull
De gebruikers worden mondiger, weten steeds beter wat ze wel en vooral wat ze niet willen. Dus wordt de consument belangrijk. De technology push is veranderd in een demand pull. Daardoor is de term informatie” technologie” te beperkt geworden. In de toekomst ligt de nadruk niet op de techniek, maar op de toepassing ervan.
De beslisser staat centraal in het toepassen van automatisering. Een beslisser kampt met een tekort aan kennis omtrent de mogelijkheden die worden geboden bij beslissingsondersteuning. In de praktijk zie ik ietwat hulpeloze gebruikers met wat vuistregels een beperkt deel van hun standaardpakket gebruiken onder een niet optimaal geïnstalleerde versie van Windows. Ik denk dat zonder degelijk onderbouwd advies van een deskundige de gebruiker suboptimaal werkt.
Het is de deskundigheid van de automatiseerder dat hij weet van de manieren waarop beslissingsprocessen, al dan niet ondersteund door computers, kunnen worden verbeterd. Een dergelijke deskundige noem ik niet meer informatietechnoloog; het is een informatiekundige: iemand die inzicht heeft in de manier waarop een menselijke beslisser bij het uitvoeren van zijn taak gebruik maakt van gegevens, informatie, ervaring en kennis. En die op basis van dat inzicht de beslisser kan adviseren en het advies kan omzetten in een ontwerp voor een geautomatiseerd systeem.
Conclusie
De ‘ouderwetse’ informatietechnoloog is een beperkte automatiseerder; de moderne informatiekundige is de adviseur die adviseert hoe een beslissingsproces beter is uit te voeren. Beter? Ja, in de betekenis van efficiënter, effectiever, rijker, meer mogelijkheden biedend en daar een verstandig gebruik van makend. De informatietechnologie heeft het probleem “hoe komt een beslisser aan gegevens” opgelost. De informatiekundige heeft nu tot taak het probleem op te lossen “hoe haal ik uit die rijstebrijberg van gegevens efficiënt en effectief de informatie die ik nodig heb” en in het verlengde daarvan “met welke kennis en op welke manier kan ik het beste dit probleem oplossen”.


Bijlagen

Multimedia-onderwijs: grenzen verkennen

Multimediale computertoepassingen verleggen in snel tempo de grenzen van apparatuur, programmatuur en ontwikkelmethodieken. Het informatica-onderwijs staat voor de uitdagende opgave om een actueel onderwijsaanbod te ontwikkelen over dit razendsnel veranderend thema. Hoe gaan we daarmee om?
Onderwijsontwikkeling over multimedia confronteert ons bovendien met de vraag waar de grenzen liggen van wat we tot informatica-onderwijs rekenen. Hoe verhoudt het multimediaal ontwerpen zich tot de bestaande informaticavakken?


Bijlagen

Communicatie en Informatie Modellering met DEMO

Het modelleren van een organisatie met behulp van de DEMO (Dynamic Essential Modelling of Organizations) methode staat gelijk aan het in kaart brengen van de essentie van deze organisatie. Binnen deze benadering wordt de organisatie als een communicerend en informatieproducerend netwerk van actoren en transacties beschouwd.
Binnen de DEMO methode worden voor de communicatie- en informatiemodellering een aantal verschillende maar aan elkaar gerelateerde aspectmodellen gebruikt om een organisatie op essentieel niveau weer te geven. De ‘moeder’ van de aspectmodellen is het actiemodel. Dit model bevat de meest gedetailleerde beschrijving van het handelen van de actoren in organisatie. De andere modellen zijn een afgeleide van dit model, maar zijn een belangrijk hulpmiddel voor het opstellen van het actiemodel. Het interactiemodel beschrijft de transactietypen en de actoren. Met het procesmodel wordt de afhankelijkheid tussen de transacties alsmede het verloop van binnen transacties beschreven. Het feitenmodel biedt de complete en precieze beschrijving van alle feittypen die in de organisatie worden gecreëerd en/of gebruikt, alsook van hun onderlinge verbanden. De verbindingen van de actoren met de bronnen van informatie vormen de inhoud van het interstrictiemodel.
(schema – zie bijlage)
In aansluiting op de lezing van Prof. Dietz over de uitgangspunten van de DEMO methode wordt in de workshop aan de hand van verschillende voorbeelden uit recent onderzoek de verschillende modellen en hun representatietechnieken geïllustreerd. De voorbeelden die gebruikt worden zijn afkomstig uit onderzoek bij PTT-Telecom, Politie Rotterdam-Rijnmond alsmede kleinere (profit en non-profit) organisatie.


Bijlagen

1997_VanReijswoud_samenvatting.pdf

Evaluatie van de kwaliteit van het PAO-Informatica

Het PAO-Informatica geeft uitsluitend korte cursussen, uiteenlopend van 1 tot 7 dagen. Omdat deze cursussen vaak ook nog in een aaneengesloten blok worden gegeven zijn er weinig mogelijkheden tot tussentijds evalueren en, zo nodig, bijsturen. Tot op heden werd aan de cursisten slechts direct na afloop van de cursus een oordeel gevraagd over de kwaliteit van het aanbod van het PAO-Informatica. Om ook eens op een ander moment het (algemene) oordeel van onze klanten over onze dienstverlening te vernemen, heeft het PAO-Informatica in het voorjaar van 1994 een enquête gehouden onder alle oud-cursisten van 1993.
In deze presentatie worden de resultaten van deze enquête gepresenteerd en wordt besproken, welke conclusies daaruit getrokken kunnen worden voor een verbetering van de kwaliteit van het postacademisch onderwijs in de informatica.


Bijlagen

Method Engineering

Met de opkomst van computers in de jaren zestig, werden ook de informatiesystemen belangrijker. Om niet steeds opnieuw het wiel te hoeven uitvinden, was er behoefte aan gestructureerde ontwerpmethodieken. Voorbeelden hiervan zijn ISAC, SA/SD, NIAM en Infomod. Het nadeel van methodieken is echter dat ze al snel als keurslijf van vaste procedures gaan werken. De systeemontwerper moet dan een aantal regels volgen om tot een informatiesysteem te komen. Het ontwikkelen van informatiesystemen is echter een dynamisch proces waarin vaak niet alle stappen van de methodiek hoeven te worden genomen of waarin juist technieken en methodes uit andere methodieken dan de eigen methodiek van belang zijn. Een ontwerper zal bijvoorbeeld niet altijd met een gegevensgerichte methodiek uit de voeten kunnen. Soms is een meer procesgerichte aanpak geschikter of juist een combinatie van beide methodieken.
In de praktijk is het flexibel aanwenden van methodieken al langer bekend. Dit wordt dan method engineering genoemd. Deze benadering binnen de systeemontwikkeling stemt de ontwerpaanpak af op de betreffende probleemsituatie. Van bestaande methodieken worden dan delen gecombineerd zodat een geschikte ontwerpaanpak ontstaat.
In het onderwijs krijgen studenten echter nog te vaak een methodiek voorgeschoteld waar ze het dan mee moeten doen. Vervolgens ontstaan dan discussies over wat de beste methodiek is.
Het is beter om studenten voor te bereiden op het leren omgaan met de verscheidenheid van methodieken en te leren welke methodiek(delen) geschikt zijn voor het oplossen van welke probleemsituaties.
In deze presentatie proberen we de volgende vragen te beantwoorden:
– wat dienen studenten te weten om method engineering toe te kunnen passen?,
– wat dienen studenten te weten van methodieken om ze verschillende delen uit methodieken te kunnen laten koppelen?,
– is method engineering altijd de oplossing voor systeemontwikkeling?


Bijlagen